De Hazenschool – Die Häschenschule: Jagd nach dem goldenen Ei (2017)

Recensie De Hazenschool CinemagazineRegie: Ute von Münchow-Pohl | 76 minuten | animatie, avontuur | Nederlandse stemmencast: Jip Bartels, Job Bovelander, Christiaan Schreuder, Marcel Harteveld, Franky Rampen, Fauve Geerling, Ara Halici

Bij onze oosterburen is het een jeugdklassieker van jewelste, het kinderboek ‘Die Häschenschule’, in 1924 geschreven door Albert Sixtus en van illustraties voorzien door Fritz Koch-Gotha. ‘Die Häschenschule’ gaat over jonge hazen die in opleiding zijn om paashaas te worden. Binnen een jaar was het boekje al bijna 250.000 keer over de toonbank gegaan, spectaculaire cijfers voor die tijd. Het succes van het boek kan verklaard worden doordat ‘Die Häschenschule’ een alledaagse setting als de lagere school een geheel nieuwe invulling wist te geven, met hazen die zich als mensen gedragen. Dat had men nog niet eerder gezien. Koch-Gotha, van huis uit graficus, legde zich vervolgens voornamelijk toe op het illustreren van kinderboeken, opvallend vaak met hazen en konijnen in de hoofdrollen. ‘Die Häschenschule’ is nu weliswaar verouderd, maar het verhaaltje spreekt, zeker rond Pasen, nog altijd tot de verbeelding. De Duitse filmproducent Dirk Beinhold greep het bijna 95 jaar oude kinderverhaal als basis voor zijn verfilming. Uiteraard werd de oorspronkelijke vertelling flink opgepoetst en gemoderniseerd. Het resultaat is ‘Die Häschenschule – Jagd nach dem Goldenen Ei’ (2017), een charmante animatiefilm die in de Nederlandse zalen verschijnt onder de titel ‘De hazenschool’.

De hoofdrol in deze Duitse animatiefilm is voor Max, een hazenjongen die in zijn eentje in de grote stad woont. Hij is een typische stadshaas, die niets moet hebben van wortelsap en paaseieren. Nee, geef hem maar frisdrank en pizza. Max droomt ervan om lid te worden van de coolste jeugdbende van de stad, de Waanzinbende. Met capriolen in een modelvliegtuigje probeert hij indruk te maken op de bendeleden. Hij heeft echter weinig geluk, want het vliegtuigje stort neer. Hij belandt ver van de stad, op een afgesloten plek middenin het bos. Hier wordt hij opgevangen door een groep jonge hazen in ouderwetse kleren. Zij blijken leerlingen te zijn van de Hazenschool, een plek waarvan Max altijd dacht dat het alleen in sprookjes bestond en waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Het contrast met de stad, waar het ieder voor zich is, is in deze commune-achtige omgeving enorm. Het vliegtuigje is total loss en de hazenschool is hermetisch afgesloten omdat in de bossen eromheen een hongerige vossenfamilie woont. Er zit voor Max dus weinig anders op dat zich aan te sluiten bij de hazenschool, al was het alleen maar omdat alleen paashazen weten hoe ze heelhuids het bos kunnen verlaten. Maar hij verkijkt zich op de intense training die de paashazen in opleiding moeten volgen; de lessen zijn zwaar en gebonden aan allerlei regels. Vooral de verdwijntruc is moeilijk onder de knie te krijgen. Met de hulp van het stoere hazenmeisje Emmi ontpopt Max zich tot een ijverige leerling. Maar ook de vossen zitten intussen niet stil. Zij stellen alles in het werk om het kostbaarste bezit van de Hazenschool te stelen: het legendarische Gouden Ei, waaruit de hazen moed en kracht putten. Zonder het Gouden Ei is de Hazenschool verloren en zal een eeuwenoude traditie verdwijnen.

‘De hazenschool’ weet op inventieve wijze het klassieke verhaaltje van Sixtus en Koch-Gotha te verbinden met de moderne tijd. Het figuurtje Max is helemaal van nu en is net als de moderne mens individualistisch ingesteld. Daar tegenover zetten regisseur Ute von Münchow-Pohl en scenarioschrijvers Dagmar Grübel en Dagmar Rehbinder de hazenschool, waar de hazen nog een eenheid vormen. Het contrast gaat nog verder: in de stad is het grauw en grijs en is het leven hard; in het bos komt Max in een warm frisgroen bad terecht, al ziet hij dat zelf niet meteen. Zijn stoere houding ontdooit al snel, mede dankzij zijn vriendschap met Emmi en de impact die de mysterieuze en zeer wijze juf Hermine op hem heeft. Zij doet denken aan een oosterse leermeesteres, niet in de laatste plaats door haar serene houding en de soms cryptische wijsheden waarmee ze strooit. De boodschap in ‘De hazenschool’ is onmiskenbaar aanwezig, maar ligt er ook weer niet te dik bovenop dat het storend wordt. De animaties zijn oerdegelijk maar met oog voor detail; je kunt duidelijk zien dat deze film met veel liefde gemaakt is, ook al hadden de makers slechts een bescheiden budget beschikbaar. ‘De hazenschool’ brengt een nostalgisch verhaal en geeft er een moderne twist aan. Het resultaat is een vrolijke en sympathieke animatiefilm die menigeen vast in paasstemming zal brengen.

Patricia Smagge

Waardering: 3.5

Bioscooprelease: 22 februari 2018