Get Out (2017)

Recensie Get Out CinemagazineRegie: Jordan Peele | 104 minuten | thriller, horror | Acteurs: Daniel Kaluuya, Allison Williams, Catherine Keener, Bradley Whitford, Caleb Landry Jones, Marcus Henderson, Betty Gabriel, Lakeith Stanfield, Stephen Root, LilRel Howery, Ashley LeConte Campbell, John Wilmot, Caren L. Larkey, Julie Ann Doan, Rutherford Cravens

‘Get Out’ (2017), het regiedebuut van komiek en acteur Jordan Peele, is een onverwachte hit in de Verenigde Staten. De horrorkomedie, over een zwarte man die de blanke familie van zijn vriendin voor het eerst ontmoet, werd voor het voor Hollywood-begrippen minimale bedrag van 4,5 miljoen dollar gemaakt, maar leverde vooralsnog ruim 200 miljoen dollar op aan de Box Office. Bovendien loopt niet alleen het publiek weg met de film, maar zijn ook vrijwel alle critici te spreken over ‘Get Out’. Peele geeft zijn geheel eigen draai aan de raciale thematiek van deze tijd en speelt met de verwachtingen van zijn kijkers. De film weet zijn publiek daarnaast ook een spiegel voor te zetten; zelfs de meest liberale blanke mensen, die zich nooit racistisch zullen uitlaten, bekijken iemand met een andere huidskleur anders dan ze iemand van hun eigen huidskleur bekijken. Zelfs de blanke die zich stellig tegen racisme uit, maakt zich (onbewust) schuldig aan ‘raciale profilering’. Met die insteek werkte Peele – zelf kind van een blanke moeder en een zwarte vader – zijn verhaal uit. ‘Get Out’ is dus heel persoonlijk, maar – zo stelt Peele – laat al snel alles dat als een autobiografisch element gezien kan worden los.

De film begint met een jonge zwarte man die ‘s avonds door een Amerikaanse suburb wandelt, terwijl hij met zijn vriendin aan de telefoon is. Al snel is duidelijk dat hij haar ouders voor het eerst gaat ontmoeten, dat haar familie blank is en dat hij nerveus is en zich niet op zijn gemak voelt in deze blanke buurt. Dan stopt er een auto naast hem. De jongen probeert om te draaien, maar de chauffeur – onherkenbaar gemaakt met een zwarte motorhelm – stapt uit en kidnapt hem. Dan maken we kennis met Chris Washington (Daniel Kaluuya), een veelbelovende fotograaf die zich opmaakt voor de eerste ontmoeting met de ouders van zijn vriend Rose Armitage (Allison Williams). ‘Weten ze wel dat ik zwart ben?’, vraagt hij enigszins bezorgd. Maar hij hoeft zich geen zorgen te maken, zegt ze. Haar ouders zijn geen racisten. Sterker nog; als het had gekund dan had haar vader een derde keer op Obama gestemd, zo gek is hij op die man. En dus stappen de twee in de auto, op weg naar een statig landhuis in de bossen. ‘Zou je dat nou wel doen?’, vraagt Chris zijn beste vriend Rod (LilRel Howery, die mag zorgen voor de komische noot) onderweg nog aan de telefoon, wat Chris nóg zenuwachtiger maakt dan hij al was. En dan rijden ze ook nog een hert aan. Al die alarmsignalen zouden hem toch moeten waarschuwen, zou je denken. Maar Chris gaat toch mee met Rose.

Het huis van de familie Armitage ligt zo afgelegen als het maar kan. Vader Dean (Bradley Whitford) is een tikkeltje té amicaal met Chris; moeder Missy (Catherine Keener), die psychotherapeute is, staat te springen om hem te hypnotiseren. En dan is er nog Jeremy (Caleb Landry Jones), de broer van Rose, die halfdronken zijn bewondering uitspreekt over Chris zijn fysiek. Vreemd genoeg is het niet hun opdringerige gedrag, maar dat van de zwarte huishoudster Georgina (Betty Gabriel) en tuinman Walter (Marcus Henderson) dat Chris de stuipen op het lijf jaagt. Ze vertonen merkwaardig gedrag en lijken totaal niet vatbaar voor de ‘zwarte onderonsjes’ die hij met ze probeert te hebben. De Armitages blijken net dat weekend hun jaarlijkse feest te hebben, waarbij tientallen vrienden langskomen. Iedereen is zeer opgetogen om Chris te zien. Er wordt aan hem geplukt en getrokken, zijn spieren worden betast en één vrouw vraagt Rose: ‘Is het waar? Zijn ze echt beter?’. Het meest verbaasd is Chris echter bij het zien van een zwarte jongen, Logan (LaKeith Stanfield), die hem bekend voorkomt, maar in een koloniaal pak rondloopt, vreemd praat en samen is met een blanke vrouw die twee keer zo oud is als hij. Wat is hier toch in vredesnaam aan de hand?

Hoe het verhaal precies in elkaar steekt, wijkt niet eens zo heel veel af van de standaard-verhaallijnen in horror- en thrillerfilms. Zeker het einde is niet zo origineel als je zou willen (naar verluidt had Peele eigenlijk een ander einde in gedachten, maar week daar vanwege de actuele raciale spanningen in de VS en de daaruit voortvloeiende #BlackLivesMatter-beweging van af). Waar ‘Get Out’ in afwijkt, is het lef waarmee de film gemaakt is en de manier waarop met vooroordelen gespeeld wordt. De dikke vette knipoog naar het tijdperk van de slavernij (het huis van de Armitages, de donkere bediendes, de kleding van Logan en de rol die katoen speelt in een cruciale scène), maar vooral ook het weerleggen van het feit dat het altijd Rednecks en Hillbillies zijn die zwarte op een racistische manier bejegenen; dat zijn de elementen die deze film een diepere laag geven. Peele weet zijn publiek dankzij zijn zelfverzekerde regie en handig camerawerk te laten voelen hoe Chris zich moet voelen in dit merkwaardige gezelschap. Bovendien haalt hij het beste naar boven bij zijn acteurs, Kaluuya voorop. Met een aantal goed getimede schrikmomenten en vakkundig gebruik van muziek houdt hij zijn kijkers scherp. Dat de film naar het einde toe voorspelbaarder wordt en daardoor iets aan originaliteit en daadkracht inlevert, mag de pret niet drukken.

‘Get Out’ is een gewaagd regiedebuut dat speelt met de verwachtingen van zijn kijkers. Debuterend regisseur Jordan Peele weet met minimale middelen een maximaal effect te bereiken, en houdt zijn kijker een spiegel voor als het gaat om racisme, raciaal profileren en vooroordelen, maar doet dit met een originele insteek. Voor de rasechte horrorfan is dit wellicht te mild, maar voor liefhebbers van beklemmende thrillers mét een boodschap (en die zijn er niet veel) een must see.

Patricia Smagge

Waardering: 4

Bioscooprelease: 20 april 2017
DVD- en blu-ray-release: 30 augustus 2017