Het ondergronds orkest (1998)
Regie: Heddy Honigmann | 112 minuten | documentaire, geschiedenis, muziek
Met ‘Het ondergronds orkest’ (1998) geeft de internationaal geprezen documentairemaker Heddy Honigmann (1951-2022) inzicht in het bestaan van de straatmuzikant. Het levert een verscheidenheid aan levenspaden op die niet bepaald vrolijk stemmen, maar desondanks is het een verhaal van hoop, verbinding en schoonheid.
Honigmann neemt ons eerst mee door de krochten van de Parijse metro. De onderaardse ruimte wordt gevuld met de engelachtige klanken van een harp. Die wordt bespeeld door een toeschietelijke Venezolaan, wiens situatie we later leren kennen. In een metrostel klinkt de zwierige muziek van een viool-gitaarduo, de camera vangt mooi de reacties van de reizigers. Meisjes die schalks naar de musici kijken, een man die onverstoorbaar in zijn tijdschrift leest en een vrouw die in een andere gedachtewereld lijkt te komen.
In weer een ander metrostel treedt een muziektrio op, waardoor de forenzen hun dagelijkse sores vergeten. Ze geven een luid applaus en tasten dankbaar in de buidel. Het tafereel doet terugverlangen naar de jaren negentig: mensen hebben contant geld op zak en betalen in franken. Als het trio na afloop wordt geïnterviewd, wordt de groep aangesproken op het filmen. Het is strikt verboden op die plek: “Dit is niet de Club Méditerranée, maar de metro”.
Ondergronds is het geen luxeresort, maar bovengronds ook niet. Dat wordt duidelijk als Honigmann de muzikanten thuis opzoekt. Een Malinese zangeres betaalt de hoofdprijs voor een klein onderkomen, waar ze met haar drie kinderen, inclusief een baby, moet wonen. Het gezin van de Venezolaanse harpist hangt een uithuisplaatsing boven het hoofd. Als hierop wordt doorgevraagd, wil hij er niet meer over praten. Een Zaïrese artiest heeft het niet over een appartement, maar over zijn ‘cel’. “Mensen zijn nooit vrij”, relativeert hij. “In deze moderne tijd leeft iedereen als een gevangene”.
Niet alleen de leefomstandigheden van de muzikanten zijn schrijnend, maar ook de redenen waarom ze naar Parijs gekomen zijn. Ze zijn veelal politiek vluchteling of uit hun land verbannen. Terugkeren naar huis is levensgevaarlijk of onmogelijk gemaakt, waardoor ze familie en vrienden al jaren niet hebben gezien. De muziek brengt brood op de plank, maar is ook een middel om met vrees, verlatenheid en eenzaamheid om te gaan.
De levensverhalen hebben veel zwaarte in zich, maar bijzonder is dat de film toch licht van toon is. Er is volop aandacht voor de muziek, en hoopvolle momenten zijn er genoeg. Mensen die samen op straat musiceren en daarna een biertje drinken in de kroeg. Een romantisch verhaal over hoe de harpist en zijn vrouw elkaar ontmoetten, terwijl haar moeder nog zo had gewaarschuwd voor de muzikanten in de metro. Een man die op de markt op een kamancha speelt. Hij wordt gecomplimenteerd door een passerende klarinettist uit Algerije, en raakt aan de praat met een Iraanse vluchteling, die het instrument herkent.
Honigmann heeft een grote diversiteit aan muzikanten laten zien: ze komen uit alle hoeken van de wereld, en ondanks gemeenschappelijkheden is geen verhaal hetzelfde. Dat heeft wel een kleine keerzijde, namelijk dat niet iedereen met evenveel diepgang behandeld wordt. Zo zien we een Vietnamese vrouw die met een interpretatie van muziek komt, maar haar rol in de film is verder onduidelijk. De man met de kamancha komt er ook wat bekaaid vanaf; zijn achtergrond blijft vaag.
‘Het ondergronds orkest’ biedt een veelkleurig palet aan Parijse straatmuzikanten, die veelal onder moeilijke omstandigheden leven. Niet iedereen in deze documentaire komt even goed aan bod, maar de mensen die we wel leren kennen (de meerderheid) laten veerkracht, optimisme en gemeenschappelijkheid zien. De film toont mooi dat ze zowel ondergronds als bovengronds van onmetelijke waarde zijn.
Ester Šorm
Waardering: 4
Bioscooprelease: 15 januari 1998
Bioscooprelease: 18 december 2025 (re-release, digitale restauratie)
VOD-release: 18 december 2025 (Eye Film Player)
