Destination Tokyo (1943)

Regie: Delmer Daves | 135 minuten | oorlog, avontuur | Acteurs: Cary Grant, John Garfield, Alan Hale, John Ridgely, Dane Clark, Warner Anderson, William Prince, Robert Hutton, Tom Tully, Faye Emerson, Peter Whitney, Warren Douglas, John Forsythe, John Alvin, Bill Kennedy

In de meeste van zijn films steelt Cary Grant de show als de charmante playboy. Zijn oeuvre bestaat dan ook voornamelijk uit romantische komedies. Desondanks was hij ook prima geschikt om de hoofdrol te spelen in heroïsche films. Zo maakte hij in 1939 ‘Only Angels Have Wings’, over de avonturen van een groep piloten die gestationeerd zijn in de Andes. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verleende Grant zijn medewerking aan de propagandistische film ‘Destination Tokyo’. Hierin speelt de filmlegende de kapitein van een onderzeeboot van het Amerikaanse leger, die op een geheime missie naar Japan gaat om belangrijke informatie te verzamelen. Het zou de eerste en enige oorlogsfilm worden die Grant zou maken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na dit eenmalige uitstapje keerde hij namelijk weer terug naar een veel onschuldiger genre: de romantische komedie.

‘Destination Tokyo’ biedt de kijker een behoorlijk realistisch kijkje in de wereld van de Amerikaanse marine tijdens de Tweede Wereldoorlog. Kapitein Cassidy (Cary Grant) en zijn crew hebben de opdracht hun onderzeeboot de USS Copperfin naar de baai van Tokio te brengen om daar informatie te verzamelen voor de op handen zijnde inval door het slagschip onder leiding van kapitein James Doolittle. De groep mannen verlaat de thuishaven op kerstavond, zonder een mogelijkheid het thuisfront nog even gedag te zeggen aangezien alle telefoonlijnen bezet zijn. De eerste dagen van de tocht verlopen vrij gewoontjes; de mannen vieren kerst, jutten elkaar op over vrouwen, discussiëren over het geloof en luisteren naar de adviezen van veteraan Cookie (Alan Hale). Een van de nieuwelingen is Tommy (Robert Hutton), die vrijwel direct in het diepe wordt gegooid op het eerste moment dat de Amerikanen in contact komen met de Japanners. Eenmaal bij de baai van Tokio aangekomen worden Wolf (John Garfield), Raymond (John Ridgely) en Sparks (John Forsythe) er op uit gestuurd om de informatie binnen te halen en via de radio door te seinen naar Doolittle. Maar de Japanners krijgen lucht van de geheime missie en proberen deze te dwarsbomen.

Delmer Daves maakte met ‘Destination Tokyo’ zijn regiedebuut en doet dat niet onverdienstelijk. Daves was tevens verantwoordelijk voor het scenario, dat gebaseerd was op een verhaal van Steve Fisher. Omdat deze film midden in de Tweede Wereldoorlog werd gemaakt, zal het niet verbazen dat hij behoorlijk patriottisch van insteek is. De anti-Japanse sentimenten worden zwaar benadrukt, onder meer door een monoloog van de door Cary Grant gespeelde kapitein waarin hij niet zozeer het Japanse volk als wel het militaristische systeem van het land verguist. Hij heeft het over een regime ‘that puts daggers into the hands of five-year-olds’, in tegenstelling tot Amerika waar kinderen gewoon nog kind kunnen zijn en vrij zijn om te spelen. Ook de Amerikaanse identiteit en eenheid wordt centraal gesteld, in de persoon van ‘Tin Can’ (Dane Clark), die geen Griek is maar een Greek-American. In feite staat alles in deze film in het teken van de verheerlijking van de Amerikaanse normen en waarden. Meest stuitend is misschien nog wel de atheïst Pills (William Prince) na verloop van tijd ineens tóch in God begint te geloven. Voor een hedendaags publiek is de geloofwaardigheid daardoor ver te zoeken, maar in 1943 zal het zijn doel zeker niet gemist hebben.

Er zijn gelukkig ook heel wat positieve kanten aan ‘Destination Tokyo’. Zo wordt er uitstekend in geacteerd. Cary Grant laat maar weer eens zien dat hij veel meer in huis heeft dan wat hij meestal laat zien. Zijn sober gespeelde kapitein Cassidy komt integer en intelligent over. Hoewel de overige rollen behoorlijk eendimensionaal zijn, worden ze toch goed ingevuld. Het is altijd een genot om de helaas veel te jong gestorven John Garfield (‘The Postman Always Rings Twice’, 1946) aan het werk te zien. De rol van de luidruchtige, rokkenjagende Wolf speelt hij met verve. Ook Alan Hale, Dane Clark, Robert Hutton, William Prince en John Ridgely laten zich van hun beste kant zien. Meeleven met deze personages is dan ook niet zo moeilijk. In het scenario wordt de spanning gestaag opgebouwd. Gedurende het eerste uur gebeurt er in feite weinig, maar kun je wel goed zien hoe het er in een onderzeeboot aan toe ging. Pas in de tweede helft zit je op het puntje van je stoel van de spanning. Met zijn 135 minuten is ‘Destination Tokyo’ wat aan de lange kant. Er had best een half uur uit kunnen worden geknipt. Productiewaarden zijn uitstekend; de actiescènes zien er – zeker voor een film uit 1943 – gelikt uit.

‘Destination Tokyo’ heeft heel duidelijk twee kanten. Aan de ene kant is dit een te lange, zeer propagandistische film, waarbij de anti-Japanse sentimenten voor de moderne kijker grote ergernissen zullen opwekken. Maar een rolprent als deze moet je uiteraard in de tijd plaatsen. Als je door al die pro-Amerikaanse propaganda en verheerlijking van de Amerikaanse normen en waarden heen prikt is dit een uitstekend gemaakte oorlogsfilm waarin sterk geacteerd wordt en waarin de spanning (in het tweede deel althans) hoogtij viert. Een film met zijn gebreken, maar zeker ook met zijn sterke kanten. Een aanrader voor de fans van Wolfgang Petersens ‘Das Boot’ (1981).

Patricia Smagge