Deuce Bigalow: European Gigolo (2005)

Regie: Mike Bigelow | 84 minuten | komedie | Acteurs: Rob Schneider, Eddie Griffin, Hanna Verboom, Edwin Alofs, Fred Armisen, Kelly Brook, Elisabetta Canalis, Johnny de Mol, Nicolas de Pruyssenaere, Erik de Vogel, Carolina Dijkhuizen, Federico Dordei, John Farley, Cees Geel, Dana Min Goodman, Mickey Hoogendijk, Cas Jansen, Chantal Janzen, Charles Keating, Jeroen Krabbé, Bobbi Sue Luther, Vincent Martella, Kris McKay, Bastiaan Ragas, Miranda Raison, Elle van Rijn, Til Schweiger, Douglas Sills, Sylvana Simons, Wouter Smit, Kostas Sommer, Rachel Stevens, Zoe Telford, Nicolette van Dam, Corinne van den Heuvel, Peter van Hoof, Julia Lea Wolov

Zet de Raspberries maar vast klaar. De zoektocht naar slechtste film van het jaar kan nu al gestaakt worden. Een knappe jongen die voor het eind van het jaar een nog beroerder product dan ‘Deuce Bigalow: European Gigolo’ in elkaar flanst. Alhoewel, er is wel zo’n anderhalve scène in de film te vinden die geslaagd is, dus het kan theoretisch gezien nog slechter.

Om de eerste “Deuce”-film goed te noemen gaat wat ver, maar het uitgangspunt was best vermakelijk en vele scènes waren toch wel redelijk effectief. Het is voor te stellen dat de film voor sommige toeschouwers een zogenaamde “guilty pleasure” kan zijn. Echter, na één zo’n film is de bron toch wel zo’n beetje uitgeput, zou je zeggen. Hoe lang kan het idee van de kneuzerige gigolo die allerlei vreemde vrouwen tegenkomt immers uitgemolken worden? In de eerste film moest al toevlucht gezocht worden tot parodiërende humor om de film boeiend te houden. In het geval van de nieuwe ‘Deuce’ is, met betrekking tot extra bronnen van humor, gekozen voor een nieuwe locatie, te weten Nederland, alsmede voor een concurrerende gemeenschap van man-hoeren en een slap misdaadplotje over een manhoer-moordenaar.

Praktisch niets werkt. Niet de ontmoetingen met de freaky vrouwen, niet de verplichte grappen over coffeeshops en de “red light district”, niet de grappig bedoelde dialogen van de andere manhoeren, en ook niet de zoektocht naar de moordenaar. Ook de “running gag” dat iedere Nederlander of Europeaan Amerikanen verfoeit vanwege de oorlog in Irak en dit argument op ieder willekeurig moment naar voren brengt, wordt op een onleuke, vermoeiende manier gepresenteerd. Al is een scène met een Fransman in een zee-aquarium wel grappig. De betreffende acteur weet op een erg droge manier Deuce te beledigen en tegen te werken. Wanneer Deuce bezwaar maakt tegen het roken van een sigaret door de Fransman, reageert deze met: “What are you gonna do? Would you like to search me for weapons of mass destruction? Are you going to take wine away from my children?”. Maar verder valt er bar weinig te genieten. En elke nationaliteit wordt uitermate stereotiep neergezet, zonder dat het grappig is. Zo worden de Japanse gigolo’s continu beschimpt omdat ze minder goed “bedeeld” zijn dan hun collega’s. Een briljante grap.

De “gross-out” humor bereikt een dieptepunt in de film, met scènes waarvan de Farelly broertjes zelfs nog van zouden gaan blozen. Wat te denken van een vrouw met wel heel bijzondere fysieke afwijking: een penis op de plaats waar normaal haar neus zou zitten. Wanneer ze het naar haar zin heeft richt dit lichaamsdeel zich op (vanonder een sluier), en je wilt niet weten wat er gebeurt als ze moet niezen. Ook komen er letterlijk scheetgrappen in de film voor en wordt het harige scrotum van Eddie Griffin aangevallen door een kat. Gewoon flauw zijn de vrouw met tracheotomieholte waar ze haar sigarettenrook mee uitademt en waar (per ongeluk) haar wijn uitstroomt (met Deuce die het gat met zijn vinger probeert te dichten), en de reusachtige vrouw die van Deuce verlangt dat hij zich als een baby verkleedt.

Hanna Verboom zorgt als vriendin van Deuce wonderwel nog voor enkele schattige, aandoenlijke momenten, maar meestal is haar optreden, net als dat van de rest van de cast gereduceerd tot artificiële, absurde, en wat het meest kwalijke is, ongrappige gedragingen die de kijker doen zuchten of op zijn horloge doen kijken hoe lang deze kwelling die ‘Deuce Bigalow: European Gigolo’ heet nu reeds bezig is. Ook Eddie Griffin, als sidekick van Deuce, kan de film niet voorzien van voldoende amusement. Het materiaal is gewoonweg te slecht. En wat haalde Jeroen Krabbé zich eigenlijk in zijn hoofd toen hij “ja” zei tegen deze film? Volgens het persmateriaal is hij hiertoe aangezet door zijn zoon Jacob. Waarschijnlijk was dit de laatste keer dat hij naar hem geluisterd heeft. Maar ach, hij kon op zijn fiets naar zijn werk, dus dat was in ieder geval een voordeel. Voor de toeschouwer is zijn aanwezigheid in ieder geval in één scène (of shot) amusant te noemen. Het gaat hier om een flashback waarin we Krabbé met een geestig en nerdy bloempotkapsel in de schoolbanken zien zitten. Wat hiernaast de kijker nog enigszins wakker kan houden zijn de vlagen van herkenning met betrekking tot de Nederlandse locaties en de keur aan Nederlandse acteurs die voorbijkomt. Naast Jeroen Krabbé zijn daar onder anderen Chantal Janzen, Bastiaan Ragas, Mickey Hoogendijk, Erik de Vogel, Cees Geel en Sylvana Simons die enkele seconden in beeld verschijnen.

Maar buiten de hoedanigheid van de film als Nederlands zoekplaatje is de film werkelijk een wanproduct, en niet de moeite waard om je geld en kostbare tijd aan te verspillen.

Bart Rietvink

Waardering: 0,5

Bioscooprelease: 18 augustus 2005