Goodwill Dumping (2019)
Regie: Teddy Cherim | 26 minuten | documentaire, korte film
In het beste geval doneren we kleding die we niet meer nodig hebben aan het goede doel. We gooien het in een van de kledingcontainers en geven onszelf een schouderklopje omdat we ‘het goede’ gedaan hebben. Althans, dat is het geruststellende verhaal dat we onszelf graag vertellen. In de eenvoudige maar artistiek gewaagde en esthetische documentaire ‘Goodwill Dumping’ laat Teddy Cherim zien dat achter zo’n alledaagse handeling een hele wereld, industrie en controverse schuilgaat.
Voorzien van een bevreemdende en opzwepende soundtrack begeeft de documentaire zich naar de achterwereld van de gedoneerde kleding. Vanuit Nederland daalt de film af, steeds dieper de omgekeerde productieketen in, tot op het punt dat het in die schimmige (onder)kledingwereld modemonsters aantreft: sprakeloze wezens geboren uit enorme hoeveelheden kleding (met prachtige ontwerpen van modeontwerper Lisa Konno). Het ene monster nog excentrieker en rijkelijker versierd dan het andere. Deze stilistische ingrepen versterken niet alleen het vervreemdende karakter van de documentaire, maar benadrukken ook de absurditeit van de overvloed aan kleding die wereldwijd circuleert.
Op simpele maar originele wijze wordt blootgelegd hoe kleding vanaf het moment dat het in containers van het Leger des Heils belandt, een ware odyssee aflegt tot op markten in Nairobi en daarbuiten. ‘Het goede doen’ wordt zonder opdringerig te zijn in twijfel getrokken. ‘Onze kleding is geen donatie maar een afvalproduct. En een afvalproduct doneer je niet, maar daar ontdoe je je van.’ Ook in Kenia wordt onderscheid gemaakt tussen kwalitatief goede kleding en gescheurde, besmeurde en versleten kleding. Van alle kleding die Kenia bereikt – zo’n 400-500 containers per maand – is 30% van dusdanig slechte kwaliteit dat het ook daar als rotzooi wordt aangemerkt.
De overige 70% van de kleding gaat van hand tot hand. Een Keniaanse importeur verkoopt het door aan handelaren op de lokale markt, die het vervolgens weer doorverkopen aan kleinere handelaren. De kleding verplaatst zich via vrachtwagens naar volgende bestemmingen, waar sjouwers de balen op hun rug laden en verder verspreiden naar verkopers, handelaren, kleermakers en andere individuen die met de kleding hun inkomen verdienen. Bij iedere stap, bij iedere extra persoon, wordt er iets verdiend op de oorspronkelijk (‘gratis’) gedoneerde kleding uit Nederland. Zo blijkt uit de documentaire dat al vanaf het moment dat de kleding in een verzamelpunt in Nederland aankomt, het niet langer om een donatie gaat, maar om handelswaar.
‘Goodwill Dumping’ laat zien dat er een enorme industrie in Kenia schuilgaat achter gedoneerde kleding, ook wel Mitumba genoemd. Deze industrie verschaft enerzijds veel werkgelegenheid, maar zet anderzijds de lokale textielsector onder grote druk. Authentieke Keniaanse ontwerpen, gemaakt van lokale stoffen en vaak duurder geprijsd, kunnen moeilijk concurreren met de goedkope Mitumbakleding, waardoor kleermakers en ontwerpers zich uit de markt geprijsd zien. Tegelijk is er werkgelegenheid ontstaan in het Afrikaanser maken van Mitumbakleding, of in het bedrukken ervan met westerse merklogo’s zoals Nike, Puma of Zara, waarmee handelaren inspelen op de vraag van de consument en eventuele slijtage of vlekken kan verhullen.
‘Goodwill Dumping’ vormt een kleurrijk pleidooi om minder lichtzinnig om te gaan met onze kleding. Als zelfs doneren niet langer garandeert dat kleding op de juiste plek terechtkomt, blijft er uiteindelijk maar één conclusie over: minder kopen, zorgvuldiger dragen en kritischer nadenken over wat er met onze kleding gebeurt zodra die onze handen verlaat.
Salman Guldemond
Waardering: 4.5
Speciale vertoning: Nederlands Film Festival 2019
