Dear Wendy (2005)

Regie: Thomas Vinterberg | 105 minuten | drama | Acteurs: Jamie Bell, Bill Pullman, Michael Angarano, Danso Gordon, Novella Nelson, Chris Owen, Alison Pill, Mark Webber, Maria Charles, Trevor Cooper, Matthew Geczy, Teddy Kempner, Thomas Bo Larsen

Lars von Trier maakte in 2003 met ‘Dogville’ een film die op zijn zachtst gezegd wisselend werd ontvangen. Sommige critici spraken van een schitterend vormexperiment en een diepgaande morele vertelling, andere van een pretentieuze mislukking. ‘Dogville’ was het eerste deel van wat een kritische trilogie over het hedendaags Amerika moest worden. Hoewel ‘Dear Wendy’ officieel is uitgebracht als film van Thomas Vinterberg (‘Festen’) wijst alles erop dat het hier feitelijk gaat om het tweede deel van Von Triers trilogie. En opnieuw bezorgt het Deens enfant terrible pers en publiek de nodige grijze haren.

‘Dear Wendy’ speelt zich af in Estherslope, een Amerikaans mijnwerkersplaatsje dat een beetje lijkt op een gemoderniseerd Wild West-stadje, maar meer nog op een themapark waar Europeanen Amerikaantje kunnen spelen. Er is een drugstore, een sheriff, een hulpsheriff, een authentieke neger, een oude negerin en er is een mijn waarin je fijn kunt spelen. In het stadje gaan geruchten over criminele gangs en er zijn ook wapens, veel wapens. In deze omgeving woont de jonge Dick, theoretisch pacifist en geboren loser. Hij wordt verliefd op een revolver die hij Wendy noemt, waarna hij met zijn vriendjes een jeugdclub begint met eigen rituelen en regels. Dat moet natuurlijk misgaan.

Mocht ‘Dear Wendy’ een commentaar zijn op de Amerikaanse preoccupatie met wapens, dan mist het iedere overtuiging. Dick en zijn vrienden beweren dan wel dat ze zich sterker voelen met hun pistolen op zak, maar invoelbaar maken ze dat nooit. Ook wordt er nauwelijks stilgestaan bij de fascinerende macht van het schiettuig, dat van iedere loser een God maakt die beschikt over leven en dood. Wel zien we de jongeren zich verdiepen in allerlei technische aspecten van hun wapens, maar het lijkt allemaal bij een theoretische interesse te blijven.

Over de plot valt al helemaal niets positiefs te melden, want die is te bizar voor woorden. De manier waarop de jongeren tenslotte bij knetterhard geweld worden betrokken is zo belachelijk, dat het moeilijk is om ‘Dear Wendy’ vanaf dat moment anders te zien dan als komedie. Maar ook als komedie schiet de film tekort omdat de (onbedoeld?) komische elementen pas op het eind de overhand krijgen. Voordat het zover is, kijken we naar een bloedserieus verhaal gegoten in licht experimentele vorm. Minder experimenteel dan Dogville maar nog altijd genoeg om de gemiddelde bioscoopbezoeker de zaal uit te jagen.

Ongetwijfeld zullen er filmliefhebbers zijn die in ‘Dear Wendy’ een meesterwerk zien. De pacifistische wapendragers als beeld van het huidige Amerika, dat in woorden vrede preekt maar in daden oorlog voert. De onzichtbare gangs als beeld van de denkbeeldige vijanden van de Amerikaanse samenleving. In theorie niet eens zo onaannemelijk, maar in de praktijk is Dear Wendy een ongemakkelijke mix geworden van een halfbakken experiment en een onzinnige plot. Daar kunnen zelfs de populaire Jamie Bell en veteraan Bill Pulman niets aan verhelpen.

Zo biedt ‘Dear Wendy’ heel wat minder kwaliteit dan je van de makers van ‘Festen’ en ‘Breaking the Waves’ zou mogen verwachten. Al met al de hoogste tijd dat Von Trier en Vinterberg hun blik weer eens naar Europa richten en films gaan produceren met wat meer inhoud en wat minder vorm. Kunnen we deze mislukking zo snel mogelijk vergeten.

Henny Wouters