De Gaulle: Résistance – La bataille de Gaulle: L’âge de fer (2026)

Recensie De Gaulle: Résistance CinemagazineRegie: Antonin Baudry | 161 minuten | biografie, geschiedenis, drama, oorlog | Acteurs: Simon Abkarian, Simon Russell Beale, Florian Lesieur, Benoît Magimel, Loïc Corbery, Anamaria Vartolomei, Niels Schneider, Karim Leklou, Tom Mison, Kacey Mottet Klein, Grégoire Colin, Pablo Cobo, Campbell Scott, Mathieu Kassovitz, Félix Kysyl, Maxime Bailleul, Chaïm Feroleto, Daniel Betts

Juni 1940. Hitlers oorlogsmachine raast met vernietigende kracht over het Europese continent. Frankrijk probeert zich te verweren tegen het aanstormende geweld, maar geeft zich al vrij snel over aan het Duitse leger en tekent de wapenstilstand. Te midden van de chaos, destructie, het alomtegenwoordige defaitisme en de regeerperiode van het met de nazi’s collaborerende Vichy-regime, weigert één man zich neer te leggen bij de ogenschijnlijk hopeloze situatie: generaal Charles de Gaulle. Als kersverse staatsvijand vlucht hij – zonder militaire steun noch hoop – naar Londen om de scherven van zijn gevallen vaderland op te rapen. De Gaulle wordt voortgestuwd door één rotsvast geloof: de creatie van een nieuw, vrij Frankrijk en een Europa dat niet buigt voor nazi-Duitsland.

Met een voor de Europese filmindustrie torenhoog budget (75 miljoen) een biopic maken over de oorlogsjaren van een van Frankrijks nationale helden: het is een project dat ongetwijfeld druk met zich meebrengt, wetende dat er heel wat recensenten zijn die niet schromen om hun pennen in azijn te dopen als het eindresultaat tegenvalt. Gelukkig slaagt regisseur Antonin Baudry met vlag en wimpel in dit eerste deel van een ambitieus tweeluik over de icoon Charles de Gaulle. Het resultaat? Een film die indrukwekkende veldslagen (het begin van de film en de latere Slag bij Bir Hakeim) en luidruchtig wapengekletter ragfijn combineert met de machtsspelletjes die zich in de politieke achterkamers afspelen. Zo zien we hoe De Gaulle continu moet laveren tussen zijn eigen, ferme principes en de grondbeginselen van de internationale ‘realpolitiek’ om in de gunst te blijven van de Britse premier Winston Churchill en de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt. Een boeiende subplot verweeft bovendien het veel minder bekende (maar zeker interessante) verhaal van de jonge anti-Vichy-activist Fernand Bonnier de La Chapelle slim en organisch met de politieke strijd van De Gaulle.

De Frans-Armeense acteur Simon Abkarian geeft prima gestalte aan de leider van de Vrije Franse Strijdkrachten en latere president. De rechte rug, karakteristieke snor, plechtstatigheid, theatraliteit, koppigheid en het vrijwel grenzeloze zelfvertrouwen, dat voortdurend laveert tussen arrogantie en charme: met een beetje fantasie lijkt het wel alsof je naar opgekalefaterde archiefbeelden van De Gaulle zelf aan het kijken bent. Abkarian geeft De Gaulle ook een tragikomische dimensie. Net als de romanfiguur Don Quichot gelooft hij heilig in het welslagen van zijn zaak, maar moet hij vaak opboksen tegen krachten en conformistische tendensen die groter zijn dan hijzelf. In de film zie je bijvoorbeeld dat de gepokte en gemazelde politicus Churchill De Gaulle nogal eens ridiculiseert en beschouwt als een over het paard getilde luchtfietser.

Hoewel ‘De Gaulle: Résistance’ best wat korter van stof had kunnen zijn zonder aan kwaliteit of zeggingskracht in te boeten, is het een mooie film die een complexe en vreselijke periode van de Europese geschiedenis meeslepend in beeld brengt. Een zorgvuldig gemaakte, cinematografische epopee die niet doorslaat naar blinde heldenverering en ook nog eens nuttige lessen herbergt voor de moderniteit. Ook in de eenentwintigste eeuw zien we namelijk wereldwijd een beweging richting autocratische leiderschapsvormen met militante trekjes en zijn het vooral enkele dappere idealisten en de jonge generaties die op de bres springen voor vrijheid, democratische grondbeginselen en een rechtvaardigere wereld.

Frank Heinen

Waardering: 4

Bioscooprelease: 6 augustus 2026