Donkey Days (2025)

Recensie Donkey Days CinemagazineRegie: Rosanne Pel | 108 minuten | drama, komedie | Acteurs: Jil Krammer, Susanne Wolff, Hildegard Schmahl, Carla Juri, Amke Wegner

‘Donkey Days’ van Rosanne Pel is een film waarin familieliefde aanvoelt als een vorm van vernedering. Een portret waarin moeder noch dochters elkaar werkelijk lijken te verdragen, maar waarin tegelijk niemand in staat is los te breken. Pel toont drie vrouwen die elkaar langzaam uithollen: een moeder en haar twee dochters, gevangen in patronen die al decennia geleden lijken vastgezet.

De zussen Charlotte en Anna zijn twee totaal verschillende uitwassen van dezelfde opvoeding. Charlotte is slank, beheerst en probeert koste wat kost waardigheid uit te stralen. Anna beweegt zich veel impulsiever door het leven: zwaarlijvig, driftig en voortdurend in conflict met haar omgeving. Hun moeder Ines — een bourgeoise vrouw die haar dagen vult met cocktails, valium en onsubtiele vernederingen — heeft beide dochters elk op een andere manier beschadigd. Op Charlotte projecteert ze haar jaloezie, op Anna haar afkeer van lichamelijkheid.

Aanvankelijk plaatst Pel de kijker vooral aan Charlottes kant. Anna wordt neergezet als jaloers en destructief: iemand die ruzie maakt op feestjes en voortdurend over haar omgeving heen walst. Charlotte probeert ondertussen vernederingen weg te slikken binnen een gezin waarin niemand elkaar ooit écht spaart, waardoor zij meteen de meest invoelbare figuur van de film wordt. Pas later krijgt ook Anna dezelfde emotionele gelaagdheid en ontstaat er meer evenwicht tussen beide zussen.

In dit gezin hoeft niemand te schreeuwen om elkaar pijn te doen. Eén opmerking volstaat. De soundtrack van Ella van der Woude — losse pianoaanslagen en abrupte muzikale erupties — duwt dat ongemak nog verder open.

In sfeer en familiedynamiek voelt ‘Donkey Days’ als een kruising tussen ‘Grey Gardens’ en ‘Festen’. Pel en cameravrouw Aafke Beernink filmen de personages vaak van zo dichtbij dat het haast benauwend wordt, alsof niemand in deze familie nog ademruimte heeft. Tegelijk bezit de film de lef om de camera te laten dwalen: focus raakt verloren, gezichten verdwijnen half in onscherpte en scènes worden gefilmd in natuurlijk licht, alsof de camera de personages probeert bij te houden in plaats van te controleren.

Ondertussen sijpelt ook het surrealisme de film binnen. Een schilderij lijkt terug te kijken, de moeder verschijnt soms als haar jongere zelf terwijl haar volwassen dochters tegenover haar zitten. Een vondst die voelbaar maakt hoe deze vrouwen psychologisch gevangen zijn gebleven in dezelfde familieverhoudingen.

Toch zit daar ook meteen de zwakte van de film. Lange tijd blijft ‘Donkey Days’ cirkelen rond dezelfde dynamiek van aantrekken en afstoten. De ene zus valt uit, vervolgens de andere, daarna opnieuw de moeder. Waar Thomas Vinterberg zijn familiedrama’s steeds verder openbreekt via onthullingen en een duidelijke emotionele lijn, kiest Pel juist voor herhaling en fragmentatie, alsof ze koste wat kost binnen het alledaagse wil blijven en plotmatige escalatie wil vermijden. Dat geeft ‘Donkey Days’ iets compromisloos, maar maakt de film soms ook dramaturgisch statisch. Vooral vóór de dood van de moeder blijft de vraag hangen waarom deze vrouwen elkaar überhaupt blijven opzoeken. Anna heeft buiten haar familie een queer omgeving gevonden waarin haar lichaam eindelijk niet meer voortdurend wordt beoordeeld. Charlotte lijkt nauwelijks nog in staat haar moeder te verdragen. Toch keren ze telkens terug naar hetzelfde giftige middelpunt.

Pas na de dood van Ines krijgt de film een ander gewicht. Terwijl de zussen het ouderlijk huis leegmaken voor verkoop, verschuiven plots de machtsverhoudingen. Anna wordt zachter, bijna zorgend, terwijl Charlotte emotioneel ontregeld raakt. Wanneer Charlotte dronken verschijnt op de begrafenis en Anna degene wordt die alles bijeen probeert te houden, ontstaat eindelijk het emotionele evenwicht waar de film eerder nog naar zocht. Alsof de dood van de moeder niet alleen een persoon verwijdert, maar ook een hiërarchie waarin beide vrouwen jarenlang opgesloten zaten.

De montage van Xander Nijsten ramt de kijker van het ene pijnlijke moment naar het andere, zonder scènes volledig te laten uitspreken. Vooral Susanne Wolff is indrukwekkend als Charlotte. Elke blik, stilte of emotionele uitbarsting voelt volledig doorleefd.

Juist door die dramaturgische herhaling begint de lengte van ‘Donkey Days’ voelbaar te worden, maar tegelijk blijft het een zeldzaam compromisloos werk. Pel toont familie niet als veilige haven, maar als iets wat op een verslaving begint te lijken: mensen die elkaar vernederen, uitputten en langzaam kapotmaken, maar toch elk jaar opnieuw samen aan tafel gaan zitten. Misschien mis je soms als kijker het gevoel van afhankelijkheid dat daarbij hoort — omdat de film wel de vernedering toont, maar minder de wederzijdse hunkering ernaar: het verlangen naar een nieuw ‘shot’ van pijn, bevestiging en de giftige nabijheid waar deze vrouwen tegelijk onder lijden én van lijken te leven. Wat uiteindelijk vooral nazindert, is de lef waarmee Pel de film maakt: het rauwe camerawerk, het compromisloze spel van Wolff en Krammer en een vorm die durft te schuren.

Martijn Smits

Waardering: 4

Bioscooprelease: 7 mei 2026