Dances with Wolves (1990)

Regie: Kevin Costner | 180 minuten | drama, western, avontuur | Acteurs: Kevin Costner, Mary McDonnell, Graham Greene, Rodney A. Grant, Floyd ‘Red Crow’ Westerman, Tantoo Cardinal, Robert Pastorelli, Charles Rocket, Maury Chaykin, Jimmy Herman, Michael Spears, Tony Pearce

‘Dances with Wolves’ was een van de meeste opmerkelijke en ambitieuze debuutfilms van de laatste tijd, en was zowel een kritiek als commercieel succes. Kevin Costner, die voor die tijd louter bekendheid had verworven als acteur, had voor deze productie de drievoudige taak op zich genomen van regisseur, producent, en hoofdrolspeler. En dat voor een epische western van drie uur, in een periode dat dit genre praktisch doodgebloed was. Dat getuigt van een flinke dosis moed.

Een grote passie voor het project is dan van groot belang. Als acteur wilde hij altijd al in een western spelen, en hij wist dit te verwezenlijken in de film Silverado. Met Dances with Wolves kon hij zijn droom op een ultieme manier doen uitkomen door zijn eigen westernfilm te maken. Een westernfilm, die met een frisse blik naar de bestaande conventies van het genre keek.

Tot die tijd werd de Indiaan in Westerns over het algemeen beschouwd als iemand die slecht en barbaars was en verdreven of overwonnen moest worden door de Blanke Man, die op zijn beurt niets te verwijten viel en compleet in zijn recht stond wat betreft zijn gedachtes en acties met betrekking tot de indianen. ‘Dances wit Wolves’ breekt (gedeeltelijk) met deze tradities. De meningen zijn erover verdeeld hoe ver die breuk gaat.

Sommigen spreken van een revisionistische Western, een film die de traditionele rollen van cowboys en indianen omdraait. Anderen zeggen dat er slechts sprake is van een mildere versie van de oude westernvorm. De waarheid zal ergens in het midden liggen. Dat er een erg romantisch beeld wordt geschapen van deze groep, terwijl de rivaliserende Pawnee indianen dezelfde rol innemen als de indianen uit traditionele westerns, wil niet zeggen dat er geen vooruitgang is geboekt met deze film en dat de (negatieve of positieve) stereotypering niet overstegen wordt. Om te beginnen worden de (Sioux) indianen hier op een beschaafde, respectvolle manier bejegend, wat op zichzelf al een doorbraak is. De hele film draait eigenlijk om het beter leren kennen van (de cultuur van) de Sioux indianen. Daarnaast zijn er zeker karakterverschillen in de Sioux personages te vinden, ook al zijn ze uiteindelijk allemaal vriendelijk; de Sioux-indiaan wordt dus niet louter neergezet als de Wijze Rode Man. De Pawnee-indianen zijn dan wel eenzijdig kwaadaardig, maar je kunt het ook zien als externalisering van de donkere kant van de Indiaan in zijn algemeenheid, wat de groep toch een zekere driedimensionaliteit geeft. Bovendien zijn deze antagonisten simpelweg nodig voor de dramatiek van het verhaal. Tenslotte zijn niet alle blanken louter harteloze slechteriken, dus van een volledige omkering van de rollen is geen sprake.

Eigenlijk is het zonde om tijd te verspillen aan dit soort analyses over de intenties en politieke correctheid van de film en filmmaker, omdat je hierdoor bijna voorbij zou gaan aan de grote kracht en het hart van de film. De film is een prachtige verkenning van communicatie tussen verschillende culturen en een argument voor het overkomen van vooroordelen en het verder kijken dan de uiterlijke verschijning van de mens: een pleidooi om te zoeken naar datgene wat ons verbindt in plaats van wat ons scheidt. Dat hiervoor respect en belangstelling voor de andere cultuur, in dit geval de Sioux-indiaan, nodig is, vloeit hieruit voort.

We kunnen ons goed met John Dunbar identificeren. Dit komt onder meer door zijn status van onbeschreven blad. We weten eigenlijk niets van hem, en zijn samen met hem op zoek naar zijn identiteit. We staan net als hij open voor nieuwe ervaringen, en alle nieuwe indrukken zijn even magisch voor hem als voor ons. Het helpt ook dat zijn voice-over ons bij zijn interne wereld betrekt. Via de voice-over uit hij gedachten die hij binnen het verhaal aan zijn dagboek toevertrouwt, maar waar hij tevens de toeschouwer buiten het verhaal deelgenoot van maakt. Hierdoor krijgen we als toeschouwer een unieke, persoonlijke band met John.

De eerste momenten dat hij indianen ontmoet zijn spannend, ontwapenend, en in zekere zin herkenbaar. Zijn eerste ontmoeting vind plaats wanneer hij zich aan het wassen en scheren is in een nabijgelegen meertje. John merkt dat een Sioux-indiaan in zijn fort aan het rondkijken is en zijn paard probeert te stelen en besluit om, ongekleed en met een gezicht vol scheerschuim, koelbloedig op hem af te lopen. De indiaan loopt verschrikt achteruit, valt over een hekje, en rijdt snel op zijn eigen paard weg. Het eerste contact is gelegd. De scènes even later in de film, waarin de indianen en John op een open manier met elkaar proberen te communiceren behoren tot de interessantste van de film. Momenten waarbij John een bizon nadoet om het woord te leren kennen of de werking van een koffiemolen demonstreert terwijl de indianen gebiologeerd toekijken, zijn herkenbaar in de wijze waarop contact wordt gelegd tussen verschillende culturen. Met gebaren, goede wil, en geduld komt men langzamerhand nader tot elkaar.

Als John de indianen helpt met de jacht op een groep bizons, in een overigens schitterend gefilmde scène, en een kind van het leven redt door een aanstormende bizon neer te schieten, wordt hij volledig in de groep opgenomen. Hij lijkt hier pas echt zijn eigen identiteit gevonden te hebben, en beschouwt zijn indianennaam Danst met Wolven  als zijn enige echte naam.

Het verhaal is simpel en ietwat (over)romantisch, maar wordt op een erg mooie manier verteld. De beelden van uitgestrekte landschappen zijn prachtig, net als de muziek van John Barry. Regisseur Costner vertelt het verhaal op een rustige, soms haast poëtische manier. Hij laat je om de personages geven, en zorgt ervoor dat je je drie uur lang in een andere wereld waant. Een alleszins indrukwekkend regiedebuut.

Bart Rietvink

Waardering: 4.5

Bioscooprelease: 8 februari 1991