De Indische tafel, jongens van de Japanse kampen (2026)

Recensie De Indische tafel, jongens van de Japanse kampen CinemagazineRegie: Pieter van Huystee | 66 minuten | documentaire

De geschiedschrijving van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië (maart 1942 – augustus 1945) laat gewoonlijk vooral de koloniale Nederlanders aan het woord die in die tijd werkzaam waren in Nederlands-Indië of de voormalige KNIL-militairen en hun familie. Een groep die we eigenlijk niet of weinig horen is de tweede of derde generatie slachtoffers, namelijk de oudere volwassenen van nu die toen kind waren. Als kind leefden zij de idylle van de Gordel van Smaragd. Een luxueus leven, vol met bedienden, warm weer, een opwindende omgeving en weinig verdriet. In ‘De Indische Tafel, jongens van de Japanse Kampen’ wordt dit stukje geschiedschrijving toegevoegd.

Deze documentaire laat deze oude mannen aan het woord. Zij komen wekelijks samen voor een Indonesische lunch. Zij heffen het glas en praten over de dingen van de dag en ongetwijfeld ook over hun jeugd in de Japanse kampen. Het verblijf in die kampen was dramatisch, dat is algemeen bekend. Echter, ‘De Indische Tafel, jongens van de Japanse Kampen’ brengt deze gedistingeerde heren, Jan de Arbeider ontbreekt, zoals regisseur Pieter van Huystee opmerkt, bij elkaar. Het doel is om terug te kijken op die periode uit hun jeugd. Ze doen dat aan de hand van boekjes van die tijd en de dagboeken van hun ouders. Van Huystee is zelf ook nadrukkelijk aanwezig als interviewer, maar ook een beetje als de zoon van de vader die zelf jarenlang deelnam aan de Indische tafel. Zijn moeder zat in een Japans kamp, zijn grootvader werkte aan de Burma spoorlijn, de spoorlijn tussen Nong Piaduk in Thailand en Thanbyuzayat in Birma (het huidige Myanmar), ook wel genoemd de dodenspoorlijn. De aanwezigheid van Van Huystee verontrust daarom niet de mannen aan tafel. Hij is één van hen via zijn familie.

De documentaire ‘De Indische Tafel, jongens van de Japanse Kampen’ bestaat grotendeels uit interviews met de kinderen van toen en uit fragmenten van oorlogshandelingen uit die periode of daarna. Tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in de Tweede Wereldoorlog werden alle Nederlanders geïnterneerd. Het Indonesische nationalisme werd door de Japanners gestimuleerd en direct na de capitulatie van Japan riep de nationalistische leider Soekarno op 17 augustus 1945 de Indonesische Republiek uit. Sommige beelden dateren van daarna. Het Nederlandse bedrijfsleven ging na 1945 gewoon door met de exploitatie van de rijkdommen van Indonesië, denk olie, Bataafsche Petroleum Maatschappij, denk rubber, Borsumij, Rubber Cultuur Maatschappij Amsterdam, denk plantages en landbouw, Handelsvereniging Amsterdam. Pas na 1958 (conflict over Nieuw-Guinea), kwam daar een eind aan. Het waren de vaders en de grootvaders van de mannen aan de Indische tafel die de koloniale economische machine daar gaande hielden.

De uitbuiting van Indonesië komt maar mondjesmaat aan bod. De heren reflecteren vooral op hun eigen belevenissen. Sommigen zagen hun vader gedurende lange tijd niet, omdat ze door de Japanners bij hun moeder werden geïnterneerd. Sommigen hebben hun vader nooit gekend omdat deze het leven liet in het kamp of gedurende de dwangarbeid. Het is een periode in hun leven die lang zou doorwerken in hun familieleven. Vaders die naar hun rol in het gezin zochten. Moeders die getraumatiseerd waren door wat hen was overkomen.

Het terugkijken op dat deel van hun jeugd is voor de heren moeilijk. De emoties lopen soms hoog op. Het gaat vaak om onverwerkt of opnieuw verwerkt leed dat bij ze binnenkomt en ze bewust maakt van wat ze meegemaakt hebben of wat ze gemist hebben. Tegelijkertijd is het toch wel bijzonder dat ze, blijkens het promotiemateriaal bij ‘De Indische Tafel, jongens van de Japanse Kampen’, kennelijk wekelijks met elkaar lunchen. De kijker moet aannemen dat die lunchgesprekken kennelijk minder aangrijpend zijn dan de herinneringen die ze nu voor de camera van Van Huystee ophalen. Het valt wel op dat naarmate de documentaire vordert, ze steeds meer hun masker verliezen. In het laatste stuk worden het echte mensen en valt de ware emotie ook zonder veel moeite van hun gezicht te lezen. Ze zijn er klaar mee: “Dat eeuwige gezeik over 40-45 … dat is gewoon voorbij!”.

Het moet gezegd, hoe indringend die herinneringen ook zijn, er zitten er weinig tussen die de geïnformeerde kijker niet al eerder heeft gehoord. In die zin is de therapeutische werking voor de heren zelf, en voor Van Huystee waarschijnlijk, groter dan het belang voor de kijker, voor wie de zichtbare emoties en aanleiding zal zijn zich nog eens te realiseren wat een afschuwelijke tijd het was. De waarde van deze documentaire zit hem vooral in het vastleggen van het fenomeen ‘Indische Tafel’ als metafoor voor het gezamenlijk beleefde verdriet en te weten dat nog ergens in Nederland elke week dit groepje bijeenkomt en zich geborgen weet in de collectieve herinnering aan hun leven in Nederlands-Indië. Als tenslotte de laatste twee deelnemers voor het laatst bijeenkomen voor hun allerlaatste Indische tafel, zal deze documentaire het tastbare bewijs van die geschiedenis vormen.

Pieter van Huystee bevestigt met ‘De Indische Tafel, jongens van de Japanse Kampen’ zijn reputatie als doorgewinterde documentaire-maker. Zijn persoonlijke betrokkenheid maakt dat we deze documentaire ook mogen zien als een stukje invulling van zijn persoonlijke geschiedenis. In aanvulling daarop vult de documentaire een gaatje in de geschiedschrijving van Nederland en Nederlands-Indië.

Ton IJlstra

Waardering: 3

Bioscooprelease: 2 april 2026