Flow (2024)
Regie: Gints Zilbalodis | 84 minuten | animatie
Jarenlang werkte de Letse filmmaker Gints Zilbalodis op zijn slaapkamer aan de film ‘Away’, over een jongeman op zijn motor en een kleine vogel. Het dromerige ‘Away’ harkte veel lof binnen op animatiefilmfestivals waardoor Zilbalodis ‘Flow’ kon realiseren met een groter budget en een team aan collega specialisten. Wederom met succes. De animatie sectie in Cannes is al om. Nu nog de rest van de wereld. En voor je het weet staat Pixar/Disney op je stoep.
‘Flow’ gaat over een kleine zwarte kat die een catastrofale overstroming probeert te overleven. Tijdens zijn vlucht belandt hij in een bonte stoet aan dieren waaronder een capibara, een hond en een maki. Geen zorgen, op het vlak van levensbedreigende situaties is het waterdicht zoals bij Disney. Maar dan houdt de familiariteit met de animatiereus wel op. De worldbuilding van ‘Flow’ is namelijk een eigenaardig beestje binnen de animatiewereld.
Er is geen dialoog, de omgeving is als in de computer geëtst en de muziek is diep intuïtief ingeslepen. Het voelt herkenbaar maar ook vreemd en soms bevreemdend. Er gebeurt veel maar er is ook iets onaf aan ‘Flow’, als in een droom. Wat je vooral opneemt tijdens de deze reis, is een constante stroom aan guitige gebeurtenissen voor en met dieren in een grotere kolkende overstroming, die overigens het uiterste vraagt van de kleine zwarte kat en zijn vriendjes. Kopje hier en miauwtje daar, en hup verder.
Echter trek je filmanimatie breder dan films en met name naar games dan zijn er veel meer aanknopingspunten voor de verbeelding en inbeelding van de kijker. Films en games zijn allang, zeker in de geesten van gamers, verstrengeld. Zo heb je games als ‘Stray’ (BlueTwelve Studio, 2022), ‘Journey’ (Thatgamecompany, 2012) en ‘Legend of Zelda: Breath of the Wild’ (Nintendo, 2017), waarin design, het scheppen van sfeer voor de gemoedstoestand van de gamer, op zijn minst even belangrijk is als de spelmechaniek. Het gaat bij deze spellen evengoed om de sfeer op oor en oog hoogte als dat er wat te winnen valt. Ook heeft ‘Flow’ een pootje van films en games die de longtake adoreren, ‘Children of Men’ (Alfonso Cuaron, 2006) bijvoorbeeld, en ogenschijnlijk allergisch zijn voor wegsnijden. Het gaat erom dat vloeiende gevoel vast te houden, alsof ze voor altijd willen dwalen in de pixelwerelden, ook na Game Over.
Het is dan wel niet interactief zoals een videospel kan zijn, soms voelt het toch alsof je er één speelt. De spelachtige prikkels komen voornamelijk voort uit de vluchtmomenten en interacties tussen de dieren op de kleine digitale ark. Ze ontwikkelen een speelse band met elkaar en hoe groter het gevaar dreigt, hoe dieper en emotioneler de band wordt binnen de bonte bende. Wel zijn er wat veel net-op-het-nippertje-gered momenten. Maar dat houdt de hele boel op woeste zee tegelijk weer schattig behapbaar.
Komt hier nog een camera in de fysieke zin aan te pas? Soms lijkt het alsof alles afspeelt in het hoofd van een softwaredeskundige met flair voor beelden die heen en weer wiegen tussen film en games. In ieder geval staat Zilbalodis pal voor zijn eigen visie, ook al lijkt het af en toe best veel op een beetje van dit en van dat. Sowieso bestendigt het de verdere symbiose tussen de esthetiek van videospellen en film, die er al veel langer dan vandaag is (Pixar is inmiddels canon). Op esthetiek en productieniveau zal het voor Zilbalodis weer grenzen openen en vervagen, en niet alleen voor hem maar voor vele anderen op hun slaapkamer.
Roy van Landschoot
Waardering: 3.5
Speciale vertoning: Leiden International Film Festival 2024
Bioscooprelease: 26 december 2024
