Harold & Kumar Go to White Castle (2004)

Regie: Danny Leiner | 88 minuten | komedie, avontuur | Acteurs: John Cho, Kal Penn, Malin Akerman, Steve Braun, Ethan Embry, Paula Garcés, Neil Patrick Harris, David Krumholtz, Christopher Meloni, Ryan Reynolds, Fred Willard, Robert Tinkler

Het ultradunne verhaal van ‘Harold & Kumar Go to White Castle’ is samengevat in de titel, zodat daar tenminste geen verrassingen meer kunnen komen. Twee weedjunkies Harold (John Cho) en Kumar (Kal Penn) krijgen honger en weigeren genoegen te nemen met het menu van zomaar een gemiddeld fastfood keten. Wat hun betreft zijn de hamburgers van White Castle de enige nog te verteren voedselsurrogaten. Op reis komen de twee in de meest bizarre situaties terecht en doen een wijze levensles op, maar wel op een volkomen moraalloze manier.

Hoe interessant kan het nou zijn om twee stoners te zien klungelen terwijl ze op zoek gaan naar een hamburger? Niet bijster. Wel is het leuk om te zien dat eindelijk een Hollywood film is gekomen waarin een tweetal Aziaten eens niet worden afgeschilderd als vreemd pratende, taxi rijdende, ongeïntegreerde, winkelbediendes. Deze twee jongelui zijn net zo Amerikaans als Cheech & Chong: leef om te blowen.

De kracht van de film, die wat slapjes aandoet, zit hem in de cameo’s. John Cho is vooral bekend door zijn korte rol in ‘American Pie’ (de jongen die ons de acroniem ‘MILF’ heeft geleerd) en zijn terugkerende rol in de sitcom “Off Centre”. Het is dan ook bijna niet verwonderlijk dat we een van de hoofdrolspelers (Eddi Kaye Thomas) uit zowel ‘Pie’ als “Centre” een klein rolletje zien vertolken. Kal Penn is vooral in Amerika bekend geworden door zijn rol in ‘Van Wilder’. Die film deed het in Nederland wat minder (terecht). Mister Wilder himself Ryan Reynolds. Maar de beste cameo in jaren ooit vinden we in Neil Patrick Harris als zichzelf die wanhopig probeert zijn Doogie Howser imago te vergeten.

Verder zit de film vol met poep, pies en tiet grappen en grollen. Logisch eigenlijk, want de regisseur is bekend van de nauwelijks indrukwekkende ‘Dude, Where’s My Car?’ Wellicht weet de film hier en daar een glimlach te ontlokken, maar schaterlachen zal alleen geschieden na veel inhaleren op een blowparty. Dat maakt de film herkenbaar, nu is hij vergeetbaar.

Roland Torenbeek