Factotum (2005)

Regie: Bent Hamer | 94 minuten | drama | Acteurs: Matt Dillon, Lili Taylor, Marisa Tomei, Fisher Stevens, Didier Flamand, Adrienne Shelly, Karen Young, Tom Lyons

‘Factotum’ heeft veel wat het filmhuispubliek aanspreekt: een verhaal zonder een echt duidelijke richting of afronding dat zich vooral op karaktermomenten concentreert; een diverse cast met acteurs die zich normaal gesproken in de periferie van Hollywood begeven; een onderkoelde, droog humoristische toon; en een anti-establishment kunstenaar als hoofdpersonage.

En deze elementen zorgen inderdaad voor veel aantrekkingskracht. Het ongedwongen tempo, de humor, en de goed presterende acteurs zijn de grootste pluspunten van de film. En de muziek van Kristin Asbjørnsen, een bekende rockzangeres in Scandinavië, complementeert de beelden met een mooie, bedachtzame soundtrack, gedomineerd door violen en piano. Jammer dat ‘Factotum’ uiteindelijk niet zijn volledige potentieel weet te verwezenlijken. Het verhaal is te leeg en het hoofdpersonage te zelfingenomen en vilein om veel betrokkenheid bij de kijker te kunnen genereren.

De laatste woorden van Hank Chinaski in de film: “if you’re gonna try, go all the way” die volgen op een gloedvol betoog over de dingen die je bereid moet zijn te doorstaan om je met je eigen passie te kunnen bezighouden, komen hol over, aangezien we als kijker niet bepaald het idee krijgen dat hij zich zo intensief en met zijn hele hart op zijn verhalen en poëzie stort. We zien hem zich vooral als een luie lamstraal gedragen, die soms gewelddadig uit de hoek kan komen (zo verkoopt hij zijn vriendin een paar flinke klappen) en zichzelf en anderen vertelt dat hij een roeping als schrijver heeft. We zien hem wel af en toe wat woordjes op papier krabbelen of quasi-filosofische verklaringen uiten terwijl hij uit een raam staart, maar we krijgen nooit echt de indruk dat hij zich vol overgave op zijn schrijversbestaan toelegt, zoals zijn laatste woorden impliceren. Het zou de film ten goede zijn gekomen als we wat meer van de innerlijke strijd hadden meegekregen met betrekking tot Chinaski’s schrijverspersona. Nu komen veel van zijn handelingen en opmerkingen als te zinloos over en blijven we als kijkers teveel op een afstand. Hank is uiteindelijk vooral pretentieus en zielig, terwijl er meer gemikt lijkt te worden op associaties als tragisch en ambigue, en aangezien Chinaski’s personage de motor vormt van de film, doet dit aanzienlijk afbreuk aan de film als geheel.

Voor de rest is de film gelukkig zeker een welkome en eigenzinnige arthouse film, die toch regelmatig met zowel dramatisch als humoristisch interessante situaties de aandacht van de kijker weet vast te houden.

Matt Dillons wat afwezige Chinaski weet vanaf het begin te amuseren door zijn nonchalance. Zo zien we hem in zijn vrachtwagen (met ijs) van zijn werk wegrijden terwijl er nog een slang aan bevestigd zit en de achterdeuren nog open staan. Tegen zijn huisbazin vertelt hij dat hij schrijver is, maar nog niet toe is aan een roman. Vandaar dat hij andere baantjes nodig heeft om aan geld te komen. Als hij al wordt aangenomen houdt hij het meestal niet langer vol dan een paar dagen, omdat hij al snel aan het drinken slaat of de kantjes eraf loopt. De sollicitatieprocedures zijn doorgaans geestig. Tijdens de sollicitatie bij een augurkenfabriek verklaart hij dat hij er wil werken omdat augurken hem aan zijn oma doen denken. De baas is verder gefascineerd door zijn “beroep” van schrijver. Wanneer Chinaski vertelt dat zijn nieuwe boek eigenlijk over alles gaat, neemt de baas de proef op de som. “Gaat het ook over… kanker?”. Chinaski antwoordt bevestigend. “Maar wat te denken van, bijvoorbeeld, mijn vrouw?” is de volgende vraag van de baas. “Zij zit er ook in…” antwoordt Chinaski droog, waarna we overgaan naar een shot van een pottendraaiende Chinaski aan de lopende band. Hilarisch is ook de scène waarin hij in de kamer van de baas wordt geroepen om kennis te maken met zijn vriend, die ook een schrijver is. De baas denkt dat ze veel hebben om over te praten. De vriend brengt echter geen woord uit, en het drietal zit zeker een minuut lang woordeloos in de kamer, terwijl Chinaski wat ongemakkelijk om zich heen kijkt, alvorens te vragen: “Is het goed als ik wegga?”. Grappig is ook zijn sollicitatie bij een taxibedrijf. Net wanneer hij goed door de eerste ronde heen lijkt te komen (hij geeft een goed antwoord op de vraag wanneer je de macht over het stuur kunt verliezen: als je moet niezen), wordt ontdekt dat hij vele boetes heeft gekregen voor dronken achter het stuur zitten. Tot zover de sollicitatie. Chinaski is net de kamer uitgelopen of we zien hem terugkomen met het verzoek: “kun je misschien een taxi voor me bellen?”; waarna we een shot zien van Chinaski die uit een bus stapt.

Jan (Lili Taylor), de vrouw met wie Chinaski in de film lange tijd een relatie heeft, ontmoet hij in een bar (“I gave her a drink, and she gave me her phone number”). Ze hebben in de basis een relatie die gebaseerd is op seks, maar langzamerhand ontstaat hieruit een wat hechtere verstandhouding, al lijkt ook deze op niet veel meer dan gewenning en sleur te berusten. Taylor zet een uitstekende dramatische rol neer als de vrouw die ergens wel van Chinaski houdt, maar flipt zo gauw hij haar niet meer regelmatig in bed bevredigt. Chinaski schuwt er vervolgens niet voor om haar te slaan wanneer ze zo doorslaat en (even) van hem wegloopt. Ze kunnen niet met en zonder elkaar. Wanneer Hank een tijdje zonder haar is, komt hij in een bar Laura tegen, een aanvankelijk moeilijk herkenbare Marisa Tomei. Zij is ook een aan de rand van de samenleving levend wezen, met zwarte oogschaduw en neerslachtige houding, dat met enkele andere vrouwen bij een rijke oude(re) man woont, met wie ze wel eens gaan varen. Het is een leuke rol en vooral haar kennismaking met Hank, wanneer ze wil weten of hij geen mafkees is die mensen in mootjes hakt (en Hank antwoordt dat hij daarmee is opgehouden), is erg grappig. Jammer genoeg is Tomei’s aandeel in de film klein en is de tijd die Hank bij haar en de andere vrouwen doorbrengt slechts één amusant vignet over Hanks omzwervingen. Het draagt weinig bij aan de film als geheel. Een film die boeit maar ook zélf weinig te melden heeft, alle filosofische mijmeringen van de hoofdpersoon niettegenstaande. Een scène in een bar vroeg in de film geeft goed het sterke en zwakke punt van de film aan. Chinaski zit te zuchten naast een oude(re) man, die vraagt of hij zich niet goed voelt. Chinaski antwoordt dat hij zich wel eens beter heeft gevoeld. Waarop de man antwoord: “Jongen, ik heb waarschijnlijk langer geslapen dan jij hebt geleefd”. Kortom, Chinaski moet eens wat minder medelijden met zichzelf hebben en eens daadwerkelijk ergens “voor gaan”, zoals hij aan het eind van de film zegt zo belangrijk te vinden. Zonder een dergelijke wilskracht blijft hij slechts een grappige paljas zonder veel overtuigingskracht. ‘Factotum’ in een notendop.

Bart Rietvink