Final Destination 3 (2006)

Regie: James Wong | 93 minuten | drama, horror, thriller | Acteurs: Mary Elizabeth Winstead, Ryan Merriman, Kris Lemche, Amanda Crew, Alexz Johnson,Texas Battle,Jesse Moss, Chelan Simmons, Sam Easton, Gina Holden,Crystal Lowe, Maggie Ma, Ecstasia Sanders, Agam Darshi, Jody Racicot, Patrick Gallagher, Alexander Kalugin, Dylan Basu, Alberto Ghisi, Stuart Cowan, Harris Allan, Nels Lennarson, Jacob Rupp, R. David Stephens, Andrew Francis, Cory Monteith, Grahame Andrews, Tony Morelli, Nesta Chapman, Dustin Milligan, Jim Shield, Lou Bollo, Colby Johansson, Keith Dallas, Michael Stewart, Victor Ayala, Tony Todd, Dylan Basile, Matt Ellis, Sean Ellis, Evan Pinsoneault

‘Final Destination 3’: niet alleen de titel lijkt een onmogelijkheid: de kans op het welslagen van het derde deel in een serie waarvan het concept na de eerste film eigenlijk al was uitgeput, lijkt bijzonder klein te zijn. Een tiener (in verband met de doelgroep) krijgt een visioen van een op handen zijnde ramp, en verlaat vervolgens in hysterie het gedoemde vliegtuig, de auto, of, in dit geval, de achtbaan, gevolgd door een aantal vrienden of medepassagiers. Echter, aangezien het in het plan van de Dood lag dat al deze personen hun einde zouden vinden in het betreffende vaartuig, worden de overlevenden nog steeds, één voor één, opgejaagd door de Dood. De hoofdpersonen van de film staan nu voor de onwaarschijnlijke taak om op een of andere manier aan hun naderende lot te ontsnappen. In de eerste ‘Final Destination’ was dit een nog een origineel concept, waarbij het geniale schuilt in het feit dat de vijand in deze horrorfilm abstract is: het gaat niet om een fysiek persoon maar om een meedogenloze kracht die overal, altijd, en op elke manier kan toeslaan. Geen monster of man met een bijl dus, maar de Dood zelf is de vijand. Natuurlijk was dit idee een mooi excuus om al deze tieners op zo inventief, en ziekelijk, mogelijke, wijze uit te kunnen moorden, met allerlei uitgebreide boobytrap-achtige constructies, waar Wile E. Coyote uit de Roadrunner cartoons trots op zou zijn.

In deel 2, waarin Wong de regie overgaf aan David R. Ellis, was er weinig ruimte voor vernieuwing en greep men weer op precies dezelfde constructie terug, waarbij zelfs enkele personages uit deel 1 werden opgezocht en die eerste ramp, met het vliegtuig, als hulpmiddel werd gebruikt voor de onfortuinlijke groep in dit tweede deel. Men probeerde nog wel een nieuw idee toe te voegen over hoe alleen een nieuw leven het plan van de Dood zou kunnen tegenhouden, maar veel voegde dit niet toe. De enige momenten van “waarde”, die immers waren overgebleven nu de nieuwigheid van het centrale idee eraf was, waren de sterfscènes. Echter, hoe lang kunnen absurde, gore, aaneengeschakelde sterfscènes interessant blijven zonder een (substantieel) overkoepelend verhaal? Verrassend genoeg behoorlijk lang. In ‘Final Destination 2’ waren het ook deze scènes die de film de moeite waard maakten. Als er een probleem was, dan zat dit in hun uitvoering. Ze waren wel weer in overvloed aanwezig, maar kwamen meestal vooral gekunsteld over, zonder goed te shockeren of spanning op te bouwen.

James Wong, die voor ‘Final Destination 3’ weer plaats heeft genomen in de regisseursstoel, slaagt er gelukkig in om deze scènes optimaal uit te buiten, en schotelt de toeschouwers een sadistisch, goor, maar daarnaast ook zeer grappig en af en toe waarachtig spannend splatterfestijn voor. Weg is het wat vermoeiend aandoende teruggrijpen van deel 2 naar het verhaal en de personages van de eerste film. Ja, de ramp met vlucht 180 wordt benoemd, maar louter om kort het centrale idee nog even de revue te laten passeren. Al snel is het “business as usual” en worden de, geheel nieuwe, personages weer op heerlijk macabere wijze afgeslacht door een vastberaden, en uit zijn humeur zijnde Dood. De film is qua structuur dan wel eentonig en weinig origineel (meer) te noemen, wat wel degelijk afbreuk doet aan het geheel, maar in ieder geval heeft de film geen pretenties om (veel) meer te zijn dan een amusante slachtfilm.

De openingsscène is alvast erg effectief in de manier waarop zij in weet te spelen op al aanwezig zijnde angsten bij de toeschouwer. Het betreft hier een ijzingwekkende rit in een achtbaan, waarbij alles misgaat wat maar mis kan gaan. Meer dan bij het auto ongeluk uit deel 2 maakt deze sequentie gebruik van een oerangst en de verbeeldingskracht van de toeschouwer. De achtbaan is een attractie die is ontworpen om zo snel mogelijk te gaan, en zich letterlijk en figuurlijk in zo moeilijk en extreem mogelijke bochten te wringen om de inzittende zijn kick te bezorgen; iets wat deze film als geheel in feite ook doet met de toeschouwer. Het is heerlijk om zo’n kick te kunnen voelen terwijl je weet dat je veilig zit. Maar, wat als er iets misgaat? Onwillekeurig speelt zo’n gedachte, bewust of onbewust, mee in de ervaring, en maakt deze angst deel uit van de spanning. En het meest beangstigende van dit vooruitzicht is dat je totaal hulpeloos bent als er wat gebeurt. Dit gebrek aan controle, wat een groot aandeel heeft in de (doods)angst, is ook wat het vliegtuigongeluk uit ‘Final Destination’ zo spannend maakte (en wat deel 2 miste). Deze scène maakte gebruik van een soortgelijke angst. Één ding is zeker: na het zien van ‘Final Destination 3’ zul je nooit meer op dezelfde manier in een achtbaan stappen. In tegenstelling tot wat de trailer suggereerde, zijn de effecten in deze sequentie degelijk en voelen we daadwerkelijk angst tijdens het ongeluk. Ook wordt de spanning goed opgebouwd, met een langzaam steeds angstiger wordende Wendy (Mary Elizabeth Winstead), afgewisseld met close-ups van achtbaanrails, piepende karretjes, gillende mensen, en lekkende vloeistof.

Het genoemde gebrek aan controle is een centraal thema in ‘Final Destination 3’. Aangezien Wendy juist zo’n controlefreak is, is het voor haar extra frustrerend dat al deze schijnbaar onvermijdelijke gruwelijkheden plaatsvinden. Winstead is een typisch hyperaantrekkelijke Hollywoodtiener, maar weet gelukkig wel enige sympathie en empathie op te wekken, en acteert daarbij niet al te beroerd. Ze is ook niet zo’n typisch leeghoofdig huppeltrutje die vertegenwoordigd worden door de personages Ashlyn en Ashley (Chelan Simmons en Crystal Lowe), en hilarisch oppervlakkig zijn. Na het gruwelijke achtbaanincident willen ze nog even bijkleuren op de zonnebank; immers, ze moeten goed voor de dag komen tijdens de begrafenis van de achtbaanslachtoffers (waaronder de vriend van Wendy). En terwijl ze daar, naakt en wel, een kleurtje liggen te pakken, swingen ze vrolijk op de klanken van het nummer “Love Rollercoaster”. Kan het nog ongevoeliger? De editor van de film heeft er een macaber weerwoord op: aan het einde van een flink misgelopen zonnebanksessie zien we namelijk een overhead shot van de twee zonnebanken, direct gevolgd door een shot van hun twee grafkisten. Afschuwelijk, maar zeker ook erg grappig.

Dit is zo’n beetje de trend voor elke hierop volgende sterfscène. Het gaat in vrijwel ieder geval om leeghoofdige tieners die in feite gestraft worden voor hun oppervlakkigheden. Het is louter uit dit oogpunt dat deze tweedimensionale personages te accepteren zijn, of enige meerwaarde krijgen met betrekking tot hun stereotypering. Wel had wat meer gedaan kunnen worden met de belangrijke relatie tussen Wendy en haar zus Julie (Amanda Crew), en die tussen Wendy en Kevin (Ryan Merriman), de twee overlevenden die samen proberen de Dood tegen te houden.

Ondanks het gebrek aan karakterisering weet de (mogelijk) naderende dood van Julie tegen het einde van de film toch nog goede spanning op te wekken. Dit omdat we hier werkelijk om haar lot geven, iets wat van de voorgaande sterfgevallen niet écht gezegd kan worden. De grote kracht van deze scènes is dan weer dat je steeds op het verkeerde been wordt gezet met betrekking tot de toedracht van de “moord”. Wendy heeft namelijk van elk (toekomstig) slachtoffer digitale foto’s weten te maken en het blijkt dat hierin aanwijzingen zijn te vinden over de sterfwijze. Maar eenvoudig is het niet: de foto’s kunnen verschillende dingen betekenen, en grappig wordt het wanneer een omgeving een waar puzzelplaatje wordt en elk attribuut een mogelijk wapen. En het “mooie” is, dat er altijd wel een shockerend of verrassend element in zo’n scène gebouwd wordt. Soms is het sterfmoment zelf gewoon erg plotseling en snel afgelopen, en een andere keer komt er een erg luguber “nawoord“ van de Dood in beeld, waarin “Hij” als het ware nog een laatste trap na geeft. Hoewel er hier en daar zelfs nog vraagstukken worden gepresenteerd om over na te denken, zoals: “wil ik wel weten hoe en wanneer ik precies sterf, ook al kan het mij helpen deze dood af te wenden?”, en er enkele dramatisch gezien interessante opmerkingen worden gemaakt – zoals de wrede “constatering” dat Wendy misschien het plan van de Dood zou kunnen stoppen, en de rest zou kunnen redden, door zelfmoord te plegen (wat doet zo’n opmerking met onze heldin?) – wordt de grootste aantrekkingskracht zonder meer gevormd door de humor en de macabere sterfgevallen. Het is gruwelen en lachen dus, en lachen om gruwelijkheden, in ‘Final Destination 3’.

Bart Rietvink