Frankenstein (2025)

Recensie Frankenstein (2025) CinemagazineRegie: Guillermo del Toro | 149 minuten | drama, fantasie, horror | Acteurs: Oscar Isaac, Jacob Elordi, Christoph Waltz, Mia Goth, Felix Kammerer, Charles Dance, David Bradley, Lars Mikkelsen, Christian Convery, Nikolaj Lie Kaas, Kyle Gatehouse, Lauren Collins, Sofia Galasso, Joachim Fjelstrup, Ralph Ineson, Peter Millard, Peter MacNeill, Burn Gorman, Sean Sullivan, Stuart Hughes, Gord Rand, Kenton Craig, Val Ovtcharov, Anders Yates, Adam Brown, Santiago Segura, Dexter Stokes-Mellor, Shian Denovan, Mark Steger, Rafe Harwood, Gregory Mann, Roberto Campanella, Rebecca Lawson-Turner, Warren Albert, Kim Morgan, Chris Andrews, Lewis Landini, William John Banks, Tess Letham, Alexandros Beshonges, Maria Peneva, Kieran Brown, Jessica Roberts Smith, Rachel Elderkin, Jennifer Steele, Jorja Follina, Malcolm Sutherland, Alex Henderson, Luke Watson, Yasmin Hepburn, Pawel Wieczorek

Laat het maar aan Guillermo del Toro om de klassieke Universal-monsters nieuw leven in te blazen. Met ‘Frankenstein’ (2025) ontdoet Del Toro het verhaal en de creatuur van jaren aan aangekoekte en opgestapelde interpretaties en brengt hij het verhaal weer terug tot de kern. Door dicht bij het origineel uit 1818 te blijven roept ‘Frankenstein’ meer emoties op dan menig hervertelling, terwijl Del Toro wel zijn karakteristieke ‘Del Toro’-glans toe weet te voegen, waardoor het verhaal nog iets wordt aangescherpt. Met de spectaculaire optredens van een ervaren cast is ‘Frankenstein’ een horror-ervaring zoals deze altijd werd bedoeld.

Alhoewel ‘Frankenstein’ in de kern hetzelfde verhaal uit 1818 is, legt Del Toro wel wat extra accenten. Zo is het contrast tussen Frankenstein (Oscar Isaacs) en de creatuur (Jacob Elordi) uitvergroot, waardoor de één net wat maniakaler en de ander net wat meewariger is. Daarnaast wordt de vloek van de creatuur extremer. Hij is niet slechts een “monster”, hij is nu ook onsterfelijk, waardoor deze versie van de creatuur zich nog net wat harder moet bezinnen op de zin van het leven nu hij iets heeft wat de mensheid niet heeft. Del Toro trekt ook een aantal clichés met wortel en al uit de grond. Mede door de versie uit 1931 heeft de creatuur vaak last van uitstekende bouten en wordt de belezen kant van zijn persoonlijkheid van hem afgenomen. Het spectaculaire moment van de creatie blijft wel bewaard, want de bliksem is ondertussen bijna net zo belangrijk voor de Frankenstein-mythos als de professor en de creatuur zelf.

Maar het spektakel blijft niet beperkt tot de creatie zelf. Niet alleen zitten er Del Toro-accenten in het verhaal, zijn vingerafdrukken zijn te zien van de locaties en sets tot de manier waarop hij de onmenselijke dingen menselijk maakt. Zijn Engel des Doods had ook niet misstaan in ‘Hellboy II: The Golden Army’ (2008) en qua sfeer komt ‘Frankenstein’ weer heel dichtbij ‘The Shape of Water’ (2017). Dan is er ook nog de voorkeur van Del Toro om met praktische effecten en echte sets te werken, waardoor alles levensecht voelt. De sets worden dan weer ingezet om Del Toro’s visie te versterken. De manier waarop Frankenstein manisch door zijn lab loopt en nonchalant menselijke resten aan elkaar rijgt, contrasteert sterk met hoe zijn creatie gefascineerd is door een enkel herfstig blaadje. Toch neemt de ‘Del Toro’-glans het nooit over van de kern, wat getuigt van respect voor het verhaal dat de wereld al 200 jaar bezighoudt. Het beste voorbeeld daarvan is het ontwerp van het “monster” zelf, omdat Del Toro ons een prachtig wezen presenteert dat tegelijk net zo verschrikkelijk is als de nachtmerrie van Shelley.

Dat werkt natuurlijk alleen maar door een sterke cast. Ten eerste Jacob Elordi als de creatuur. Tegelijkertijd kwetsbaar en gevaarlijk, de creatuur is vanaf zijn ontstaan een aandoenlijk schepsel. Maar na zijn reis is hij uitgegroeid tot een filosoof die in staat is om lieflijke warmte en intense woede uit te stralen. De manier waarop Elordi zichzelf in de ene scène klein maakt als een kind, maar in de ander neerzet als gepijnigd bovennatuurlijk monster is zeer indrukwekkend. Dan is er Oscar Isaac, die in ‘Ex Machina’ (2014) al eens heeft bewezen dat hij een gepassioneerde wetenschapper kan spelen die zijn creatie verwaarloost. In de rol van Victor Frankenstein weet hij de duistere kant daarvan naar boven te halen met grootse uitbarstingen en doordachte momenten waar toch een eeuwige manie onder sluimert. Zijn jongere versie, gespeeld door Christian Convery, belichaamt in die zin ook de perfecte Frankenstein.

Na twintig jaar heeft Del Toro dan eindelijk zijn versie van ‘Frankenstein’ naar het grote scherm kunnen brengen. Naast de Creature from the Black Lagoon één van zijn favoriete monsters; een verfilming waar hij ook twintig jaar voor heeft moeten lobbyen en uiteindelijk uitmondde in een Oscar voor ‘The Shape of Water’. Nu heeft hij beiden recht kunnen doen. Del Toro bewijst met ‘Frankenstein’ wederom dat oude klassiekers bij hem in goede handen zijn. Dit creatuur zal tegelijk ontroeren en de kijker doen beven. De film leest als een liefdesbrief aan het origineel en is daarmee een must watch, zeker voor filmfans die het eeuwige cliché rondom het “monster” wel kennen maar nooit echt hebben kunnen meemaken. Daarmee is niet gezegd dat Del Toro de definitieve weergave van het origineel heeft gegeven, maar wel zeker één van de beste. Hopelijk mag Del Toro zijn volgende Universal-monster zonder al te veel obstakels maken.

Sam van Zuilen

Waardering: 4.5

Bioscooprelease: 23 oktober 2025
VOD-release: 7 november 2025 (Netflix)