Grace Jones: Bloodlight and Bami (2017)

Recensie Grace Jones: Bloodlight and Bami CinemagazineRegie: Sophie Fiennes | 115 minuten | documentaire | Met: Grace Jones, Jean-Paul Goude en Sly & Robbie

Ze was een van de eerste zwarte supermodellen, behoorde tot de intimi van kunstenaar Andy Warhol, gaf bij een van haar eerste internationale televisie-optredens de presentator een ferme klap en had een stormachtige affaire met de Zweedse spierbundel Dolph Lundgren. Inmiddels is Grace Jones zeventig, maar ze heeft nog maar weinig van haar unieke, androgyne klasse en stijl ingeleverd. De make-up is nog net zo uitbundig, de kleding en hoofddeksels nog net zo eigengereid en haar benen nog net zo lang, rank en krachtig. In de documentaire ‘Grace Jones: Bloodlight and Bami’ (2017) volgde filmmaakster Sophie Fiennes (inderdaad de zus van acteurs Ralph en Joseph) de Jamaicaans-Amerikaanse diva tussen 2005 en 2015 op de voet. Rode draad is het concert dat Jones in 2016 gaf in The Olympia in Dublin. Haar aanpak is die van de ‘fly on the wall’; er zijn geen ‘talking heads’, archiefbeelden ontbreken, er is geen chronologische tijdlijn die als houvast dient en wat duiding betreft moeten we het doen met een beknopte uitleg van de titel voorafgaand aan de film (‘Bloodlight’ is slang voor het rode lampje dat aangaat wanneer er wordt opgenomen in een muziekstudio; ‘bami’ is een traditioneel Jamaicaans platbrood). Het idee is dat we via Jones haar liedteksten en haar bezoeken aan familie op Jamaica meer te weten komen van Jones, haar achtergrond en beweegredenen. In die opzet slaagt Fiennes maar gedeeltelijk; ‘Bloodlight and Bami’ is in feite net even te experimenteel van opzet om de massa te kunnen bekoren, maar past met zijn afwijkende aanpak wel helemaal bij Jones.

Fiennes tracht in ‘Bloodlight and Bami’ de twee werelden die in Grace Jones samenvloeien met elkaar te verweven. Enerzijds is er de ster, de diva die concerten en optredens verzorgt over de hele wereld. Die zich in hotelkamers in Parijs, Moskou of New York opdirkt voor een publiek optreden, zich te buiten gaand aan champagne-ontbijtjes en zichzelf in vol ornaat toont aan de buitenwereld. Jones heeft graag de controle en steekt het niet onder stoelen of banken als de zaken niet zo gaan zoals zij wil. Bijvoorbeeld wanneer ze tijdens opnamen voor een Franse televisieshow te midden van schaars geklede dames ‘La Vie en Rose’ moet zingen. ‘Ik lijk wel een lesbische hoerenmadam’, protesteert ze. ‘Waar zijn de mannelijke dansers?’. Een medewerker die vergeten is een hotelrekening te betalen krijgt er in een verhit telefoongesprek van langs. ‘Soms moet je even de bitch uithangen’, is haar veelzeggende commentaar wanneer het gesprek beëindigd is. Dit is de Grace Jones zoals we verwachten dat ze is. Maar de diva lijkt volledig in controle over wat ze wel en wat ze niet aan bod laat komen in deze documentaire. Van haar privéleven komt alleen haar vroegste jeugd aan bod. Goed, haar vroegere levenspartner Jean-Paul Goude, hun zoon Paolo, pasgeboren kleindochter en een aantal oude vrienden (muzikanten Sly & Robbie bijvoorbeeld) draven even op. Maar hoe haar leven er vandaag de dag er nou echt voor staat, houdt Jones bewust mysterieus. Ze voert een show op waarbij ze alles toont, zeker in letterlijke zin, maar in feite niets onthult.

Het verleden van de superster komt aan bod in gesprekken met broers en zussen, neven en nichten, oude vrienden en buren die ze ontmoet tijdens een vakantietrip naar Jamaica. Dat Jones een heftige jeugd heeft gekend, weten veel mensen wel. Haar zwaar gelovige ouders vertrokken naar de Verenigde Staten en lieten hun kinderen in eerste instantie achter bij oma en haar tweede echtgenoot Peart, bijgenaamd Mas P, die hen met de regelmaat van de klok disciplinair strafte en zich vervolgens verschool achter de Bijbel. Een gelakte teennagel leverde Grace al een pak rammel op. De mishandeling ging door tot haar dertiende, toen zij en haar broers en zussen herenigd werden met hun ouders en in New York gingen wonen. Hoe ze vervolgens ontdekt werd als model, haar intrede deed in de New Yorkse art-scene van de jaren zeventig, in Parijs belandde en de film- en muziekwereld inrolde blijft merkwaardig genoeg compleet onbesproken. Terwijl het net zo belangrijk moet zijn geweest voor de vorming van de vrouw die Jones nu is als haar vroegste jeugd. Fiennes stelt geen vragen, gaat nergens de diepte in en observeert alleen maar; het is Jones die de regie stevig in handen heeft. Wat hebben die traumatische gebeurtenissen uit haar jeugd op Jamaica nou écht met haar gedaan? Hoe zit het nou écht met de haat-liefdeverhouding met de kerk (Grace slaat moeder Marjorie gade wanneer ze zingt in de kerk waar broer Noel voorganger is)? We moeten het maar voor onszelf invullen.

Archiefbeelden hadden ‘Bloodlight and Bami’ completer gemaakt en de kijker meer houvast gegeven. Maar Fiennes houdt zich stevig vast aan de keuze die ze maakte om uitsluitend beelden van het hier en nu te gebruiken. De concertbeelden zijn fantastisch vormgegeven en onderstrepen precies waarom Grace Jones nog altijd de fascinerende, zelfbewuste diva is zoals we haar kennen, ook al is ze nu zeventig en oma. De vakantiebeelden op Jamaica zijn korrelig en onrustig, geschoten met een handheld camera, waarschijnlijk om het contrast nog wat scherper te maken tussen de twee werelden die in Grace Jones worden verenigd. ‘Ik doe dit alleen omdat er een album betaald moet worden’, zegt Jones op een gegeven moment wanneer ze zich klaarmaakt voor televisie-opnamen. Is dat ook de reden waarom ze meewerkte aan Fiennes’ film? Ze zorgt er hoe dan ook voor dat ze de touwtjes stevig in handen houdt en niets loslaat wat ze niet los wil laten. ‘Bloodlight and Bami’ is daardoor minder onthullend dan de film zelf meent te zijn, en door zijn experimentele aanpak kan de gemiddelde kijker hier weinig mee. Aan het einde hebben ze ongetwijfeld meer vragen dan aan het begin.

Patricia Smagge

Waardering: 2.5

Bioscooprelease: 9 augustus 2018
DVD-release: 3 december 2018