Don (2006)

Regie: Arend Steenbergen | 94 minuten | drama, familie, sport | Acteurs: Clemens Levert, Marius Gottlieb, Keisha Boye, Samir Veen, Caroline de Bruijn, Reinout Bussemaker, Sander Foppele, Jeroen Spitzenberger

‘Don’ voelt aan als zo’n jeugdserie die je op FoxKids zou kunnen tegenkomen. Confrontaties op het schoolplein, zielige vriendjes met problemen, de moeilijkheden bij het krijgen van verkering, en spannende voetbalwedstrijdjes. Leuke, herkenbare onderwerpen voor kinderen, wellicht, maar deze elementen weten gebundeld in de film ‘Don’ weinig interesse op te wekken. Als geheel lijkt de film nooit naar iets betekenisvols of spannends toe te werken. Mogelijke geneugten komen dan ook louter voort uit onafhankelijke scènes.

En dat terwijl het verhaal zelf toch best veel drama en spanning te bieden lijkt te hebben. Een kakker die op een zwarte school komt, daar al snel in de problemen raakt, en vervolgens iedereen bij elkaar probeert te krijgen om een voetbaltoernooi te kunnen winnen. Weinig mis mee, zou je zeggen. Echter, ‘Don’ vliegt middels een soort filmische stenografie door alle gebeurtenissen heen, zonder de nodige tijd te nemen voor opbouw of context. Daarnaast is de dialoog weinig inspirerend en is het acteerwerk matig.

Het script is gewoonweg weinig enerverend. Neem de hele conflictsituatie van het buitenbeentje en tegelijkertijd vechtersbaasje van de kakschool die het aan de stok krijgt met de pestkoppen van de klas. Vanaf het moment dat Don (Clemens Levert) gaat zitten in de klas, gaat het al fout: de jongen achter hem, Hiram (Ilias Addab) trapt steeds tegen zijn stoel, waarop Don reageert met: “In ’t speelkwartier pak ik je”. Dat wordt een drama omdat Don het moet opnemen tegen alle stoere vrienden van de jongen. Hij wordt bont en blauw geslagen, en loopt samen met het kneusje van de school weg, die hij later zelf echter ook wegstuurt, omdat hij zijn vriend niet wil zijn.

Tamelijk veelbelovend drama dus. De volgende dag is er alleen al een flinke omslag waarneembaar. Niet alleen is wonderwel niets meer van zijn blauwe oog terug te zien, hij wint het leeuwendeel van de pestkoppen voor zich door simpelweg een balletje hoog te houden. Alleen de leider van de groep, Henry (Samir Veen) blijft de hele film lang dwarsliggen. Hij lijkt onmiddellijk respect af te dwingen door zijn voetbal ”skills”. En meteen na het speelkwartiertje lijkt het Don daarom een goed idee om het over het scholenvoetbaltoernooi te hebben, waar de rest niets van weet. Don vindt dat ze mee moeten doen, en dus doen ze dat. Aardig was het geweest om de meningen hierover bij de rest wat te peilen, of om Don informatie te laten verstrekken over de scholen waartegen ze moeten strijden. Je ziet nu wat montages van voetbaloefeningen en, na de samenstelling van het team, gaan we meteen naar de wedstrijden. En dan nog is het onduidelijk tegen wie er gespeeld wordt, hoe goed ze zijn, en wie de volgende tegenstander zal zijn. Op deze manier is het hele toernooi praktisch ontdaan van spanning. Dit geldt zowel voor de opbouw, als voor de wedstrijden zelf, aangezien we hier nauwelijks overzicht hebben van het veld en we eigenlijk alleen kunnen meeleven aan de hand van het scoreboard, dat af en toe aangepast wordt. Wat ook had kunnen helpen is wat meer participatie of supporting langs de lijn van de schoolleiding of leraren, die we nu eigenlijk alleen bij de laatste wedstrijd zien. We krijgen als kijker helemaal niet het gevoel dat het een groot, of in ieder geval spannend, evenement is, dat bij meer mensen leeft dan alleen de deelnemers. De ouders van Don komen ook alleen tijdens de laatste wedstrijd kijken; daarvoor zien we ze alleen wanneer Don thuis terecht gewezen moet worden vanwege een blauw oog. Daarbij is bij de gezworen aanvoerder Don zelf helaas ook niet echt veel toenemende adrenaline terug te vinden wanneer ze steeds verder blijken te komen in het toernooi. Zijn peptalks doen je nu niet meteen juichend uit je stoel springen. Ook is de tactiek waarmee er gewonnen moet worden van het kakteam wat twijfelachtig te noemen: met slogans als “we gaan ze trappen!” moet het publiek enthousiast gemaakt worden. Al is het toch wel grappig om te zien ze bij de kennismaking op het veld de kakkers intimiderend aankijken en op hun tenen gaan staan.

De rap battles op het schoolplein zijn wel aardig; ze zijn van deze tijd en brengen wat afwisseling en pit in de film; daarbij is ook de hip-hop soundtrack zelf een goede sfeerzetter. Een subplot over de mogelijke verkering van Don met een zwart meisje, Anna (Keisha Boye) dat ook al “gaat” met Henry, had aandoenlijker en spanningsvoller kunnen zijn als de dialogen, de opeenvolging van scènes, en het acteerwerk overtuigender waren geweest. Hetzelfde geldt voor het verhaaltje over het kneuzige vriendje van Don, Milos (Marius Gottlieb), die alles bij elkaar liegt (“Hij is een leugenaar. Hij is slecht!”, wordt hem door een medeleerling toegeworpen) omdat hij de waarheid over zijn in de oorlog verdwenen broer niet onder ogen wil zien. Hij weet vrij weinig sympathie op te wekken met zijn problematiek. Maar zijn glimlach werkt gelukkig wel aanstekelijk. Clemens Levert zelf kent als Don zo’n drie gezichtsuitdrukkingen: onderdanig, dreigend, en blij, en zet ze daarbij meestal weinig effectief in. Vaak komt hij bijvoorbeeld te schuw, of te dreigend over. Vijand Henry weet nog wel goede dreiging te bewerkstelligen; dit is maar gelukkig, aangezien hij eigenlijk de enige echte bron van conflict is gedurende het grootste gedeelte van de film.

Uiteindelijk is er jammer genoeg maar weinig dat overtuigt in de film. Personages en gebeurtenissen zijn meestal te makkelijk, met te grove streken, of ongeloofwaardig geschetst en het geheel bevat te weinig effectieve drama en spanning om de kijker geboeid te houden. De film is wel regelmatig onbedoeld grappig door bepaalde dialogen of karakteriseringen, maar dit is nu niet echt een direct compliment voor de film te noemen. Wellicht is ‘Don’ wel niet als familiefilm bedoeld, maar puur voor kinderen. Misschien dat het voor hen allemaal wel erg natuurlijk, of in ieder geval vermakelijk overkomt. Volgens regisseur Arend Steenbergen is ‘Don’ immers de film geworden die hij zelf als elfjarige jongen had willen zien. Als dit voor deze gehele doelgroep geldt, kan hij tevreden zijn. De volwassenen zullen hun plezier alleen elders vandaan moeten halen.

Bart Rietvink