Fear and Loathing in Las Vegas (1998)

Regie: Terry Gilliam | 118 minuten | drama, komedie | Acteurs: Johnny Depp, Benicio Del Toro, Cameron Diaz, Tobey Maguire, Ellen Barkin, Gary Busey, Christina Ricci, Mark Harmon, Katherine Helmond, Michael Jeter, Penn Jillette, Craig Bierko, Christopher Meloni, Flea

De boeken van Hunter S. Thompson – een Amerikaanse motor- en LSD-fan – vonden in de jaren na de liefdevolle sixties gretig aftrek. Enge mensen die hippies, maar toch benieuwd wat ze achter de geraniums uitvreten, was het devies. Nou: rondrijden in een auto vol drank en drugs dus.

Toen de wolken van het hippiedom optrokken bleek helaas dat het psychisch niet zo goed gesteld was met de voormalige bloemenkinderen. Toch maar beter bij pappie in de zaak gaan werken. Thompson schreef hierover en had ook oog voor de destructieve kanten van drugsgebruik. Het hoorde er volgens hem alleen gewoon bij. In 2000 verwondde hij nog iemand bij het schieten van een beer en eerder al werd hij opgepakt met kinderporno.

Flarden van zijn werk trekken in Fear and Loathing in Las Vegas voorbij, maar alarmerend of pakkend is het nergens. ‘Ludiek’ is misschien een goed woord voor de capriolen van journalist Raoul Duke – gemodelleerd naar de figuur van Thompson – en advocaat Dr. Gonzo; hoewel Benicio Del Toro enkele malen overtuigend een trip simuleert in deze film – zeker bruikbaar op toneelopleidingen – moeten we opnieuw constateren dat Johnny Depp niet geschikt is om een film te dragen. Het is allemaal te vrijblijvend en te oppervlakkig wat hij laat zien. Ook qua humor wordt de juiste toon gemist. We kunnen wel even lachen om Gary Busey als verkeersagent, maar het is als een boer met kiespijn.

Het wordt Depp ook niet makkelijk gemaakt door regisseur Terry Gilliam en zijn ongeremde creativiteit. Special effects zijn meestal voorbehouden aan blockbusters, maar af en toe wil ook een linksdraaiende filmmaker zich nog wel eens vergrijpen aan computeranimaties. In FaLiLV worden die gebruikt om de hallucinaties van Duke vorm te geven. Ziet er mooi uit, maar je wordt er misselijk van, zoveel.

De historische intermezzo’s over de opkomst van de drugcultuur zijn de moeite waard, maar daar zitten er dan weer te weinig van in. En waar het allemaal toe leidt, daar hoeven we ons niet druk om te maken; een doel heeft de film niet. We gaan zonder plot het cirkeltje rond.

Meer nog dan een sterke lead mist de film een moment van rust in de gekte. Film is niet zoals muziek een kunstvorm met roesgevende kwaliteiten en zonder verhaal wordt het erg moeilijk. In documentairestijl was FaLiLV waarschijnlijk veel effectiever geweest; in zwart-wit met de neonlichten in kleur, met Del Toro natuurlijk en Cameron Diaz en Christina Ricci, misschien zelfs Lyle Lovett en desnoods Depp, maar dan in een bijrol.

Jan-Kees Verschuure