Hardcore Never Dies (2023)

Recensie Hardcore Never Dies CinemagazineRegie: Jim Taihuttu | 108 minuten | misdaad, drama | Acteurs: Joes Brauers, Jim Deddes, Rosa Stil, Huub Smit, Joenoes Polnaija, Jordy Dijkshoorn

Nog altijd is de gabber een ietwat vreemde vogel in het aangeharkte kaaskoppenland. Vaak is het hoofd kaalgeschoren en loopt hij rond in Nike-Airs en een aussie. Daarnaast leeft de hakkende medemens voor de hoogst mogelijke BPM (beats per minute) en is hij niet vies van wat extra’s in de bloedsomloop om de voetjes van de vloer te krijgen. Wat trok filmmaker Jim Taihuttu (‘Rabat’, ‘Wolf’ en ‘De oost’) zo aan tot deze subcultuur? Wat het antwoord ook is, Taihuttu vertelt alleszins met gevoel voor de familietragiek en respect voor de gabbercultuur over de stormachtige relatie tussen de piano spelende Michael en zijn oudere broer en gabber van het eerste uur, Danny.

De dolende zeventienjarige Michael (Joes Brauers), die een baantje heeft als fruitplukker, zou het liefst klassiek piano studeren aan het conservatorium. Voor de moeilijke toelatingsexamens neemt hij les bij een leraar die bijklust op cruiseschepen. Dan staat plotseling zijn verstoten broer Danny (Jim Deddes) voor zijn snufferd. Danny is wat je met recht noemt een voltijds gabber die zichzelf, zijn vriendinnetje Priscilla (Rosa Stil) en boezemvriend Jeffrey (Jordy Dijkshoorn, van de band De Likt) onderhoudt met drugs dealen tijdens hardcore feesten. Voor Danny draait het erom je zo min mogelijk te conformeren aan het huisje-boompje-beestje idee. Met speels gemak sleurt hij dan ook de stille Michael het hardcore leventje binnen. Ondertussen zijn hun ouders bezorgd dat ze ook hun jongste zoon verliezen aan de in hun ogen louche levensstijl van de oudste.

Er zit een enorm verlangen naar ergens bij willen horen in Michael: bij welke stam voelt hij zich het meest thuis? Hij moet zo’n beetje kiezen tussen de slaperige arbeidersklasse van zijn ouders, van langzaam je eigen weg betegelen naar een gezinswoning van familie doorsnee. Of sluit hij zich liever aan bij de tegendraadse bende van zijn grote broer, tegen wie hij begrijpelijk opkijkt tussen de omringende grauwheid van regio Rotterdam, een zeer toepasselijke keuze als omgeving.

Maar om het turbulente leven in de nabijheid van zijn broer te overleven, laat het zich al raden, ben je uiteindelijk op jezelf aangewezen. “Je bent er zelf toch bij, niet?” snauwt Danny, charismatisch als een magneet, zijn broertje nog toe. Net als bij films van Martin Scorsese en de talloze adepten die specifieke subculturen aanboren op film, zoals de pornowereld in ‘Boogie Nights’ (Paul Thomas Anderson), het jaren twintig Hollywood in ‘Babylon’ (Damien Chazelle, 2022) of het nachtclubleven zelf in het Belgische ‘Zillion’ (Robin Pront, 2022), komt het eeuwig feesten tegen een hoge prijs. En nogmaals, “don’t get high on your own supply”, zoals Elvira Hancock Tony Montana in ‘Scarface’ (Brian De Palma, 1983) zachtjes toebijt. Maar zolang alles blijft golven op die high zijn mensen nog het meest verblind voor de eigen zwaktes.

Wederom bloedt deze Taihuttu Amerikaanse cinema, want komt hij hier niet deels met een ode aan ‘Fingers’ (1978) van de notoire rebelse regisseur James Toback (zijn film is al eerder eens vrij letterlijk naar het Frans vertaald door Jacques Audiard met ‘De battre mon coeur s’est arrêté’ (2005))? In Tobacks film vertolkt Harvey Keitel Jimmy Fingers, een charismatische, doch gewelddadige, jongeman die of in de voetsporen treedt van zijn vader, een maffialid van lagere rang, of zich uit dat leventje weet weg te musiceren als pianist. Ook in ‘Hardcore Never Dies’ speelt deze kwestie als een vagevuur op de achtergrond: gebruikt Michael liever zijn vingers voor de vuist of voor Bach? Het resulteert in een subatomische botsing tussen het heilige en het profane onder de rook van Rotterdam.

Hoe boeiend en luid ‘Hardcore Never Dies’ het wereldje van de twee broers ook neerzet, er sluipt een ondermijnende twijfel in de richting van het verhaal, met name in hoe het Michaels netelige positie probeert af te ronden. De finale en epiloog voelen daarom geforceerd aan. Bovendien, hoewel begrijpelijk, is de camera iets te verliefd op Danny oftewel acteur Jim Deddes. De acteur geeft het personage zijn hele hebben en houden en is uiteindelijk de brandstof die de film doet ontvlammen, alsof het niet zonder hem kan. Het is zoals Tygo Gernandt in ‘Van God Los’ (Pieter Kuijpers, 2003). En zeg nu eerlijk, wie heeft Egbert Jan Weeber uit die film onthouden? De ontwikkeling van het personage Michael lijdt onder deze overvleugeling (dit kan nog algemene uitdaging voor Deddes worden als hij zo sterk doorgaat). Dus, ondanks dat Joes Brauers naar behoren speelt, wordt hij soms zonder pardon gedirigeerd tot tweede viool terwijl het Michaels ogen zijn waardoor je kijkt.

Niettemin is het net als Taihuttu’s andere speelfilms zeker een werk om te gaan zien op het grote doek. Ook koester je hiermee het talent achter, zoals het subtiele productieontwerp van Ben Zuydwijk (de jaren negentig komt is weer springlevend), en voor de camera, want tussen al het acteergeweld van Deddes mag ook Rosa Stil als de reefteef van Danny er meer dan zijn. En wat betreft de zwalkende afronding, is het beter om twijfel, noem het anders een uitgebreid open einde, toe te laten dan als makers te vastberaden te zijn over het lot van de levens op film.

Roy van Landschoot

Waardering: 3.5

Bioscooprelease: 9 november 2023