Dracula (1931)

Regie: Tod Browning | 84 minuten | horror | Acteurs: Bela Lugosi, Dwight Frye, Edward von Sloan, Helen Chandler, David Manners, Herbert Bunston, Frances Dade, Joan Standing, Charles Gerrard

Het verhaal van Dracula is wel algemeen bekend, zeker bij de vampierliefhebbers. In deze gedateerde film gaat het echter niet om het verhaal maar is het de manier waarop het een en ander is weergegeven wat de film de moeite waard maakt: de gedateerdheid van diverse scènes en de klassieke gebeurtenissen en uitspraken.

Allereerst lijkt de film een understatement te zijn dat de periode van de stomme film net voorbij was want diverse scènes vallen op door met name Dracula’s weidse en grootse gebaren: het armgebaar waarmee hij zijn vampiervrouwen terugdringt, de als een klauw gekromde hand waarmee hij zijn slachtoffers benadert, de manier waarop hij zijn cape in de lucht gooit en er bescherming achter zoekt als hij zich vol afschuw van een crucifix afwendt….. Wellicht is deze ‘overacting’ ook een gevolg van het feit dat het script gebaseerd was op een toneelstuk waarbij elke toeschouwer alles moest kunnen volgen…

Wat daarnaast naar voren komt is het ontbreken van daadwerkelijke horror. De ‘horror’ die wel aanwezig is, komt tot stand door Dracula (Bela Lugosi) en Renfield (Dwight Frye). De camera zoomt op hen in en hun gezichtsuitdrukking bepaalt de horror van het ogenblik. Voor Lugosi de gelegenheid om er flink wat gezichtsuitdrukkingen ertegen aan te gooien om Dracula’s slechtheid overduidelijk te maken: knarsetandend, met een tevreden duivelse grijns of kwaadaardig starende blik en met gefronste wenkbrauwen (met, jawel, lantaarns buiten beeld op zijn gezicht gericht om dit ook nog eens een duivelse gloed te verlenen) en van woede vertrokken gelaat beweegt hij zich door de film. Meer nog echter is het Dwight Frye die wat dit betreft opvalt: zijn aanvankelijke angstige verbazing bij zijn eerste ontmoeting en zijn gesprekken met Dracula en later zijn waanzin wanneer hij in diens ban is gekomen geven hem volop gelegenheid tot de meest uiteenlopende bekketrekkerij die hem goed afgaat. De wellicht meest bekende scène van deze film is dan ook die waarin hij vanuit een scheepsruim naar boven in de camera kijkt. Op werkelijk meesterlijke wijze komt uit zijn hysterisch gierende lach, zijn brede grijns en vooral de waanzinnige blik in zijn ogen naar voren dat hij door toedoen van de vampier volkomen krankzinnig is geworden.

De ‘horror’ in deze film kan heden ten dage niet serieus genomen worden. Wel maakt het duidelijk dat horror in die tijd op een volkomen andere manier tot stand werd gebracht en ervaren. Een close-up van een knarsetandende Dracula was blijkbaar genoeg om het publiek de nodige afschuw te bezorgen. Onuitroeibaar zal wel de vraag blijken te zijn of bij de première van de film nu wel of geen verpleegsters aanwezig waren om het eventueel buiten zinnen geraakte publiek weer bij zijn positieven te brengen….

Verder zijn er de klassieke scènes die in latere Draculafilms veelvuldig terugkomen, onder andere de nachtelijke door mistnevels omgeven woordeloze ontmoeting van Renfield met Dracula in de Borgo-pas, het vervallen kasteel met zijn rotsachtige omgeving en de vleermuizen, al of niet overduidelijk aan touwtjes. Ook zijn er de latere al dan niet letterlijk overgenomen uitspraken die elke oprechte Dracula-liefhebber kent:’… I never drink…wine…’ , ’… listen to them….the creatures of the night…what sweet music they make….’, ‘…for one who has lived not even a single lifetime, you’ re a wise man…’.

Het verhaal heeft wel wat tekortkomingen: als Dracula zichzelf in een vleermuis kan veranderen waarom doet hij dit dan niet wanneer Dr. Van Helsing en Jonathan Harker hem op de hielen zitten om zodoende makkelijk te kunnen ontsnappen? Waarom houdt hij niet zijn schuilplaats geheim of zorgt hij er niet voor meerdere schuilplaatsen te hebben? Maar het zijn andere zaken die deze film de moeite waard maken, dus….

Deze film bezorgde Lugosi wereldfaam en zorgde ervoor dat hij, naast Christopher Lee in later jaren, werd beschouwd als de personificatie van Dracula, ook omdat hij de rol vele malen op het toneel speelde. Wel beperkte hem dit in zijn filmrollen, die zich daarna vooral in het horrorgenre afspeelden. Hij speelde ook op het doek nog diverse malen Dracula (o.a. in Abbot and Costello meet Frankenstein!) en ook in andere griezelfilms had zijn uiterlijk vaak opvallend veel weg van de vampier. Hij moest van zijn filmmaatschappij wonen in een enigszins vervallen kasteel om zijn identificatie met Dracula te bevorderen en werd uiteindelijk zelfs begraven in zijn Draculacape.

De waardering…. een film als deze zou eigenlijk beoordeeld moeten worden naar de tijd waarin hij gemaakt is en afgaande op de (nog steeds geldende) invloed in zijn genre. Binnen het vampiergenre is dit een gouden klassieker die als voorbeeld voor vele andere films heeft gediend. De overdreven en soms overduidelijk amateuristische maar goedbedoelde pogingen het een en ander in beeld te brengen zullen de liefhebber de nodige ontroering bezorgen met betrekking tot de toenmalige liefde voor het vak. Als daadwerkelijke horrorfilm wel inmiddels hopeloos achterhaald en totaal niet serieus te nemen. De toevallige kijker zal dan ook totaal niets met deze film hebben. Vooral voor de liefhebber van het vampiergenre die de bron van zoveel bekende scènes en uitspraken wil zien en die inzicht wil krijgen in de toenmalig geldende horrormaatstaven.

Frans Buitendijk