De Poolse bruid (1998)

Regie: Karim Traïdia | 90 minuten | drama, romantiek | Acteurs: Jaap Spijkers, Monic Hendrickx, Rudi Falkenhagen, Roef Ragas, Hakim Traïdia, Soraya Traïdia     

Zo deden opa en oma dat dus: je keek elkaar in de ogen, zweeg nog eens even en wist genoeg. ‘De Poolse bruid’ is een ode aan het plattelandsleven zoals dat op dit moment aan het verdwijnen is. Zwijgende mensen, mensen die zwijgen omdat het al goed is. Minder is meer, zelfs als het te weinig lijkt.

‘De Poolse bruid’ begint bijna Bijbels. Als door God gezonden valt de vluchtende Anna bebloed en wel neer op het erf van Henk Woldring, als een lam Gods, een vondeling, het kindje Jezus. Henk zet haar onder de douche en stopt haar in bed, met de vanzelfsprekende zorgzaamheid van een boer voor zijn dieren. Anna lijkt bescherming te zoeken en weegt haar belangen af tegen elkaar, totdat ze weet dat ze de rotsvaste maar simpele Henk zelf moet verleiden (subtiel spel van Monic Hendrickx).

‘De Poolse bruid’ is misschien wel een oer-Nederlandse film in de zin van eindeloze horizonten, eetgedrag en warsheid van artistiekerig gedoe, maar waar Nederland in films van Alex van Warmerdam bijvoorbeeld slechts decor is van een surrealistische wereld, is het hier essentieel onderdeel van het thema: de langzame liefde van Henk en Anna. Zij vlucht van de hectiek en de onzekerheid van het hoerenbestaan het land in, het erf op, achter de rug van een man die zijn geboortegrond nooit zal verlaten. Interessant ook om dat te koppelen aan een allochtone vrouw. Zonder in multiculti-gejuich te vervallen kan hier gezegd worden dat het lot twee mensen samenbrengt die elkaar anders nooit zouden ontmoeten.

Toch moeten we streng zijn voor deze film. Low-budget of niet, de twee boeven Falkenhagen en Ragas, die Anna’s louche werkgevers spelen, zijn echt ver beneden de maat. Zij verschijnen plots ten tonele, hoe zij weten dat Anna in de boerderij verblijft is een raadsel en dan doen ze ook nog eens geen moeite om haar te benaderen. Ze bedreigen daarentegen Henk, met Falkenhagen als Linke Loetje en Ragas als wethouder Hekking. Meer aandacht voor detail was hier wel op zijn plaats geweest, want het afwenden van dreigend gevaar is essentieel in de toenadering van Henk en Anna; zonde om daar nu zo slordig mee om te springen. Ook het einde is niet helemaal in overeenstemming met het slepende karakter van de film, maar het liefdesthema blijft overeind, met name door Spijkers en Hendrickx.

Jan-Kees Verschuure