De minder gelukkige terugkeer van Joszef Katus naar het land van Rembrandt (1966)

Regie: Wim Verstappen | 94 minuten | drama, documentaire | Acteurs: Rudolf Lucieer, Etha Coster, Barbara Meter, Nouchka van Brakel, Ferrie Franssen, Roelof Kiers, Els Joling, Ab van Ieperen, Johannes van Dam, Mattijn Seip, José Verstappen, Ewald Rettich, Shireen Strooker, Roel Van Duyn

Intrigerend lange speelfilmdebuut van regisseur Wim Verstappen en producent Pim de la Parra, die samen ook het scenario schreven. Ze hebben hierbij goed gekeken over de grens, naar de Franse pioniers van de nouvelle vague. Deze “nieuwe golf” is een filmstijl die bedoeld was als tegenwicht tegen de Hollywood-films uit eind jaren 50, maar die er tegelijkertijd ook flink door beïnvloed was. Filmmakers als Jean-Luc Godard, François Truffaut en Eric Roehmer experimenteerden met nieuwe technieken en een geheel eigen stijl.

Verstappen en De La Parra hebben voor ‘De minder gelukkige terugkeer van Joszef Katús naar het land van Rembrandt’ veel inspiratie opgedaan bij de vernieuwingsdrift van hun Franse collega’s en hun ideeën over filmmaken. Het verhaal wordt deels opgeofferd aan een directe, bijna documentaireachtige benadering, waarbij regelmatig de geluidsmicrofoons en soms zelfs de camera in beeld (of in weerspiegeling of schaduw) in beeld zijn. Uiteraard gebeurt dit alles expres. Eén van de andere kenmerken van de nouvelle vague, is dat karakters recht in de camera kijken en de zogeheten “fourth wall” doorbreken (de vierde muur, oftewel het toneel of het bioscoopscherm, waardoor er een vermenging optreedt tussen het getoonde en de werkelijkheid). En dat doet de anonieme achtervolger van Katús dan ook, als hij in de camera verklaart: “Wat ik nou jammer vind, is dat ik in deze film geen stom woord mag zeggen.” (wat uiteraard zijn eigen woorden meteen onderuit haalt).

Rudolf Lucier speelt de titelrol als de minder gelukkige Joszef Katús, die weer naar Amsterdam terugkeert vanuit Parijs (wellicht een verwijzing naar de origine van de nouvelle vague?), maar tijdens de film heeft hij het erover dat hij ook in Oost-Berlijn is geweest. Op zijn eigen verjaardag, 29 april 1966, komt hij aan op het Centraal Station. Vrijwel vanaf het begin loopt er een onbekende man in een lange jas achter hem aan. En niet zo’n beetje onopvallend ook, integendeel. Gaandeweg de speelduur, komt de achtervolger steeds dichterbij, totdat hij vaak bijna naast hem staat. Katús verblijft bij zijn vriendinnetje Mary, die als verpleegster in het ziekenhuis werkt, maar hij doet eigenlijk niks. Bij aanvang verkoopt hij was nep-LSD (suikerklontjes met oogdruppels) aan een kennis, maar verder hangt hij vooral op straat rond.

Daar gebeurt echter genoeg: tijdens een onrustige Koninginnedag loopt Joszef mee met de actiegroepering “Provo”. Deze beweging was ontstaan uit “happenings” die anti-rookactivist Robert Jasper Grootveld organiseerde bij het standbeeld van het “Lieverdje” op het Spui in Amsterdam en de onvrede bij anarchisten die vooral wilden provoceren tegen de verzuilde en autoritaire samenleving. Op straat slenteren en leuzen schreeuwen als “leve de republiek” roepen op Koninginnedag waren destijds bijzonder controversieel, iets waarop de politie en gemeentebestuur geen goed antwoord hadden. En met het uiteenslaan van vreedzame demonstraties werd de al gespannen situatie er ook niet beter op. Omdat Joszef door de camera wordt gevolgd, wordt zo ook meer duidelijk over de doelstellingen en idealen van Provo, waarbij ook heel even nog Provo-voorman Roel van Duijn (later raadslid en wethouder in de hoofdstad) opduikt.

Daarvoor is Joszef al op Paleis Soestdijk geweest (bij Baarn, zo’n veertig kilometer buiten Amsterdam) om het jaarlijkse defilé van het Koninklijk Huis bij te wonen. Het vormt een mooi contrast, alle muziekkorpsen en brave burgers die Hare Majesteit komen toejuichen en dan de joelende massa in de binnenstad, die zich wil afzetten tegen diezelfde maatschappij.

De Dag van de Arbeid (toen nog een groot evenement), Dodenherdenking en Bevrijdingsdag zijn andere dagen tijdens die week, waarop Joszef in zijn bezigheden wordt gevolgd en waarbij hij geplaagd wordt door pijn in zijn solar plexus, de zenuwknoop ter hoogte van de navel. Met een licht ironisch uitgesproken voice-over van Shireen Stooker blijft de aandacht gevangen, ook al gebeurt er weinig bijzonders. Al blijft ook de mysterieuze achtervolger boeien. Wie is hij?

Naast de waarde van de film als eersteling van het duo Verstappen/De la Parra en de eerste Nederlandse nouvelle vague, heeft de film ook vooral cultuur-historische betekenis. Doordat het grootste deel van de speelduur op straat wordt doorgebracht en bij nationale gebeurtenissen, wordt een mooi beeld geschetst van het Nederland van 1966.

Opvallend is hoeveel Nederlands film- en televisietalent aan deze film meewerkte, vooral achter de schermen. Behalve uiteraard de al genoemde Verstappen en De La Parra, voerden Jan de Bont, Frans Bromet en Wim van der Linden de camera’s en deden zij het geluid, gaf Berend Boudewijn castingadviezen. Noucha van Brakel, hier nog als actrice, zou drie jaar later haar regiedebuut maken.

Bij het uitbrengen in 1966 had de film meteen al één record in handen: ‘De minder gelukkige terugkeer van Joszef Katus naar het land van Rembrandt’ was èn is nog altijd de langste titel voor een Nederlandse film.

Hans Geurts