Don’t Look Now (1973)

Regie: Nicolas Roeg | 110 minuten | drama, thriller | Acteurs: Julie Christie, Donald Sutherland, Hilary Mason, Clelia Matania, Massimo Serato, Renato Scarpa, Leopoldo Trieste, David Tree, Ann Rye, Nicholas Salter, Sharon Williams, Bruno Cattaneo, Adelina Poerio

Meteen al vanaf het begin van de film hangt er een onheilspellende sfeer rond het verhaal. De kinderen van John en Laura lijken rustig te spelen, als plotseling de bal van Christine in het water valt. Een paard begint onrustig te hinniken, het broertje Johnny rijdt over een stuk kapot glas, terwijl tegelijkertijd binnen in huis John een glas water omstoot en vloekt. Door veel snelle montage lijken dingen tegelijk te gebeuren, waardoor er meteen een suggestie wordt gewekt dat bepaalde dingen met elkaar verbonden zijn.

Dit blijft zo gedurende de rest van de film, vaak worden beelden van Laura en John apart door middel van ‘crosscutting’ montage door elkaar heen getoond, wat bijzondere en mooie effecten geeft. Het beste voorbeeld hiervan is een van de bekendste seksscènes uit de filmgeschiedenis. Onder begeleiding van prachtige, ontroerende muziek zien we beelden van de liefdesscène door elkaar gemengd met beelden van het moment vlak daarna, als beide partners zich weer aankleden om uit eten te gaan. Een andere reden waarom de seksscène zo mooi en pakkend is, kan ook zijn dat Donald Sutherland en Julie Christie op het moment van de opnames in werkelijkheid ook een vurige romance hadden, maar hoe dan ook is de passie tussen de twee acteurs duidelijk aanwezig.

Hoe verder de film vordert, hoe minder duidelijk het verhaal lijkt te worden, en hoe gedesoriënteerder de kijker zich lijkt te voelen. Dit komt omdat het de hoofdpersoon John ook zo vergaat, hij raakt steeds meer verstrikt in zijn eigen paranormale gedachten en beelden en verdwaalt steeds meer (letterlijk en figuurlijk) in de kleine straatjes van Venetië.
Enige houvast geven alle terugkerende elementen in de film, die duidelijk allemaal een betekenis hebben. Naast houvast kunnen deze elementen ook juist extra verwarrend werken, wat zo tekenend voor de hele film is. Zo komt de kleur rood ongelooflijk vaak terug in de film, het duidelijkst aanwezig in het rode regenjasje wat Christine droeg toen ze verdronk, en wat John later terugziet in Venetië. Ook omstanders lijken opvallend vaak rode accessoires te dragen, zoals schoenen of petten. Verder is er het vele water wat in de film vrijwel constant aanwezig is, dit begint al bij het water waar Christine in verdrinkt, ook regent het vaak en veel, en natuurlijk is Venetië een en al water. In het water en ook in de kleur rood ligt de associatie met de dood, een van de belangrijkste thema’s van de film.

Een ander terugkerend element is de muziek in de film. Steeds weer is dezelfde melodie te horen, in verschillende muziekstukken. Deze muziek past perfect bij de sfeer in de film, en wordt ook gebruikt om mee te voelen met de personages, om hun verdriet te delen.
Over het uiteindelijke verloop van deze film zijn veel verschillende theorieën mogelijk, maar hoe dan ook is de film heerlijk mysterieus en griezelig om te bekijken. Na afloop blijven er, en zeker na de eerste keer kijken, waarschijnlijk veel vragen hangen. Een goed advies is daarom om de film nogmaals te bekijken; zelfs drie of vier keer zal niet te veel zijn. Sommige dingen zullen ineens duidelijk worden, terwijl andere aspecten nog steeds vraagtekens achterlaten. Maar het einde zal elke keer weer even aangrijpend en angstaanjagend zijn.

Ruby Sanders