Farming (2018)

Recensie Farming CinemagazineRegie: Adewale Akinnuoye-Agbaje | 101 minuten | drama | Acteurs: Damson Idris, Kate Beckinsale, Gugu Mbatha-Raw, Leke Adebayo, Ademola Adedoyin, Adejola Adeyemi, Adewale Akinnuoye-Agbaje, Michael Akinsulire, David Alase, Zephan Hanson Amissah, Brooklyn Appiah, Shane Attwooll, Zach Avery, Rachael Banjo, Theo Barklem-Biggs, Cosmo Jarvis, John Dagleish

Buiten het Verenigd Koninkrijk is er niet veel bekend over het fenomeen ‘farming’. In de jaren zestig en zeventig kwam het regelmatig voor dat immigranten uit met name West-Afrika hun pasgeboren kroost onderbrachten bij witte, working class-families in Britse steden. Op die manier konden zowel de vader als de moeder een opleiding volgen of fulltime werken en werd er door de witte thuisblijfmoeders op hun kind(eren) gepast. Uiteraard gebeurde dit tegen betaling en was het in principe een tijdelijke regeling. De immigrantenouders hadden bovendien het idee dat hun kinderen beter af zouden zijn in de weliswaar arme maar relatief rustige witte arbeiderswijken dan in hun eigen buurt. Maar dat ‘farming’ op het kind ontegenzeggelijk een stempel drukte, bewijst de film ‘Farming’ (2018) van Adewale Akinnuoye-Agbaje. De Brit met Nigeriaanse roots, die we vooral kennen als acteur uit films als ‘The Mummy Returns’ (2001), ‘The Bourne Identity’ (2002) en ‘Suicide Squad’ (2016) en tv-series als “Oz”, “Lost” en “Game of Thrones”, maakt met deze film een heel persoonlijk debuut als schrijver en regisseur. Hij baseerde het verhaal namelijk op zijn eigen ervaringen, al worden de gebeurtenissen hier en daar wat al te stevig aangezet om het gewenste effect te bereiken bij de kijker.

Het is eind 1967 als de ouders van de pas zes weken oude Enitan – het alter ego van Akinnuoye-Agbaje – hun kind afleveren bij de witte working class-familie Carpenter in het havenstadje Tilbury, in het zuidoosten van het Verenigd koninkrijk. Als de Carpenters voor hun kind zorgen, kunnen de Nigeriaanse ouders van Enitan hun studie afmaken in Londen, zodat ze op een later moment een goede toekomst voor hun kroost kunnen bewerkstelligen. Hoewel ze klein behuisd zijn, halen Ingrid (Kate Beckinsale) en Jack (Lee Ross) Carpenter zo veel mogelijk Afrikaanse kinderen in huis; makkelijk geld verdienen vinden ze. Omdat Jack vrachtwagenchauffeur en dus veel van huis is, zijn de kinderen vooral overgeleverd aan de grillen van Ingrid, die niet per se harteloos is maar wel haar gemene momenten heeft en – waarschijnlijk amper bewust – de kinderen regelmatig racistisch bejegend. Ook heeft ze zo haar lievelingetjes, en de introverte dromer Enitan (Zephan Hanson Amissah) is dat zeker niet. Ze pakt hem harder aan dan de andere kinderen. Ook op straat en op school heeft Enitan het in de arme en voor het overgrote deel spierwitte gemeenschap in Tilbury niet gemakkelijk. Het gaat zelfs zo ver dat hij een hekel krijgt aan zijn eigen huidskleur en het zwart er met zeep probeert af te boenen of zichzelf met talkpoeder probeert ‘wit te wassen’.

Als hij een jaar of acht is, zijn zijn ouders klaar met studeren en nemen ze de jonge Enitan mee naar Nigeria. Maar ook daar is hij niet op zijn plaats; de rituelen van de stam waartoe zijn familie behoort beangstigen hem en hij verstaat de taal niet. Eigenlijk kun je stellen dat hij nergens echt bij hoort en nergens de veiligheid en geborgenheid vindt die een kind nodig heeft. Hij wordt weer teruggestuurd naar de UK, waar hij behandeld blijft worden als een tweederangsburger. In zijn tienerjaren wordt Enitan (inmiddels geportretteerd door de enigmatische Damson Idris) het doelwit van een lokale groep skinheads, die geleid wordt door de sadistische Levi (John Dagleish), die feilloos lijkt aan te voelen dat Enitan in de knoop zit met zijn raciale identiteit en hem daarom, na hem eerst flink vernederd en mishandeld te hebben, toelaat in de groep. Niet omdat hij de jongen aardig begint te vinden, maar om hem uit te buiten als lokaas, perverse mascotte en zondebok. Enitan heeft eindelijk het gevoel ergens bij te horen en laat zich zelfs verleiden tot het aanvallen van onschuldige zwarte slachtoffers. Ingrid is woedend op de jongen, maar probeert hem ervan te overtuigen dat hij verkeerd bezig is. Ook de zachtaardige lerares Ms. Dapo (Gugu Mbatha-Raw) werpt meerdere malen een reddingsboei uit, maar beiden kunnen niet voorkomen dat Enitan afglijdt richting een nihilistisch leven als skinhead, dat onvermijdelijk uitmondt in levensgevaarlijk geweld.

Akinnuoye-Agbaje, die behalve schrijver, regisseur en producent ook de rol van Enitans vader Femi op zich heeft genomen, werkte maar liefst vijftien jaar aan deze film. Ten behoeve van de authenticiteit filmde hij zo veel mogelijk op de locaties uit zijn jeugd, waaronder in het daadwerkelijke huis van de Carpenters. Hoewel zijn eigen jeugd lang niet zo extreem was als die van de hoofdpersoon in zijn film, zijn er grote parallellen te trekken: behalve zijn eigen ervaringen met ‘farming’ en een kortstondige terugkeer naar Nigeria die niet goed uitpakte, onderging Akinnuoye-Agbaje net als Enitan in zijn tienerjaren een identiteitscrisis die hem deed flirten met de skinheadbeweging. De film ademt op alle mogelijke manieren die persoonlijke betrokkenheid uit. Desondanks maakte de debuterend filmmaker bepaalde keuzes om zijn verhaal smeuïger te maken, bijvoorbeeld door zijn ervaringen als skinhead extra aan te zetten. Het verhaal heeft dat namelijk niet nodig; met name dankzij het sterke acteerwerk van de beide jonge acteurs die in de huid van Enitan kruipen worden we genoeg geboeid. De grotere namen in de cast, Beckinsale en Mbatha-Raw, komen helaas minder goed uit de verf. De laatste omdat haar rol simpelweg niet voldoende is uitgewerkt, Beckinsale omdat ze compleet miscast is als cockney moederkloek van het type ‘grote mond, klein hartje’. In de UK lopen heel wat actrices rond die de rol van Ingrid overtuigender hadden kunnen neerzetten. Op Enitan na zijn de personages nogal stereotiep, zeker de skinheads die met Dagleish weliswaar een intrigerende frontman hebben maar minder menselijk overkomen dan de skins in bijvoorbeeld ‘This is England’ (2007).

Het is dapper van Adewale Akinnuoye-Agbaje dat hij zijn persoonlijke ervaringen in de vorm van deze film durft te delen met de buitenwereld. Hij heeft zijn ziel en zaligheid in de film gestopt en de boodschap die hij wilde vertellen is overgekomen. Zeker voor een debuutfilm is ‘Farming’ meer dan geslaagd, met dank ook aan de geweldige jonge hoofdrolspeler Damson Idris, al is er volop ruimte voor verbetering en kan het allemaal wel wat subtieler en verfijnder.

Patricia Smagge

Waardering: 3.5

VOD-release: 26 mei 2021 (Picl)