Electric Child (2024)
Regie: Simon Jaquemet | 119 minuten | drama, science fiction | Acteurs: Elliott Crosset Hove, Rila Fukushima, Sandra Guldberg Kampp, João Nunes Monteiro, Helen Schneider, Greg Orvis, Lotte Milder, Engji Blickensdorfer, Stefanie Strohbeck
Een kind wordt onder water geboren. Het beeld heeft iets vreemds, bijna alsof de visuele effecten niet helemaal geslaagd zijn. Maar juist daardoor ontstaat twijfel: is dit slecht gemaakte CGI, of kijken we precies naar wat Simon Jaquemet ons wil laten zien?
Dan komen we boven water. Een moeder zit met haar pasgeboren baby in bad. Het kind beweegt nauwelijks en ligt bijna als een pop in haar armen. Even later zien we een jongen op een strand. De achtergrond is wazig en onnatuurlijk onscherp. Opnieuw begint het beeld met ons te spelen. Wat zien we, wat denken we te zien en wat wil de maker dat we zien?
Die twijfel blijft eigenlijk de hele film aanwezig. De jongen blijkt onderdeel van een kunstmatige intelligentie die moet leren functioneren als een mens. Sonny, een briljante programmeur, werkt aan een systeem dat moet uitgroeien tot Artificial General Intelligence. In een digitale survivalwereld moet de jongen op een onbewoond eiland leren jagen, zichzelf verdedigen en overleven.
Tegelijkertijd krijgt Sonny in de echte wereld een zoon. Tōru blijkt ernstig ziek en zal waarschijnlijk maar enkele maanden leven. Akiko, zijn vrouw, probeert vast te houden aan de tijd die hun samen rest. Sonny kan dat niet. Hij wil een oplossing vinden. Als zijn kennis van kunstmatige intelligentie hem misschien kan helpen de dood te slim af te zijn, zal hij die mogelijkheid aangrijpen.
Zo zet Jaquemet twee kinderen tegenover elkaar: een echt kind dat langzaam dreigt te verdwijnen en een digitaal kind dat juist steeds menselijker wordt.
De digitale wereld is groen, weelderig en paradijselijk als een droom, in contrast met de harde werkelijkheid van computers, kabels en loeiende ventilatoren. Die machines lijken bijna een eigen identiteit te bezitten, als het hart en de aderen van de jongen. En dan zijn er de bergen en de natuur waarin Sonny en Akiko zich buiten de stad soms terugtrekken. Ook die wereld voelt bijna als een droom. De ene wereld bestaat niet, de andere wel, maar soms is nauwelijks te zeggen welke van de twee als de werkelijkheid aanvoelt. Jaquemet speelt daar voortdurend mee. Soms weet je niet of je naar een digitale werkelijkheid, een droom of de echte wereld kijkt. Daardoor ga je als kijker vanzelf nadenken over wat je ziet, wat je denkt te zien en hoeveel van je werkelijkheid inmiddels wordt bepaald door beelden en data.
Elliott Crosset Hove is sterk als Sonny. Hij speelt hem niet als een vader die voortdurend zichtbaar door verdriet wordt verteerd, maar als iemand die zich vastklampt aan zijn vermogen om problemen op te lossen. Juist daardoor wordt zijn obsessie steeds indringender: hij blijft denken, rekenen en zoeken, terwijl zijn zoon steeds verder achteruitgaat. Doet hij wat hij doet omdat hij vader is en zijn kind wil redden, of omdat hij als wetenschapper ervan overtuigd is dat hij een oplossing móét kunnen vinden?
Hij gebruikt de jongen op het eiland om hem te leren wat zijn eigen zoon steeds verder verliest: voelen, reageren, verlangen, leven. Terwijl zijn echte zoon steeds verder van de wereld lijkt los te raken, leert de digitale jongen juist de wereld om zich heen kennen en zichzelf te redden. Voor Sonny lopen die twee kinderen steeds meer door elkaar: het kind dat hij in de echte wereld dreigt te verliezen en het kind dat hij in een digitale wereld probeert te laten groeien.
Niet alles in die wereld is even overtuigend. Sonny neemt enorme risico’s met een systeem dat juist strikt geïsoleerd moet blijven. En zodra contact tussen hem en de digitale wereld mogelijk blijkt, rijst de vraag waarom bepaalde mogelijkheden niet eerder zijn benut. De film hoeft natuurlijk niet ieder technisch detail uit te leggen, maar juist doordat Jaquemet zijn eigen regels zo nadrukkelijk neerzet, vallen momenten waarop de logica begint te wringen extra op.
Ook Sonny en Akiko blijven soms moeilijk te doorgronden. Ze lijken van hun omgeving te zijn losgeraakt; alleen Akiko’s ouders komen vanuit Japan langs, maar ook met hen blijft een zekere afstand voelbaar. Wanneer Sonny en Akiko er helemaal doorheen zitten en met hun baby naar een technofeest gaan, laat Jaquemet opnieuw werkelijkheid, droom en verbeelding in elkaar overlopen. Juist daardoor verliezen we ook steeds meer grip op Sonny en Akiko, maar wordt de film tegelijkertijd interessanter dan een zoveelste sciencefictionfilm over kunstmatige intelligentie. Want wat betekent het eigenlijk dat we ons leven steeds meer laten omringen door data? Van onze huizen tot onze auto’s, motorfietsen, ziekenhuizen en zelfs de meest alledaagse apparaten: steeds meer van onze werkelijkheid wordt gemeten, opgeslagen en aangestuurd.
De vraag is dan niet alleen hoeveel van die digitale wereld inmiddels deel uitmaakt van ons leven, maar ook hoeveel van ons inmiddels deel uitmaakt van die digitale wereld. Hoeveel stuurt die wereld onze gedachten, onze gevoelens, onze dromen?
In ‘Electric Child’ wordt die grens steeds vager. Sonny probeert de AI te leren wat het betekent om te leven, terwijl zijn eigen zoon niet meer kan voelen. Op het eiland maakt de jongen ondertussen de omgekeerde beweging: hij leert voelen, verlangen en overleven en wordt daarmee steeds menselijker. Sonny probeert dus een digitaal kind menselijk te maken, terwijl hij machteloos moet toezien hoe zijn eigen kind juist steeds verder van het leven verdwijnt.
Daar zit de sterkste gedachte van de film. Niet in de uitleg over Artificial General Intelligence, maar in de omkering ervan. Misschien is de vraag niet of een machine ooit menselijk genoeg wordt. Misschien moeten we ons afvragen hoeveel van onze eigen manier van denken inmiddels al door machines wordt gevormd.
‘Electric Child’ is soms weerbarstig en niet altijd logisch, maar juist die ongrijpbaarheid blijft intrigeren. Steeds opnieuw laat Jaquemet ons twijfelen aan wat werkelijkheid is en wat niet. En misschien zit daarin wel de meest verontrustende gedachte van de film: niet dat machines ooit op mensen gaan lijken, maar dat mensen steeds meer op machines gaan lijken.
Martijn Smits
Waardering: 4
Bioscooprelease: 13 augustus 2026
