De drie rovers – Die Drei Räuber (2007)

Regie: Hayo Freitag | 75 minuten | animatie, familie | Originele stemmencast: Joachim Król, Bela B. Felsenheimer, Charly Hübner, Katharina Thalbach, Elena Kreil, Konstantin Seldenstücker, Maximilian Roca Jungfer, Erwin Leder, Hayo Freitag, Tomi Ungerer | Nederlandse stemmencast: Hein van Beem, Lucas Dietens, Daphne Groot, Marloes van den Heuvel, Marcel Jonker, Nico van der Knaap, Jimmy Lange, Ralph Mackenbach, Jan Nonhof, Stephanie van Rooyen, Oscar Siegelaar, Marlies Somers, Machiel Verbeek, Robin Virginie

‘De drie rovers’ (of eigenlijk: ‘Die Drei Räuber’) is een heerlijke ouderwetse tekenfilm, zonder digitruuks en dataflows, met een hartveroverend hoofdfiguurtje en innemende slechteriken uit de titelrol. Duidelijk bedoeld als vermakelijk voor kinderen én ouders en volledig geslaagd in die opzet.

Dergelijke tekenfilms worden er niet veel meer uitgebracht. Niet gezwicht voor de computerlook en ook niet voor andere moderne clichés hebben de makers gewoon een klassiek sprookje afgeleverd over goed en kwaad, waarin alles, zoals het hoort in een tekenfilm, lekker dik is aangezet, zonder de nuance te verliezen. Met leuke muziek, maar gelukkig niet als musical, er is eigenlijk maar één hoofdliedje: het lijflied van de drie rovers, volgens de titel de hoofdfiguren van het verhaal. En dat is een lekker donker liedje dat lekker in je kop blijft hangen: “Roven is voor ons een kinderspel dat wij het beste spelen, wij slijpen onze messen om je hart te stelen” (vrij vertaald).

De film is een adaptatie van het bekende beeldverhaal van Jean-Thomas ‘Tomi’ Ungerer, die het boekje in 1963 publiceerde. Met zijn verfilming zet regisseur Hayo Freitag een wellicht wat gemoderniseerd meisje neer in een prettig ouderwets aandoende omgeving. De sfeer is niet zo eng of weird als bijvoorbeeld Tim Burton, maar heeft meer weg van de verhalen van Roald Dahl, waarin engheid en humor ook hand in hand gaan, evenals een ondertoon van lichte maatschappijkritiek of een spiegel naar de mens, zoals het elk goed sprookje betaamt.

De rovers zijn best gevaarlijk hoor, maar ja, dat hoort erbij als rover zijn je werk is! Als je ze thuis (in hun grot) meemaakt zijn ze ook best aardig. Uiteraard zit er ook een boze heks in het verhaal, maar de makers hebben een uitstekende balans gevonden tussen wat kinderen tegenwoordig kunnen hebben (en leuk vinden!) aan engheid en pure lol. Belangrijke rol hierin is ook weggelegd voor het onverstoorbare meisje Tiffany, altijd relativerend en vrolijk, maar toch ook heel open en recht door zee, ontwapenend. En tegelijkertijd biedt de film een onderlaag, die simpel samen te vatten is als een pleidooi voor het recht om kind te kunnen zijn.

En dat recht krijg je met deze film als ouder ook even weer, in een verhaaltje dat je normaal alleen uit een boek voorgelezen krijgt, waarbij je je even weer zes kan wanen, terwijl je lekker onder de dekens kruipt en mama (of papa) vertelt. Een heerlijke film ook voor een trieste, regenachtige zondagmiddag, om je weer helemaal op te kalefateren. Het einde is een beetje al te fantasievol en komt daardoor wat al te gemakkelijk over. Maar dat doet nauwelijks af aan het feit dat dit gewoon een heel leuke film is, vol met kleurrijke karakters en met een van de leukste hoofdpersonages uit de geschiedenis van de sprookjes en animatiefilms.

Arjen Dijkstra