Eaten Alive (1977)

Regie: Tobe Hooper | 91 minuten | horror | Acteurs: Neville Brand, Mel Ferrer, Carolyn Jones, Marilyn Burns, William Finley, Stuart Whitman, Roberta Collins, Kyle Richards, Robert Englund, Crystin Sinclaire, Janus Blythe, Betty Cole, Sig. Sakowicz, Ronald W. Davis, Christine Schneider, David Hayward, David Carson, Lincoln Kibbe

Deze film is van de hand van Tobe Hooper die ook de klassieker en ultieme horrorfilm ‘The Texas Chain Saw Massacre’ (TCM) uit 1974 op zijn naam heeft staan. Net als in zijn meesterwerk baseert Hooper zich in ‘Eaten alive’ ook op de activiteiten van een bestaand personage, Joe Ball geheten, die verscheidene van zijn slachtoffers aan zijn ‘huisdieren’ voerde. Ook diverse andere ingrediënten die ‘The Texas Chain Saw Massacre’ tot een succes maakten doen in deze film hun intrede, en het lijkt er dan ook op dat Hooper met deze film een poging doet om zijn meesterwerk uit 1974 te evenaren. Het gevolg is alleen wel dat vergelijkingen met ‘TCM’ zo goed als onvermijdelijk zijn en mede daardoor komen de diverse tekortkomingen in deze film duidelijk naar voren.

Het oord des verderfs is hier het motel waar moteleigenaar Judd de ene na de andere gast afmaakt. Het eerste wat opvalt is de locatie van het motel en de goed opgeroepen duistere sfeer er omheen. Het motel is een gammele en bouwvallige keet die zich midden in een verlaten, mistig, moerassig gebied bevindt en een broeierige en onheilspellende sfeer wordt er direct mee bereikt. Ook Judd’s uiterlijk is voor een moteleigenaar niet bepaald representatief te noemen, maar draagt des te meer bij aan zijn dreigende uitstraling en het onafwendbaar onheil dat net als de mistnevels bijna tastbaar in de lucht hangt. Verder is er van de krokodil die Judd in een poel pal naast zijn hotel houdt bij voorbaat ook niet veel goeds te verwachten. Duistere sfeer volop dus, en met de diverse veelbelovende uitgangspunten dienen de gruwelijke gebeurtenissen zich snel aan wanneer Judd zich op zijn eigen wijze van zijn werkzaamheden als motelbeheerder kwijt.

Jammer genoeg doet de opzet van de uitgangssituatie ook direct afbreuk aan de film. De duistere sfeer en de onheilspellende uitgangspunten worden er te dik opgelegd en doen de nodige afbreuk aan de geloofwaardigheid van het een en ander. Het is nauwelijks denkbaar dat enig weldenkend mens in een dergelijke omgeving en vooral in zo’n gore en bouwvallige keet ooit zijn intrek zou nemen, temeer daar de aanwezige krokodil er ook niet voor terugschrikt om de hond van een stel gasten smakelijk te verorberen. Ook roept het aantal slachtoffers dat Judd heeft gemaakt vragen op. De krokodil is natuurlijk een handig allesverterend vuilnisvat waarmee de stoffelijke resten van Judd’s slachtoffers spoorloos opgeruimd kunnen worden, maar net als in ‘TCM’ hadden er zo onderhand bij deze en gene in de omgeving toch wel wat vraagtekens moeten rijzen. Verder gaat Judd wel bijzonder onvoorzichtig en nalatig te werk en is het herhaaldelijk eerder wel erg veel meer geluk dan de geringste wijsheid dat Judd zijn snode activiteiten weet te verbergen.

Het verhaal blinkt daarnaast niet uit in originaliteit. De ontwikkelingen worden geheel ondergeschikt gemaakt aan de steeds voortdurende mistige en duistere atmosfeer en krijgen daarbinnen al snel een routinematig karakter. Uiteindelijk komt het verhaal op niet veel meer uit dan dat de motelgast aankomt bij het motel, door Judd te grazen wordt genomen en vervolgens half dood aan de krokodil wordt gevoerd. Ook ligt het tempo van de film vrij laag en sleept het zich vooral voort van de ene gruweldaad naar de andere. Toegegeven, door toedoen van Judd en zijn krokodil komen daarmee wel degelijk de nodige gruwelijke en bloederige taferelen tot stand die in ‘TCM’ niet zouden misstaan, maar het komt na verloop van tijd over als niet veel meer dan een nogal routinematig ingelast gebeuren in een te kunstmatig tot stand gebrachte omgeving. Ook enkele achtervolgingen leveren niet de tenenkrommende spanning op die het in ‘TCM’ wel deden. Judd loopt herhaaldelijk zwaaiend met een zeis achter zijn beoogde en gillende slachtoffers aan, maar de achtervolgingen zijn, mede doordat alle gruwelen zich in en om het motel afspelen, snel afgelopen, hebben geen of weinig resultaat en komen dan ook vrij overbodig over.

Ook de boosdoener, het personage Judd, komt slechts gedeeltelijk uit de verf. Er is hier duidelijk gekozen voor dezelfde insteek uit ‘TCM’ en wel dat de boosdoener geestelijk volkomen is gestoord. Gestoord en angstaanjagend komt Judd wel degelijk over wanneer hij met zichtbaar genoegen op gruwelijke wijze diverse slachtoffers afmaakt, maar de redenen waarom hij aan het moorden is geslagen worden niet uit de doeken gedaan en zijn herhaaldelijk angstig en vertwijfeld gedrag direct na de zoveelste moord doen de nodige afbreuk aan de dreiging die er in een grotere mate van hem uit hadden kunnen gaan. Verder loopt hij herhaaldelijk mompelend in zichzelf rond en steekt overbodige en onbegrijpelijke verhalen af tegen diverse van zijn slachtoffers. In ‘TCM’ droeg de verziekte onderlinge sociale interactie van deze en gene geestelijk gestoorde wel degelijk bij aan een tot stand komende dreiging, maar hier komt het na verloop van tijd vooral vrij langdradig en nietszeggend over.

Een film die in meerdere opzichten duidelijk dezelfde insteek heeft als in Hoopers eerdere meesterwerk ‘The Texas Chain Saw Massacre’. Hoewel deze film qua sfeer is te vergelijken met die uit ‘TCM’ en er voor de horrorliefhebber hier wel degelijk de nodige horror is te beleven, verliest de film door de te kunstmatige uitgangspunten en routinematige ontwikkelingen teveel aan geloofwaardigheid, waardoor hij niet is te vergelijken met Hoopers meesterwerk uit 1974.

Frans Buitendijk