Fateless – Sorstalanság (2005)

Regie: Lajos Koltai | 134 minuten | drama | Acteurs: Marcell Nagy, Áron Dimény, Péter Fancsikai, Zsolt Dér, András M. Kecskés, Dani Szabó, Tibor Mertz, Péter Vida, Endre Harkányi, Zoltán Bukovszki, Gábor Nyiri, Jenö Nagy, Bence Bihari, Patrik Holzmüller, Jakab Pilaszanovich, Zoltán Tóth, Péter Bryja, Krisztián Köles, Gergely Mészáros, Sándor ifj. Kõmíves, István Uri, Géza Schramek, György Bõsze, József Kelemen, István Mészáros, Zsolt László, Zoltán Varga, Gábor Máté, Attila Magyar, Zoltán Bereczky, László Méhes, Zsolt Kovács, Adrien Táncos, Sári Herrer, Kati Lázár, Miklós Benedek, Lajos Kulcsár, Dénes Bernáth, Péter Haumann, György Barkó, Ádám Rajhona, Maciej Chichocki, Attila Dolmány, György Gazsó, Piroska Molnár, Ildikó Kishonti, Gáspár Mesés

György Köves is een onopvallende jongen; je zou hem zelfs een meeloper kunnen noemen, zonder de begaafdheid of moed van een Wladyslaw Szpilman uit ‘The Pianist’, Guido Orefice uit ‘La Vita è Bella’ of Itzhak Stern uit ‘Schindler’s List’. Het enige dat hem onderscheidt is de gele ster op zijn jasje. Hij toont ons het zinloze lot van een Europese Jood tijdens de Tweede Wereldoorlog, zonder hoop of genade.

Valt er nog iets toe te voegen aan de beeldvorming over de verschrikkingen in de concentratiekampen? Ja, kunnen we zeggen na het zien van ‘Fateless’. Belangrijkste reden: de film is moreel neutraal. Geen goed tegenover kwaad, agressiviteit tegenover onschuld – gezichtspunten die hoe dan ook dramatiseren, maar een veertienjarige die liever naar zijn buurmeisje kijkt dan bidt voor zijn geïnterneerde vader (János Bán) en die later door willekeur, zonder dat meer dan een ander verdiend te hebben, de oorlog overleeft en daar vreugde noch verdriet aan overhoudt. György ondergaat zijn ontmenselijking in de werkkampen van Auschwitz-Birkenau, Buchenwald en Zeitz zonder hoop, klaarblijkelijk zelfs zonder geestelijke pijn, want het hart en de zintuigen zijn door uitputting en ondervoeding uitgeschakeld en dat krijgt de kijker ingepeperd. Die ziet de realiteit van de kampen bijna letterlijk door de ogen van de tijdens de film steeds meer in een zombie veranderende jongen, doordat de camera hem op de huid zit. Het is een dramatisch stijlmiddel, zoals er in ‘Fateless ‘wel meer worden gebruikt: traagheid (uitmuntend toegepast), vale bruin- en zwartwit-tinten en de score van Ennio Morricone (op het randje), maar het leidt tot een haast ondraaglijke vereenzelviging. Je zoekt naar György in de massa als je hem kwijt bent en voelt zijn honger wanneer hij niet te eten heeft; je kijkt met hem naar zijn door maden aangetaste lichaamswonden en ligt naast hem in bed, naast het lijk van zijn buurman.

György is niet de uitzondering die de regel bevestigt, maar een doorsnee kampslachtoffer wiens lot ons aangaat omdat hij als individu uit de massa getild wordt door de middelen die de filmmaker tot zijn beschikking heeft, naast bovengenoemde ook de gelijknamige roman van Imre Kertész. Het goede, de hoop en de genade – zelfs de tranen van de achterblijvers, worden ons onthouden en dat maakt – met alle respect voor de vermelde films, de meeste indruk, want de gruwelijke feiten blijven spreken. ‘Fateless’ had geen boodschap nodig, alleen een overlevende die de verschrikkingen kon opschrijven en een ander mens die ze kon vertolken. Na een ietwat bleue start – de film komt sowieso moeilijk op gang – slaagt Marcell Nagy daar steeds beter in. Hij lijkt met zijn personage en diens lot te vergroeien, evenals de kijker. Het resulteert in één van de meest naakte oorlogsdrama’s die er zijn gemaakt; een film over niets meer dan overleven.

Jan-Kees Verschuure