Fire Will Come – O que arde (2019)

Recensie Fire Will Come CinemagazineRegie: Oliver Laxe | 86 minuten | misdaad, drama | Acteurs: Amador Arias, Benedicta Sánchez, Inazio Abrao, Elena Mar Fernández, David de Poso, Alvaro de Bazal, Damián Prado, Nando Vázquez, Manuel Martínez, José Luis Santalices, Manuel Santamarina, Antonio Fernández, Nuria Sotelo, Ivan Yañez, Rubén Gómez Coelho, Luis Manuel Guerrero Sánchez

Elk jaar woeden er zware branden in de Noorwestelijke regio Galicië in Spanje. Deze worden met het jaar erger, en tot op heden is onduidelijk waar de oorsprong van de branden ligt. Worden ze aangestoken, en zo ja, door wie? Boeren, politici, vandalen? De Galicische regisseur Oliver Laxe had al jaren een fascinatie voor deze woeste branden – door zijn afkomst uit de regio, maar ook, op een visueel niveau, als fotograaf en filmmaker. In ‘Fire Will Come’ (‘O que arde’ of ‘Wat brandt’ in het Galicisch) speelt brand en brandstichting dan ook een grote rol, als aanjager van de plot, als dreigend element en als visueel hoogtepunt van het verhaal.

Dat verhaal gaat over de zwijgzame Amador (mooi gespeeld door de niet-professionele acteur Amador Arías, met precies de goeie kop voor de rol), die na een aantal jaren in de gevangenis te hebben gezeten voor brandstichting, terugkeert naar zijn ouderlijk huis op het platteland van Galicië. Een verlaten regio vol donkere luchten, waar de toeristen niet willen komen, en de dorpelingen elkaar nauwlettend in de gaten houden. Amadors oude moeder Benedicta verwelkomt hem, aanvankelijk voorzichtig, zwijgzaam zijn ontbijt klaarmakend, maar al snel merkbaar opgelucht met zijn aanwezigheid. De afgelopen jaren heeft Benedicta (geweldige rol van de 80-jarige Benedicta Sánchez) eigenhandig voor het grote huis en het vee moeten zorgen. Niet dat ze klaagt overigens, net zomin als Amador dat doet, of iets loslaat over zijn tijd in de gevangenis.

Ondanks de beperkte conversatie tussen hen, zien we de twee wel degelijk opbloeien. De zon breekt eindelijk door in de schijnbaar eeuwig regenachtige streek, Amador krijgt weer wat schik in het boerenbestaan en ontmoet zelfs de charmante veearts Elena, die stemmig Leonard Cohen opzet als ze samen in haar auto zitten. ‘Mooie muziek’, zegt Amador. ‘Jammer dat ik de woorden niet versta.’ En juist op dat moment, als het allemaal wat beter lijkt te gaan, breekt er brand uit. Het is geen verrassing dat de buurtbewoners naar Amador wijzen. Regisseur Laxe stipt het ongemak daarvan – de schuldvraag, de neiging om een zondebok te zoeken – aan, zonder antwoorden te geven. Ook andere elementen komen voorbij zonder precieze uitleg, zoals de dreigende bulldozers die door de bossen denderen. Suggereert hij dat die misschien nog wel gevaarlijker zijn dat de branden zelf?

Laxe houdt zich verre van een oordeel, is niet geïnteresseerd in een precieze verklaring, maar laat de kijker wel onderzoeken in hoeverre we iets of iemand accepteren zoals het of hij is. Accepteren we de grillige natuur met al haar gevaren, of willen we haar indammen, naar onze hand zetten? Accepteren we iemand wiens karakter niet volledig voorspelbaar is; past binnen onze specifieke set van normen en gewoontes? Ook kant-en-klare antwoorden op deze vragen hoeven we niet te verwachten van de ingetogen film, maar de vragen zelf zijn relevant genoeg om nog even op te kauwen.

Ruby Sanders

Waardering: 3

Bioscooprelease: 13 augustus 2020