Ghost Elephants (2025)
Regie: Werner Herzog | 98 minuten | documentaire
Werner Herzog-documentaires behandelen regelmatig onderwerpen waarin kinderen zich interesseren: vulkanen, Antarctica, de drang om te vliegen, en nu in ‘Ghost Elephants’ dus ook met uitsterven bedreigde diersoorten. Als kind leek het alsof er een oneindige fascinatie was voor uitgestorven dieren: er bekroop je dan een gevoel van ongeloof, gemis, van iets dat je nooit gekend had. Het droeg iets abstracts en tegelijkertijd iets concreets in zich. Dieren zoals Manfred de mammoet en Diego de sabeltandtijger uit ‘Ice Age’ hebben ‘gewoon’ op aarde rondgelopen, maar krijgen ook een mythisch bestaan in de fantasie van het kind. Bovendien zijn er vaak geen foto’s van uitgestorven dieren beschikbaar, waardoor de tekeningen van hen vaak onbehaaglijk, unheimlich aanvoelen, vanwege een combinatie van iets bekends en iets onbekends – iets dat overigens totaal verdwijnt wanneer zij door artificiële intelligentie (AI) worden afgebeeld.
Bij de inmiddels 83-jarige Herzog begint de fascinatie bij het life-size model van de grootste olifant die ooit is gestroopt. Waarschijnlijk wijkt deze olifant genetisch af van andere olifantensoorten, maar dit is nooit wetenschappelijk bevestigd. De olifant blijkt vandaag de dag een zogenoemde “Ghost Elephant”: een olifant die onderdeel is van een kleine olifantenpopulatie van enkele dieren, te weinig voor een kans op overleving op lange termijn (Elephant Crisis Fund). Geen definitief uitgestorven diersoort dus. Toch weet Herzog dezelfde kinderlijke fascinatie op te roepen, dankzij het mysterie van de ‘spookolifanten’.
Deze naam spreekt natuurlijk tot de verbeelding, ook bij Herzog, waardoor hij – net als in zijn eerdere films – ook hier de meer volwassen thema’s van dromen en obsessies onderzoekt. Is het niet beter als het zien van deze fabelachtige dieren beperkt wordt tot onze dromen? vraagt hij zich zoal af. Want, zo vervolgt hij de redenering, daar kunnen ze wel bestaan. Dit soort ‘zweverige’ levensvragen worden afgewisseld met realistische, waarin de zoektocht evenveel aandacht krijgt als het resultaat.
Om die zoektocht te realiseren zijn er diverse mensen nodig. Zodoende worden Zuid-Afrikaanse zoöloog Steve Boyes en de meesterspoorzoekers uit Angola en Namibië Qui, Qui-Dawid en Kobus uitvoerig geïntroduceerd. Boyes leren we kennen naar aanleiding van zijn jarenlange obsessie om een levende reuzenolifant te zien en de meesterspoorzoekers via hun taal en cultuur. Hier zou je ook een tegenstelling in kunnen zien: laat je je in het speuren leiden door de wetenschap of de natuur, maar ‘Ghost Elephants’ heeft oog voor beide. Het is eerder de wetenschap én de kennis van de KhoiSan-volkeren over hun leefomgeving samen, tegen de afname van biodiversiteit. Daarom is het mooi om te zien hoe deze twee werelden zich in elkaar verdiepen. De spoorzoekers krijgen uitleg over een DNA-afnamemethode via een onschadelijke pijl, terwijl Boyes en de cameraploeg, volgens traditioneel gebruik, tijd doorbrengen met de familie van de spoorzoekers om vertrouwen te winnen.
De focus op menselijke relaties en de toegankelijke fascinatie voor de mysterieuze olifant zorgen ervoor dat de film wegblijft van pretentie die kan ontstaan met deze zwaardere thema’s. Toegegeven, met Herzogs karakteristieke accent komt zelfs de zin: “A place for lost things, like us” niet pretentieus over. Zeker als deze wordt afgewisseld met zinnen zoals: “I know I shouldn’t be romanticizing this, but surrounded by chickens, how could it get any better?”
Zodoende brengt ‘Ghost Elephants’ alles wat we van een Herzog-documentaire zijn gewend: zowel de kinderlijke nieuwsgierigheid als originele filosofische connecties. Activistisch is deze film niet te noemen; het zal dan ook niet genoeg zijn om deze spookolifanten te redden van hun waarschijnlijke uitsterven, maar ze zullen voortleven in talloze dromen en dat is ook wat waard.
Ian van Asch
Waardering: 4
Speciale vertoning: IDFA 2025
