Flame of New Orleans (1941)

Regie: René Clair | 79 minuten | komedie, avontuur, romantiek | Acteurs: Marlene Dietrich, Bruce Cabot, Roland Young, Mischa Auer, Andy Devine, Frank Jenks, Eddie Quillan, Laura Hope Crews, Franklin Pangborn, Theresa Harris, Clarence Muse, Melville Cooper, Anne Revere, Bob Evans, Emily Fitzroy, Virginia Sale, Dorothy Adams, Gitta Alpar, Anthony Marlowe

Behoorlijke grappige en bekoorlijke film ondanks het luchtige verhaaltje met Marlene Dietrich als de titulaire “Vlam van New Orleans”. De voice-over aan het begin zet de lichte toon van de rest van de film al meteen goed neer.

De reputatie van de “Big Easy” trekt mensen van allerlei slag aan. Gravin Claire heeft ervaringen achter de rug die wel passen bij die reputatie, maar ze probeert dat achter zich te laten door zich onschuldiger voor te doen dan ze in werkelijkheid is. En ze heeft genoeg trucjes in voorraad en uitvluchten op haar repertoire om haar zin door te drijven. Zo doet ze af en toe alsof ze flauw valt als het haar goed uitkomt – maar alle mannen trappen er natuurlijk vierkant in. En als het echt te ingewikkeld wordt – wanneer ze van vroeger herkend wordt – doet ze zichzelf voor als haar nicht Lily, die toevallig heel veel op gravin Claire lijkt. Dit leidt dan weer tot allerlei misverstanden en toestanden. Het klinkt als een slechte klucht, maar door de afwezigheid van flauwe onderbroekenlol en het degelijke spel van de acteurs, blijft het geheel amusant en vermakelijk.

Dietrich is uiteraard haar fascinerende en sprankelende zelf, al leidt haar bizarre kapsel wel behoorlijk af van haar beroemde gezicht met de karakteristieke jukbeenderen. Het toefje met krullen op haar voorhoofd is een lelijke dissonant in de verder onberispelijk uitziende productie.

De twee ‘leading’ men, Young en Cabot (de laatste als de drieste kapitein Latour) leveren beiden degelijk werk. Cabot heeft natuurlijk de levendigste rol om een interessante tegenpartij te kunnen zijn voor Dietrich. Waar hij in “King Kong” de koene Jack Driscoll speelde (een rol die hem zijn hele leven bleef achtervolgen) is het hier andere ‘damsel in distress’ die hij wil redden. Niet van een gigantische aap, maar van een ongelukkig huwelijk.

Minder bekende (karakter-) acteurs zetten de humoristische bijrollen neer. Vooral Auer is hilarisch als de amoureuze Zolotov met de vette knipoog, die Claire nog uit Sint-Petersburg kent. Speciale lof voor Theresa Harris als het dienstmeisje Clementine, die de escapades en het extravagante gedrag van haar meesteres door en door kent en met zichtbaar genoegen meehelpt om iedereen voor de gek te houden.

Jammer dat de film net niet dat beetje extra heeft om het tot een klassieker te maken. De acteerprestaties zijn er, de film is grappig en heeft charme, maar schiet tekort om echt onvergetelijk te zijn. Dat laatste ligt vooral aan het onrealistische en ongeloofwaardige verhaaltje, dat duidelijk alleen maar als miniem kapstokje fungeert om Dietrich te laten schitteren. René Clair regisseert de film met een vaardige hand naar de onvermijdelijke conclusie. Wel zonde van de trouwjurk.

Hans Geurts