Divine Comedy – Komedie Elahi (2025)
Regie: Ali Asgari | 96 minuten | drama, komedie | Acteurs: Bahram Ark, Sadaf Asgari, Bahman Ark, Faezeh Rad, Amirreza Ranjbaran, Hossein Soleimani, Mohammad Soori
‘Divine Comedy’ past prima in de immer groeiende lijst van kwalitatief hoogwaardige Iraanse films. De film is gemaakt met simpele middelen, maar brengt zeer effectief de boodschap over. Er valt wel wat te lachen over de Iraanse bureaucratie die alle mogelijke moeite doet om onwelgevallige filmvertoningen te verbieden. De film legt ook het conflict bloot tussen onafhankelijke filmmakers die vrij willen zijn om te maken wat ze zelf willen maken en filmmakers die er geen bezwaar tegen hebben om films te maken die min of meer passen in het toestemmingsbeleid en de censuur van de Iraanse overheid. Een boodschap die wellicht in contrast staat tot ‘La Divina Commedia’ van Dante waaraan hier en daar wordt gerefereerd in de film. De reis die in Dante’s Comedia wordt gemaakt, van hel naar vagevuur naar hemel, kan niet echt worden teruggevonden in dit werk van Asgari.
‘Divine Comedy’ bevat een bepaalde zwarte humor die je even moet zien. Daarom moet de kijker even de tijd nemen om te doorgronden wat ‘niet klopt’. Bahram en Bahman Ark, filmmakers in het echte leven, spelen een versie van zichzelf in de film, evenals Sadaf, het maatje van Bahram (door Sadaf Asgari), met haar kobaltblauw geverfde haar. Ze doen dat met een droge humor en tegelijkertijd zeer serieus. Het gaat immers niet om niets!
Bahram heeft een film gemaakt die hij wil laten vertonen in bioscopen in Iran. Helaas bevat zijn film teveel elementen die niet passen in de culturele en religieuze opvattingen van de autoriteiten. In het eerste gesprek dat we meemaken blijft de beambte anoniem. De camera is statisch en gericht op Bahram die aanhoort wat de beambte ter berde brengt. Hij probeert dat vruchteloos te ontzenuwen. Ook het voorstel om de beelden van een hond uit de film te knippen (de hond is onrein) kan niet op een positief onthaal rekenen. Bahram is niet van plan om ook maar één frame uit zijn film te halen. Het gevolg? Geen toestemming om de film te vertonen.
In ‘Divine Comedy’ toert hij samen met Sadaf op haar roze scootertje door Teheran, op zoek naar mogelijkheden om hun film te vertonen. De cocaïne snuivende Rouzbeh (Hossein Soleimani) biedt uitkomst. Hij is rijk en heeft een eigen bioscoop die hij op korte termijn kan vullen. Helaas wordt na het vertrek van Bahman zijn dure projector in beslag genomen en gaat dat plan ook over.
Ondertussen worden ze op hun weg permanent gevolgd zodat de autoriteiten precies weten wat ze uitvoeren. In dat verband wordt Bahram gedwongen om een onduidelijke overheidsfunctionaris te ontmoeten in een coole bar. Haranof (Mohammad Soori) biedt hem onbeperkte middelen aan om een film te maken die wel past in de vakjes van de Iraanse autoriteiten. Jonas in de walvis lijkt hem een geschikt thema, of anders een oorlogsfilm die in Syrië zou kunnen worden gedraaid (hij krijgt genoeg geld om zoveel tanks op te blazen als hij maar wil!). Bahram krijgt er maar geen goed gevoel bij. Zijn tweelingbroer, die ook filmregisseur is, maakt wel films die in passen in het Iraanse cultuurbeleid. Met deze succesvolle broer heeft hij een lang gesprek in zijn zeer luxueuze onderkomen. Daarin halen ze herinneringen op aan hun armoedige jeugd en de moeite die ze moesten doen om films te kunnen zien. Voor de goede verstaander is er heel wat te zien in dat mooie huis. Een prachtige poster van Jean-Luc Godard bijvoorbeeld, of een Scandinavische minimalistische kunstprint van een merel (‘One must dash’), of een beker met de geprinte tekst: Big Boss. Het zijn allemaal referenties naar een andere wereld. Niet de wereld waar de broer van Bahram in leeft maar naar een wereld waarin hij zou willen leven. De nouvelle vague, minimalisme een tikje narcistisch zijn geen begrippen uit zijn werk wat in hoge mate conformistische kunst is. Aan die broer moet Bahram zich spiegelen…
Als het dan uiteindelijk toch lijkt te lukken om de film van Bahram te vertonen wordt op de televisie de val van Assad in Syrië aangekondigd. Deze coup de théâtre heeft dan wel weer bijzondere consequenties voor Barham en Sadaf.
In zekere zin zet regisseur Ali Asgari (1982) ‘Divine Comedy’ neer als een soort vervolg op zijn eerdere succesvolle ‘Terrestrial verses’. De beeldtaal is hetzelfde: de personages blijven lang in beeld (in ‘Terrestrial verses’ werden ze in beeld gebracht als miniatuurtjes) en de camerapositie is eigenlijk altijd statisch. Het effect hiervan is dat de kijker geen hinder ondervindt van snel gemonteerde beelden maar de tijd heeft om te luisteren naar wat wordt gezegd en zo tot zich door kan laten dringen hoe absurd sommige uitlatingen zijn, althans … in onze context. De ironische toon uit ‘Terrestrial verses’ wordt voortgezet en uitvergroot doordat het praktische consequenties krijgt. Deze zijn soms ook doorspekt met bijzondere humor, let maar eens op de rol van de hond tijdens de vertoning. Ook het blauwe haar van Sadaf Asgari en haar roze scootertje vormen een mooi contrast met de strenge regeltjes van de bureaucratie en de censuur. Sadaf Asgari (1992) is een van de meest invloedrijke jonge actrices in de Iraanse cinema. Zij won in 2019 een Special Jury Award bij het bekende Sundance Film Festival voor haar rol in ‘Exam’.
Regisseur Ali Asgari, een oom van Sadaf Asgari, benadrukt dat zijn film geworteld is in puur realisme van een verstikkende bureaucratische overheid. Tegelijkertijd – en dat is ook realisme – zien we hoe deze individuen om de beperkingen heen walsen en toch een manier hebben gevonden om om te gaan met de regeltjes en de kleinzieligheid. Het laat zien dat wat je ziet niet altijd is wat je krijgt en dat de menselijke geest soms getuigt van een grote en flexibele creativiteit.
Ton IJlstra
Waardering: 3.5
Bioscooprelease: 4 juni 2026
