Dreams – Yume (1990)
Regie: Akira Kurosawa, Ishirô Honda | 119 minuten | drama, fantasie | Acteurs: Akira Terao, Mitsuko Baishô, Toshie Negishi, Mieko Harada, Mitsunori Isaki, Toshihiko Nakano, Yoshitaka Zushi, Hisashi Igawa, Chôsuke Ikariya, Chishû Ryû, Martin Scorsese, Masayuki Yui, Tessho Yamashita, Misato Tate, Catherine Cadou, Mieko Suzuki
Het is 1990 en Akira Kurosawa is tachtig jaar oud. De man die wereldcinema op zijn kop zette met films als ‘Rashomon’, ‘Ikiru’ en ‘Seven Samurai’ keert niet terug naar samoerais of rechtbanken, maar naar iets veel persoonlijkers: zijn eigen dromen. Letterlijk. Acht dromen, acht korte films, rechtstreeks uit de herinneringen en nachtmerries van de regisseur zelf. Niet geschreven voor het publiek, maar ontstaan in de stilte van zijn verbeelding. ‘Dreams’ is geen traditionele film, het is een reis naar binnen. Naar het hoofd van een kunstenaar die weet dat hij aan het eind van zijn pad gekomen is.
De eerste droom ontvouwt zich in een bijna mythisch Japans landschap; bloemen dansen in de wind, regenbooglicht speelt tussen de bomen. Een jongetje loopt zijn huis uit en raakt verstrikt in een geheimzinnige ceremonie van vossengeesten. Je voelt meteen: dit is niet bedoeld om te verklaren, maar om te ondergaan. Als een herinnering aan een koortsige kinderdroom die je niet kunt navertellen, maar nooit bent vergeten.
En zo gaat het door: een bloesemboomgaard bewoond door boze geesten, een tragisch visioen van kernrampen, een gesprek met Vincent van Gogh (gespeeld door Martin Scorsese!) te midden van bewegende schilderijen. In elk segment zien we dezelfde man (Kurosawa) door de droom heen dwalen. Soms als kind, soms als soldaat, soms als grijsaard die leert hoe je afscheid neemt van de wereld.
Anthologiefilms, zoals ‘Dreams’, lopen altijd het risico hun publiek te verdelen. In plaats van één doorlopende verhaallijn met een emotionele opbouw naar een climax, krijg je een reeks losse hoofdstukken: elk met een eigen toon, tempo en thematiek. Dat vraagt iets van de kijker, want je moet telkens opnieuw schakelen. Van poëtisch naar dystopisch, van ingetogen naar bombastisch.
Toch heeft elk segment zijn eigen kracht, al zal de één misschien sterker tot je spreken dan de ander. Sommige dromen, vooral die waarin de boodschap over ecologische ondergang of nucleaire dreiging nadrukkelijk wordt uitgesproken, kunnen wat prekerig overkomen. Maar dan is er ineens weer zo’n moment dat alles goedmaakt. Zoals ‘The Tunnel’, waarin een Japanse legerkapitein oog in oog staat met de geesten van zijn gesneuvelde bataljon: eenvoudig gefilmd, met slechts een blauwverlichte tunnel en ijzige stilte, maar het snijdt door merg en been. Of het slotbeeld van ‘Village of the Watermills’, een wereld zonder elektriciteit, zonder haast, waar zelfs de dood vredig is. Een plek waar het leven, net als de film, eindelijk tot rust komt.
Wat Kurosawa tot een van de grootmeesters van de cinema maakt, is zijn vermogen om met beeld te denken. Zijn films vertellen niet alleen verhalen, ze ademen sfeer en emotie via compositie, kleur en ritme. Niet voor niets wordt hij vaak omschreven als “your favorite director’s favorite director”; een filmmaker die generaties cineasten inspireert door zijn meesterlijke visuele taal en diep menselijk inzicht. In ‘Dreams’ past hij die beeldtaal toe op iets veel persoonlijkers: innerlijke werelden, herinneringen en angsten. De film is minder verhalend dan zijn klassiekers, maar des te beeldender.
De cinematografie van ‘Dreams’ is een prachtig schouwspel voor het oog, waarin Kurosawa samen met Takao Saitō elke droom zijn eigen ziel geeft. Van het zachte, fluisterende licht dat bijna magisch aanvoelt, tot de felle, soms schrijnende kleuren die een apocalyptisch gevoel oproepen. Iedere scène voelt als een schilderij dat langzaam ademhaalt. De decors zijn met liefde en zorg opgebouwd, en het kleurgebruik vertelt zonder woorden wat er leeft in elke droom. Muziek en geluid worden spaarzaam ingezet, waardoor de stilte en de ademhaling van de natuur extra kracht krijgen. Zelfs wanneer de effecten hier en daar de tand des tijds voelen, raakt dat de betovering niet; het versterkt juist het gevoel van een tijdloze droom.
‘Dreams’ is geen film waar je ‘even voor gaat zitten’. Het vraagt om overgave. Het vertelt je niets, het laat je voelen. Soms kan het onsamenhangend lijken of zwaar beladen met symboliek, maar juist dat maakt het zo eerlijk en krachtig. Dit is het testament van een man die zijn angsten, zijn verlangens en zijn hoop heeft omgezet in beeld. Een collage van het onderbewuste, gemaakt door iemand die zijn hele leven in beelden heeft gedacht.
Jelco Leijs
Waardering: 4.5
Bioscooprelease: 23 mei 1990
