Don’t Catch My Face (2005)

Regie: Carel van Hees | 35 minuten | documentaire

Zand, zee, wind, wolken, een friettent en een stel uiteenlopende mensen van jong tot oud. Al of niet getatoeëerd, boksend, net onder de zonnebank vandaan of zich voor de camera schamend – don’t catch my face. De elementen waarmee Carel van Hees een dag op het strand in Hoek van Holland beoogt te documenteren.

Regisseur Carel van Hees lijkt cinematografisch met ‘Don’t Catch My Face’ het midden te willen houden tussen een intrigerende verstilling van zijn personages in de sfeer van fotografe Rineke Dijkstra en een filmische onbevangenheid à la wijlen cineast Ed van der Elsken, maar helaas. Ondanks zijn moedige poging komt van Hees nog niet in de buurt van de verstilde of spontane indringende beeldtaal van zijn alom gewaardeerde vakgenoten. Alle gefilmde ego’s, ijdelheden, kinderlijke onschuld en zeetaferelen ten spijt, ‘Don’t Catch My Face’ verzandt letterlijk en figuurlijk, zowel cinematografisch als inhoudelijk. Of dit ligt aan het vlakke videolicht, de uitgebreid in beeld gebrachte al of niet uit de diepvries komende broodjes kroket, of aan de manier waarop de geïnterviewden aan het einde van hun verhaal bevestiging zoekend in de camera kijken, blijft onduidelijk.

‘Don’t Catch My Face’ is bovenal een idealistisch zoeken naar een hybride vorm van fotografie en video. Helaas hapert de montage, doet het geluid pijn aan je oren of is het te zacht, en leveren de camerabewegingen die net iets te laat beginnen of eindigen, niet het beoogde voyeuristische effect op. Alleen de fotografische kadrering van het gemiddelde shot roept de nodige waardering op. Kortom, schoenmaker blijf bij je leest. Of doorbreek bestaande visuele tradities, zoals de verrassende slotscène uiteindelijk laat zien.

Sabine Stuurman