De vierde man (1983)

Regie: Paul Verhoeven | 105 minuten | drama | Acteurs: Jeroen Krabbé, Renée Soutendijk, Thom Hoffman, Dolf de Vries, Geert de Jong, Hans Veerman, Hero Muller, Caroline de Beus, Reinout Bussemaker, Erik J. Meijer, Ursul de Geer, Filip Bolluyt, Hedda Lornie, Paul Nygaard, Guus van der Made, Pamela Teves, Hella Faassen, Hellen Hedy

‘De vierde man’ is een matige film uit het indrukwekkende oeuvre van regisseur Paul Verhoeven. De gebeurtenissen over een befaamd schrijver die betrokken raakt bij een gevaarlijk liefdesspel boeien zelden. Het verhaal is onoverzichtelijk, de acteurs niet best en er is een overdaad aan symboliek.

Verhoevens film bestaat uit veel scènes die het veel beter doen in boekvorm dan op het doek. Je kunt iets groots en ongrijpbaars als menselijke fantasie namelijk heel moeilijk in beeld weergeven. In een boek daarentegen is de fantasie van de lezer onbegrensd. ‘De vierde man’ wordt zo een film die bestaat uit kleine, onsamenhangende gebeurtenissen die niet leiden tot een mooi geheel.

Daarnaast lijdt de film onder aan overdaad aan symboliek. Zo wordt al ras duidelijk in het verhaal dat Krabbé gelovig is, hoewel veel van zijn daden hem niet dichterbij de heer brengen: integendeel! Verhoeven overstelpt je echter met shots van religieuze symbolen als Jezusfiguren en crucifixen. Een ander, overduidelijk gegeven is Krabbés obsessie met de dood. De voortdurende verwijzingen naar begrafenissen en doodskisten irriteren naar verloop van tijd.

Gelukkig zit er een stijgende lijn in het verhaal. Op zich is het knap dat Verhoeven van een slap en slecht begin uiteindelijk nog een redelijk resultaat maakt. Vanaf het moment dat je ontdekt wie of wat de vierde man is, ontstaat een aardig schouwspel, omdat je dan eindelijk weet waar alle voorafgaande onzin toe diende. Maar dan is het al te laat.

Wat ook niet helpt, zijn de matige prestaties van de hoofdrolspelers. Krabbé senior doet opzichtig zijn best, maar overtuigt niet als schrijver die de werkelijkheid niet kan scheiden van de fantasie. Daarnaast ligt zijn voorkeur voor jonge mannen er wel erg dik bovenop, op het gênante af. Renée Soutendijk komt beter uit de verf als mysterieuze femme fatale, terwijl Thom Hoffman niet imponeert als macho die heimelijk de herenliefde probeert. Als slagroom op de taart blijkt een ex-man van Soutendijk niemand minder te zijn dan Ursul de Geer, hetgeen ook al geen extra punten voor de film oplevert.

Gelukkig toont Verhoeven op technisch vlak waarom hij één van de grootste Nederlandse filmregisseurs is. Zijn cameravoering is gewoon goed. De camera vangt de acteurs soepel in beeld en bevordert de kwaliteit van de film. De shots zijn netjes, soms overdreven gestileerd, maar dat past wel bij materiaal uit de jaren tachtig. Esthetisch bekeken, is ‘De vierde man’ zelfs een indrukwekkende film, maar voor een goede film is meer nodig.

Verhoevens laatste Nederlandse produktie, voordat hij vertrok naar de Verenigde Staten, verzandt in een wirwar van middelmaat. De toch niet misselijke cast vormt ook geen verbetering. ‘De vierde man’ is niet veel meer dan los zand en één van Paul Verhoevens mindere speelfilms.

Robbert Bitter