Fitzcarraldo (1982)

Regie: Werner Herzog | 158 minuten | drama, avontuur | Acteurs: Klaus Kinski, José Lewgoy, Miguel Ángel Fuentes, Paul Hittscher, Huerequeque Enrique Bohorquez, Grande Otelo, Peter Berling, David Pérez Espinosa, Milton Nascimento, Ruy Polanah, Salvador Godínez, Dieter Milz, William L. Rose, Leoncio Bueno, Claudia Cardinale

Als het aan de regisseur had gelegen, had de gouden combinatie Herzog-Kinski niet plaatsgevonden voor ‘Fitzcarraldo’. Jack Nicholson was niet bereid zich zo lang en intensief in te zetten voor deze film, en de wél ingeschakelde acteur Jason Robards, met wie al een groot gedeelte van de film was opgenomen, werd op het laatste moment ziek. Toen moest er toch een beroep worden gedaan op Kinski, met wie Herzog weliswaar de mooiste films maakt, maar die de opnames niet altijd even soepel laat verlopen. Naar verluidt werkte hij de indianen in deze film op de set zo op de zenuwen dat ze Werzog hadden aangeboden hem te vermoorden. Misschien grappend bedoeld, maar dat Kinski zo zijn nukken heeft, is een goed gedocumenteerd feit. Belangrijk voor de kijker is echter, dat hij als geen ander in de huid weet te kruipen van Herzogs obsessieve personages. Ook hier weer trekt hij door zijn opvallende uiterlijk en volhardende gedrag alle aandacht naar zich toe.

Net als in ‘Aguirre, der Zorn Gottes’ speelt Kinski iemand met een maniakale rechtlijnigheid. Een man met onmogelijke ambities. En ook hier speelt het verhaal zich in de bedreigende Peruaanse jungle af, met wederom sterke “Hearts of Darkness”-aspecten, en de latere bewerking van Joseph Conrads boek door Francis Ford Coppola lijkt ook weer deels geïnspireerd door momenten uit ‘Fitzcarraldo’. Zonder twijfel was Coppola bekend met het werk van Herzog vóór het schieten van zijn meesterwerk ‘Apocalypse Now’. Wanneer Fitz met zijn grote rivierstoomschip geruisloos wordt ingesloten door een grote groep indianen in kano’s, kun je je toch niet aan deze gedachten onttrekken.

Deze thematiek van de exploratie van de duisternis van de mens, is iets waar Herzog regelmatig naar terugkeert in zijn films. De mens wordt dan vaak gecontrasteerd of in gevecht gebracht met de onherbergzame natuur. Hoever is de mens inmiddels verwijderd van deze natuur? Hoe sterk is zijn band hiermee (nog)? Zouden we met zijn allen misschien terugmoeten naar de natuur?

Maar de natuur lijkt in ‘Fitzcarraldo’ in eerste instantie slechts een middel, of obstakel te zijn, om tot het uiteindelijke doel te komen: het bouwen van een eigen operahuis. De ambities van Fitz zijn niet minder groot dan die van een Charles Foster Kane. Nadat zijn spoorwegproject door het Andesgebergte en zijn ijsindustrie in het water zijn gevallen, is dit nu zijn grootste wens. Hij wil zijn concurrent naar de kroon steken, maar het liefst nog wil hij zijn favoriete tenor Caruso in zijn eigen opera horen en zien optreden. In het begin van de film zien we Fitz haastig uit een bootje stappen met zijn vrouw (gespeeld door Claudia Cardinale) om een voorstelling van hem mee te kunnen maken.

Zijn liefde voor opera, en Caruso in het bijzonder, is de rode draad in de film. Overal neemt Fitz zijn grammofoontoestel mee naartoe om zijn omgeving aan te steken met het Carusovirus. Magisch zijn de momenten dat hij dit op zijn grote rivierstoomboot doet. Allereerst tijdens een intense tocht door de jungle, met overal om hen heen intimiderend tromgeroffel van indianen. Fitz en zijn bemanning hebben net een omgekeerde paraplu als waarschuwing uit het water opgevist, waarschijnlijk van een missionaris die nu vermoord is, en als antwoord haalt Fitz zijn platenspeler en operamuziek tevoorschijn. En het werkt: wanneer de prachtige klanken van deze tenor door de jungle galmen, stopt het tromgeroffel.

Niet veel later worden ze echter ingesloten door de indianen en zit er niets anders op dan hen aan boord van het schip te laten. Het zijn beklemmende momenten, omdat je als kijker er nooit helemaal zeker van bent wat deze indianen precies willen en denken. Eerst lijken ze Fitz als een God te beschouwen wanneer ze zijn vingers en haar zachtjes aanraken, maar ze lijken toch meer interesse te hebben in de boot. Wanneer Fitz voorstelt om de boot over een berg te trekken, om zodoende aan de andere kant rubber te kunnen winnen (om zo geld te verdienen voor zijn operahuis), stemt het honderdtal indianen verrassend genoeg toe. Maar het blijft de vraag of zij en Fitz wel uiteindelijk hetzelfde doel voor ogen hebben. Wat zijn zij van plan? Deze onzekerheid en dreiging geeft de film een extra lading spanning. Daarnaast is het een ongelooflijk schouwspel om de boot over de berg getakeld te zien worden. Herzog heeft hier geen halve maatregelen genomen. Geen miniaturen zijn er gebruikt om de illusie in stand te houden. Nee, Herzog heeft hier werkelijk dit gigantische schip met zijn filmcrew en acteurs omhoog moeten trekken. Een ongetwijfeld hels karwei, maar het komt de authenticiteit erg ten goede. Met open mond en ingehouden adem zit je te kijken hoe, en of, dit gevaarte de top van de berg zal halen.

En Kinski weet het allemaal perfect te verkopen. Het is niet moeilijk om te geloven dat hij dit megalomane personage ís, met zijn wilde, goudblonde haar en strakke blik. Of dit soort ambitie gezond is, valt te betwijfelen, maar Herzogs hart blijkt wel degelijk uit te gaan naar dit personage, wat duidelijk wordt uit het bijna surreëele einde van de film. Niet zo moeilijk te begrijpen als je beseft dat Herzog zelf zich tijdens het filmen niet veel minder obsessief heeft opgesteld dan zijn hoofdpersoon.

Bart Rietvink

Waardering: 4

Bioscooprelease: 9 september 1982