De pijnbank (1998)

Regie: Theo van Gogh | 102 minuten | misdaad, drama | Acteurs: Eric van Sauers, Paul de Leeuw, Roeland Fernhout, Ted Schipper, Dave Schram, Camilla Siegertsz, Aad Tobeck, Justus van Oel, Jack Wouterse

Theatermaker en columnist Justus van Oel speelde aan het begin van de jaren negentig de voorstelling ‘De pijnbank’, samen met acteur Maarten Wansink. Hij liet zich voor het verhaal inspireren door ‘Glengarry Glen Ross’, het succesvolle en veelbekroonde toneelstuk van David Mamet dat in 1994 ook verfilmd zou worden, met in de hoofdrollen onder anderen Al Pacino, Jack Lemmon en Kevin Spacey. Waar dat verhaal gaat over vier makelaars die elkaar het leven zuur maken, draait het in de versie van Van Oel om bankmedewerkers. In 1998 maakte Theo van Gogh een filmversie van Van Oels script. Verrassende naam in de kleine cast is die van Paul de Leeuw, die een gefrustreerde cliënt speelt van de sadistische bankmedewerker Peter de Bock (Jack Wouterse). Een cliënt die ze zelf echter ook niet echt op een rijtje heeft, en dat komt niet alleen omdat hij dankzij De Bock financieel compleet aan de grond zit.

Sadisme en martelpraktijken spelen een hoofdrol in ‘De pijnbank’. De Bock werkte lange tijd voor een kleinere bank, maar nu die overgenomen is door een veel grotere speler in de financiële wereld, hangt zijn ontslag als een zwaard van Damocles boven zijn hoofd. De nieuwe manager Bauke van Lier (Roeland Fernhout) maakt er geen geheim van dat hij hem het liefst zo snel mogelijk wegwerkt en ontneemt hem al zijn privileges. Hij zet hem bovendien op een kamer met beurshandelaar Martin Krawinkel (Eric van Sauers), die zijn baan evenmin zeker is. De Bock weigert zich echter zomaar te laten wegjagen en zet zijn hakken stevig in het zand. Hij houdt zich redelijk staande, tot Jos Vlierboom (Paul De Leeuw) opduikt, een oude klant die nog een appeltje met hem te schillen heeft.

‘De pijnbank’ is gedraaid met een klein budget – Van Gogh, De Leeuw en producent Dave Schram brachten gezamenlijk de benodigde drie ton bijeen – maar die kleinschalige aanpak past eigenlijk prima bij een film met een beklemmende sfeer en een toneelachtige setting. De toon is grimmig en cynisch (bespaar je de moeite om een favoriet (lees: meest sympathiek) personage aan te wijzen; geen van de vier heren heeft een onbesmeurd blazoen) en centraal staat het thema ‘martelen voor geld’. Met name het personage van De Leeuw is nogal gefascineerd door martelen – deze psychopaat vergelijkt zichzelf met Jezus en slaat op een zeker moment zelfs een spijker door zijn voet. De Leeuw overtuigt jammer genoeg niet helemaal (wellicht omdat hij simpelweg te bekend is om helemaal op te gaan in een personage), in tegenstelling tot Wouterse, die het meest weet te boeien. 

‘De pijnbank’ pakt jammer genoeg niet helemaal zo uit als de bedoeling van de makers geweest moet zijn; de vele dialogen zijn niet altijd even helder en geloofwaardig en het verhaal wordt, zeker naar het einde toe, wat potsierlijk. Dat je desondanks tot de laatste minuut geboeid blijft kijken, is vooral de verdienste van Van Gogh, die de film, ondanks zijn gebreken, dreigend en onvoorspelbaar houdt.

Patricia Smagge