Foute erfenis (2026)

Recensie Foute erfenis CinemagazineRegie: Klaas van Eijkeren | 50 minuten | documentaire

In de documentaire ‘Foute erfenis’ gaat regisseur Klaas van Eijkeren in op de gevoelens die derde en vierde generatie kinderen van ‘foute Nederlanders’ nog kunnen hebben als gevolg van de keuzes die hun opa’s en oma’s in de Tweede Wereldoorlog hebben gemaakt. Zij werden voor of tijdens de oorlog lid van de NSB, de Nationaal-Socialistische Beweging, de partij die Hitlers gedachtegoed in Nederland uitdroeg. In 1931 werd de NSB opgericht door Anton Mussert en Cornelis van Geelkerken. Zij wilden één sterke leider die Nederland zou besturen. Zij waren sterk anticommunistisch. Vanaf 1933, de tijd van de Grote Depressie, groeide de partij snel. In 1935 heeft de ‘beweging’ bijna 50.000 leden. Het zijn voornamelijk middenstanders, boeren, ambtenaren en kleine ondernemers. Later in de jaren 30 zou het aantal stemmen voor de NSB serieus teruglopen van 7,9% in 1935 naar 4,2% in 1937.

‘Foute erfenis’ bevat interviews met de (achter-) kleinkinderen van de mannen en vrouwen die lid waren van de NSB en daarom werden gezien als collaborateurs, oftewel als ‘foute Nederlanders’. De centrale vraag in al die interviews is eigenlijk in welke mate deze kleinkinderen last hebben van inter- of transgenerationele trauma’s. Dat zijn trauma’s die aan hen zijn overgedragen door hun ouders die het op hun beurt weer hebben overgedragen gekregen van hún ouders, die lid waren van de NSB of anderszins in Duitse dienst traden. De problematiek wordt geduid door Joke van Bokkem als deskundige psycholoog werkzaam bij ARQ National Psychotrauma Centrum.

Één van de geïnterviewden, Xander Beks, is initiatiefnemer en tevens producer van de documentaire. Hij heeft eigenlijk pas recentelijk, rond 2013, ontdekt dat het grote geheim in zijn familie was dat zijn grootvader, zijn oma en twee ooms actief lid waren van de NSB. Zij zijn daar later op teruggekomen, maar desalniettemin werden zij na de oorlog geïnterneerd in heropvoedingskampen, evenals hun kinderen. Deze laatste werden gescheiden van hun ouders en kwamen terecht in kinderkampen.

Hoewel in ‘Foute erfenis’ elke geïnterviewde zijn of haar eigen verhaal heeft, zijn er grote overeenkomsten te ontdekken. Behoren zij tot de dadersgroep of zijn zij zelf ook slachtoffer? Hun vaders waren kinderen in 1940-1945 dus die konden niet verantwoordelijk gehouden worden voor de foute keuzes van hun eigen ouders. Desalniettemin zit er in deze groep veel schaamte en schuldgevoel. Merkwaardig genoeg geldt dat in mindere mate ook voor de derde generatie, de kleinkinderen. Hoewel ook zij niet verantwoordelijk zijn voor de foute keuzes van hun voorouders voelen ze stuk voor stuk een schaamte, gêne, ongemak als het gaat over de oorlog en de NSB. Psycholoog Van Bokkem wijst erop dat het leren kennen van de feiten over hun grootouders niet alleen verwarring veroorzaakt of soms ook tot psychiatrische stoornissen kan leiden, maar het kennen van de feiten helpt ook bij de verwerking van wat er gebeurd is. Verwerking is beter dan verstoppen of verzwijgen, wat min of meer een reflexmatige reactie is.

Een andere overeenkomst is de drang van de kleinkinderen om te begrijpen waarom hun grootouders collaboreerden met de Duitsers. In sommige gevallen ging het om gezinnen waarin grote armoe heerste en dat er via de Beweging nog wat voedsel op tafel kwam. Of dat vader werkloos was en de NSB hem werk in het vooruitzicht stelde. De strijd tegen het communisme kon ook een reden zijn om je aan te sluiten. De redenen om met de Duitsers te collaboreren zijn niet altijd vastgelegd. Daarom is het veelal speculatie van de geïnterviewden als het gaat om de motivatie van hun grootouders. Daarbij speelt ongetwijfeld ook de wens om een aanvaardbare reden te vinden waarom hun grootouders zich aansloten.

Bij Michael Schuling blijkt dat zijn vader het product was van een korte romance tussen zijn moeder en een Duitse soldaat, die al snel overgeplaatst werd naar het oosten. De vader van Schuling heeft zijn biologische vader nooit gekend. Hij werd opgevoed in een zogenaamde Lebensborn kliniek. Opgericht door Heinrich Himmler was het doel van deze klinieken het Arische ras te cultiveren en te verbeteren. Schuling onderstreept een aspect dat vaker terugkomt bij alle geïnterviewden. Dit is namelijk het idee dat ze er voor anderen moeten zijn, dat ze beter moeten doen dan anderen, dat ze goed moeten, misschien wel meer dan andere mensen. Voor één geïnterviewde is het hele onderwerp zo beladen dat ze niet herkenbaar in beeld wil.

‘Foute erfenis’ is zware kost dus en geeft ook aanleiding om ons de vraag te stellen of de Nederlandse rechtspleging na de oorlog nu wel zo fijn was. Denk aan de heropvoedingskampen waar kinderen en ouders gescheiden werden. Onschuldige kinderen werden tot pseudo-daders gemaakt. Hartbrekend is het verhaal van de kleine Marietje, zusje van de vader van Xander Beks. Marietje krijgt een stuip en wordt daaraan niet geholpen omdat het een NSB-kind is. Zij zal hieraan overlijden. Ook verlatingsangst komt voor bij deze kinderen evenals (manische) depressiviteit. Onnodig te zeggen dat dit gevolgen heeft voor de manier waarop zij hun eigen kinderen, de geïnterviewden van ‘Foute erfenis’, opgevoed hebben.

Ton IJlstra

Waardering: 4

Bioscooprelease: 2 april 2026