Du côté d’Orouët (1971)

Recensie Du côté d'Orouët CinemagazineRegie: Jacques Rozier | 150 minuten | komedie, drama | Acteurs: Caroline Cartier, Danièle Croisy, Françoise Guégan, Patrick Verde, Bernard Menez, Claude Burel, Dominique Constanza, Arlette Emmery

Kareen bezit een grote villa aan de kust bij Orouët, Caroline vangt er drie garnalen maar dat maakt niet uit want Joëlle is op dieet. Jacques Rozier neemt ons met ‘Du côté d’Orouët’ terug naar een tijd waarin de rolkoffer nog niet bestond en de zeevruchten gratis waren. De drie vriendinnen laten menig schipper blozen en barsten in lachen uit bij de uitspraak ervan, maar Orouët brengt hen een zomer vol spel, gastronomie en flirt dat zelfs de Franse bourgeoisie overstijgt.

Kareen (Françoise Guégan), Joëlle (Danièle Croisy) en Caroline (Caroline Cartier) beleven samen de zomervakantie in een afgelegen strandvilla aan de kust bij Orouët. Een zomer vol vriendschap, verveling en verlangen. Hun dagelijkse planning bestaat uit wandelen, koken, koffie drinken en varen met de zeilboot. Terwijl de zee continu op de achtergrond ruist, verschuift de tijd traag. Maar hier komt verandering in wanneer ze Gilbert (Bernard Menez) tegenkomen. Aanvankelijk zien ze hem als een eerder sullige en onhandige verschijning, maar gaandeweg blijkt hij toch verrassender en gelaagder te zijn dan ze dachten.

Rozier lijkt zijn personages evenveel te bewonderen als te bevragen. De vriendinnen zijn tegelijkertijd naïef en scherp, losbandig en intelligent, kwetsbaar en krachtig in hun eigen wereld. Rozier laat in elke scène voldoende ruimte voor de personages om te spelen, letterlijk en figuurlijk. Het lijkt wel dat sommige scènes eerder uit een vakantiefilm van een improvisatiekamp komen, dan uit een werkelijke langspeelfilm, gedreven door narratief. Ondanks die ruimte komt het acteerwerk vaak niet helemaal oprecht over in de overdrijvingen van hun gedrag, met name het constante geluid van schaterlachen.

Redelijk vooraan in de film komt er een kentering wanneer Kareen rechtstreeks in de camera spreekt. Deze ‘breaking the fourth wall’-techniek suggereert een vernieuwende, moderne aanpak die een leidmotief zou kunnen worden. Toch blijft het bij dit enkele moment. Deze trend lijkt uiteindelijk de rode draad te vormen door de film. Rozier geeft telkens een aanzet en laat het vervolgens lopen. Daarom voelt het hele werk als een open ruimte waarin verschillende indrukken aan elkaar verweven worden, waarbij de regisseur vaak op tijd vergeet te knippen in de montage. De sterkte van ‘Du côté d’Orouët’ ligt dan ook niet in plotstructuur of tempo, maar in sfeer. Rozier vangt met zijn impressionistische stijl het passeren van tijd, een ongemakkelijk stil moment en de wind die de gordijnen doet dansen op een subtiele manier. Zijn gebruik van natuurlijke dialogen en lange, ononderbroken takes benadrukt de authenticiteit en de waarde van het alledaagse. Niettemin kan het gebrek aan structuur ook vermoeien. Met een speelduur van ongeveer 160 minuten vraagt ‘Du côté d’Orouët’ een sterke dosis geduld.

Niet alles werkt uiteindelijk even goed, maar de charme en de ongedwongenheid van de film maken veel goed. ‘Du côté d’Orouët’ is een film die het beste werkt wanneer je je volledig overgeeft aan het ritme van vakantie. Het is een speelse zomerdroom van jeugdige melancholie, een tedere parel uit de marge van de Nouvelle Vague.

Stef Roefs

Waardering: 3.5

VOD-release: 8 augustus 2025 (MUBI)