Des hommes et des dieux (2010)

Regie: Xavier Beauvois | 120 minuten | drama, oorlog | Acteurs: Lambert Wilson, Michael Lonsdale, Olivier Rabourdin, Philippe Laudenbach, Jacques Herlin, Loïc Pichon, Xavier Maly, Jean-Marie Frin, Abdelhafid Metalsi, Sabrina Ouazani, Abdellah Moundy, Olivier Perrier, Farid Larbi, Adel Bencherif, Benhaïssa Ahouari, Idriss Karimi, Abdellah Chakiri, Goran Kostic, Stanislas Stanic, Arben Bajraktaraj, Zhour Laamri

“Een goede herder verlaat zijn kudde niet als de wolf komt”, klinkt het in ‘Des hommes et des dieux’ als een groep van acht monniken voor het wellicht belangrijkste besluit van hun leven staat: toegeven aan terreur of vasthouden aan hun idealen maar daarbij praktisch hun eigen doodsvonnis tekenen. Gebaseerd op het waargebeurde drama uit 1996 waarbij zeven Franse monniken gedood werden door terroristen, neemt regisseur Xavier Beauvois de kijker in diens nieuwste productie mee in een emotioneel maar tevens hoopvol verhaal over het vasthouden aan waarden en vreedzaam samenleven van religies. Of, zoals de Fransman de film zelf zou opsommen: over liberté, egalité en fraternité.

Beauvois heeft het verhaal uitgewerkt in de levensstijl van zijn hoofdpersonen: sober en bedaard. De verhaallijn, die zich al zonder al teveel haast afwikkelt, wordt verder in tempo verlaagd door lange shots van het Afrikaanse landschap, (soms) slepende close-ups van de hoofdrolspelers, die vaak net even te lang aanhouden, en een redelijk groot aantal scènes waarbij we de monniken biddend en zingend in actie zien. Hoewel hiermee flink wat tempo uit de film gehaald wordt, sluit het wel prima aan bij het religieuze thema van de film en krijgt de kijker een goede indruk van het tempo van het kloosterleven. Met name in het eerste deel van de film hebben de makers flink de tijd genomen een beeld van het kloosterleven en de probleemloze samenwerking met de Islamitische bevolking in het kleine dorp te schetsen. Het Atlasklooster vervult een dragende functie voor hen (“de boomtak waarop de vogels rusten”), in de eerste plaats vanwege de ziekenzorg van broeder Luc, maar ook bij de verbouwing van gewassen, en het voorzien in hulp aan ongeletterden bij het invullen van formulieren. Zelfs bij het vieren van een besnijdenis staan twee broeders uit het klooster op de stoep met felicitaties.

Het lijkt een oecumenisch ideaalplaatje zonder einde, dat echter dan toch ruw verstoord wordt als terroristen in de buurt van het klooster slachtoffers maken en het leven van buitenlanders in de regio zwaar onder druk komt te staan. Een eerste kennismaking met de terroristen – ze vallen het klooster binnen op kerstavond omdat ze medicijnen nodig hebben – loopt nog goed af met excuses en een handdruk. Gruwelijke moorden in de omgeving dwingen de monniken echter om belangrijke keuzes te maken; in eerste instantie over het wel of niet toestaan van militaire bescherming, en uiteindelijk: vertrekken we of blijven we, ondanks alle risico’s? Het noodlot van de monniken is helaas bekend en daarmee ook hun keuze. In dit deel van de film werkt de sobere stijl, die in schril contrast staat met de grove en vluchtige manier van handelen van de terroristen, duidelijk in het voordeel: het brengt de gespannen situaties op realistische en geloofwaardige wijze gevaarlijk dicht bij de kijker.

Met name bij de motivatie die leidt tot de beslissing van de monniken om in het klooster te blijven, wordt echter duidelijk dat ‘Des hommes et des dieux’ weliswaar door niet-gelovigen als ‘gewone’ film gewaardeerd kan worden, maar daarbij een zekere hoeveelheid aan zielskracht verliest. Gedurende de film wordt van de kijker gevergd zelf veel in te vullen en daarbij doet Beauvois wat hij van tevoren beoogde: geen reconstructie van de situatie van 1996 geven, maar de gespannen sfeer van het moment proberen te vangen en weer te geven. Een beslissing die de film zeker meer karakter geeft, maar op de niet-religieus onderlegde kijker geen positieve uitwerking heeft. Wie zich niet het gedachtegoed van de monniken en gelovigen in het algemeen eigen kan maken gedurende de film, mist een essentieel deel van de motivatie die schuilgaat achter de beslissing van de monniken om te blijven, en daarmee ook een stuk waardering voor de film. Hetzelfde geldt voor de zeer fraaie ‘laatste avondmaal’-scène en diverse dialogen door de film heen. Blijft over een film met mooie vergezichten, hier en daar wat kleine lachmomenten, hymnen op de achtergrond, maar vooral veel rust. En onthaasten in de bioscoop, daar moet je maar net van houden.

Marlou Smit