Hachi – Hachiko: A Dog’s Story (2009)

Regie: Lasse Hallström | 93 minuten | drama, familie | Acteurs: Richard Gere, Joan Allen, Sarah Roemer, Jason Alexander, Cary-Hiroyuki Tagawa, Erick Avari, Robert Capron, Davenia McFadden, Kevin DeCoste, Donna Sorbello, Bates Wilder, Forest, Gloria Crist, Donald Warnock, Robbie Sublett, Tora Hallstrom, Gary Roscoe, Denece Ryland, Ben Skinner, Adam Masnyk, Martin Montana, Vincent J. Earnshaw, Oscar J. Castillo, Roy Souza, Michael Kelly, Morgan O’Brien, Rich Tretheway, Frank S. Aronson, Joanne Fanara, Luke Allard, Rob Degnan, Shane Farrell, Thomas Tynell, Ian Sherman

Ronnie (Kevin DeCoste) moet in de klas een spreekbeurt houden over zijn grote held. Als hij de naam ‘Hachiko’ op het bord begint te schrijven, klinkt er gegiechel. Zonder zich daar iets van aan te trekken te letten begint hij het verhaal te vertellen van deze Hachi, de hond van de grootvader die hij nooit heeft gekend.

Het was een keer rond kerstmis dat zijn grootvader professor Parker Wilson terugkeerde van een reis naar het kleine stadje waar hij met zijn vrouw Cate en dochter Andy woonde. Terwijl Parker met zijn koffer over het perron loopt, belt hij alvast naar zijn vrouw Cate dat hij eraan komt. Op het moment dat hij ophangt, loopt hij tegen een kleine hond aan die zich meteen aanhankelijk toont en Parker blijft achtervolgen. Parker probeert de puppy nog achter te laten bij de stationschef, maar die heeft daar helemaal geen trek in. Hij zal de eventuele eigenaar wel naar de professor doorverwijzen mocht die zich tenminste aandienen. Parker weet dat Cate absoluut geen huisdieren meer wil en hij smokkelt het beestje daarom de schuur in. Het hondje is echter zo slim dat het daaruit ontsnapt en het huis binnendringt, tot groot ongenoegen van Cate. De volgende dag probeert Parker de hond bij het asiel onder te brengen, maar daar zitten ze helemaal vol en de honden worden na twee weken tevergeefs op een nieuwe baas te hebben gewacht, afgemaakt. Intussen raakt Parker steeds verder verknocht aan de hond en uiteindelijk gaat ook Cate overstag en mag hij blijven. Parkers Japanse vriend Ken (Cary-Hiroyuki Tagawa) zegt dat op het labeltje van de halsband ‘Hachi’ staat en dat wordt vervolgens de naam van de steeds groter wordende hond. Binnen de kortste keren is iedereen in het stadje gewend aan Hachi en ook aan het feit dat hij Parker elke dag naar het station brengt en hem ‘s middags bij thuiskomst weer opwacht. Op een dag krijgt Parker tijdens zijn werk een hartaanval en keert niet meer terug naar huis met de trein. Maar Hachi blijft trouw op Parker wachten op dezelfde plek bij het station als altijd, jaar na jaar na jaar tot hij er letterlijk bij neervalt.

Het doet het altijd goed, een trouw, bovenmatig intelligent dier dat een warme band met de mensen onderhoudt, haast zelf menselijk is. Lasse Hallström benadrukt die menselijke eigenschappen ook nog eens door regelmatig vanuit het standpunt van Hachi te filmen, weliswaar in zwart/wit, maar het is duidelijk dat de hond een echt persoon is. Iets wat ook blijkt uit de manier waarop niet alleen Parker, maar ook de andere gezinsleden en de inwoners van het stadje met de hond omgaan, allerminst als met een doorsnee huisdier, maar net als met een trouwe vriend.

Een larmoyante tranentrekker had het kunnen worden, maar door de rustige wijze waarop het verhaal zich ontwikkelt, neem je al het dik opgelegde sentiment op de koop toe. Hachi is van het ras ‘Akita’, een soort vorstengeslacht onder de honden. Door de rustige sfeer en alles daaromheen komt Hachi inderdaad haast koninklijk, soeverein over. Op deze manier een hond te zien in de hoofdrol van een heldenepos, is toch wel een aparte ervaring. Moeten we nu allemaal naar de dierenwinkel of naar de hondenfokker rennen voor zo’n speciale hond, omdat het leven anders geen zin meer heeft? Nou nee, Hachi hoeft in de hele film niet een keer te worden uitgelaten, hij eet en drinkt, maar op de een of andere manier blijven hem en zijn baasjes en de mensen die na Parkers dood voor hem zorgen, het lot bespaard zijn drollen op te moeten ruimen of zijn kots als hij iets verkeerds heeft gegeten. Ook blijft zijn vacht bijna tot het einde toe er prachtig uitzien, dus geborsteld hoeft hij ook niet te worden. Verder lijdt hij niet aan eenzaamheid als hij thuis wordt achtergelaten en hij neemt dus niet zijn toevlucht tot eindeloos geblaf waarmee hij de buren of zelfs de hele buurt grote overlast bezorgt. Een ideale hond dus, tenminste als filmheld, een echte hond vraagt wel om normale verzorging, aandacht en moet meerdere keren per dag uitgelaten worden. Dus ‘Do not try this at home…’, maar kijk gewoon naar de film. Een lieve film overigens, dus wat wil een mens nog meer.

Diana Tjin-A Cheong

Waardering: 3

Bioscooprelease: 17 december 2009