I’m Not There (2007)

Regie: Todd Haynes | 135 minuten | muziek, biografie | Acteurs: Cate Blanchett, Ben Whishaw, Christian Bale, Richard Gere, Marcus Carl Franklin, Heath Ledger, Kris Kristofferson, Don Francks, Roc LaFortune, Larry Day, Paul Cagelet, Pierre-Alexandre Fortin, Richie Havens, Tyrone Benskin, Kim Roberts, Eric Newsome, Jane Wheeler, Julianne Moore, Peter Friedman, David Gow, Bruce Greenwood, Fanny La Croix, Terry Haig, Greg Kramer, Gordon Masten, Bill Croft, Charlotte Gainsbourg, Gabrielle Marcoux, Jessey LaFlamme, Jennifer Rae Westley    

Laat het maar aan een creatieveling als Todd Haynes over om het hele biopic-genre op zijn kop te zetten. Aangezien Bob Dylan zo’n complexe figuur is, met vele gedaantes, heeft Haynes besloten om voor een onorthodoxe vorm te kiezen voor een film over zijn leven. Geen slaafs, chronologisch verhaal waarin de carrière van de artiest punt voor punt behandeld wordt, en alle onvermijdelijke ups and downs netjes de revue passeren. Hoewel dit de vorm lijkt waaraan iedere biopic aan gebonden is, bewijst Haynes dat er een intrigerender, en wellicht waarachtiger manier is om over iemands leven te verhalen. Om het leven van Dylan recht te doen, laat Haynes de verschillende facetten van Dylan door een veelheid aan acteurs uitbeelden, ieder met een ander uiterlijk en een andere unieke identiteit. Het is een fascinerende benadering, die dit afgezaagde genre tot iets fris maakt, en voor een soms surreële kijkervaring zorgt. Het is niet waarschijnlijk dat het voor de non-Dylan fan inhoudelijk altijd interessant of relevant genoeg is, maar Haynes verdient zonder meer bewondering voor zijn prikkelende nieuwe invalshoek op het genre.

Hoewel het ontegenzeglijk om een film over Dylan gaat, wordt zijn naam nergens genoemd. Ieder personage dat hier in moet staan voor Dylan, wordt gepresenteerd als zijnde een volkomen autonoom persoon en geen van hen draagt de naam van de superster. Om deze reden, en omdat muziek niet altijd een (belangrijke) rol speelt in de levens van de verschillende incarnaties van Dylan, wordt er een specifieke, actieve kijkhouding van de toeschouwer verwacht. Als je de film puur als een collage van verschillende verhalen zou beschouwen, zou hij dramatisch gezien niet bevredigen, aangezien niet elk verhaal genoeg ontwikkeling en diepgang in zich draagt. Echter, wanneer je continu de gedragingen van de verschillende figuren over elkaar heen legt, om zo één persoon te kunnen vormen, of de al dan niet gerealiseerde potentie die er in die ene persoon aanwezig zit te kunnen zien, wordt het al een stuk interessanter. In dat opzicht zal het lonen om de film verschillende malen te zien. Tevens zullen de kijkers die (goed) bekend zijn met de persoon van Dylan waarschijnlijk veel meer uit de film kunnen halen dan de leek. Dylan-fans zullen meer referenties snappen en waarschijnlijk vele zuchten van herkenning slaken wanneer de verschillende persoonlijkheden in beeld komen.

Voor de leek, echter, kan de film soms overkomen als een inhoudelijk te weinigzeggende en incoherente verzameling korte filmpjes. Voor hen zullen vooral de muzikale incarnaties van Dylan de aandacht vast kunnen houden. Dat zijn Marcus Carl Franklin als Woody, de elfjarige zwarte treinreiziger die iets van een wonderkind blijkt te zijn wanneer hij op zijn gitaar speelt; Christian Bale als Jack, succesvolle zanger van protestliedjes, en een vertegenwoordiging van de Dylan uit de jaren zestig; maar bovenal maakt Cate Blanchett indruk als Jude, de arrogante, jonge muzikant die regelmatig overhoop ligt met journalisten door zijn schijnbare triviale stijl- en inhoudswisselingen, waarmee hij ongrijpbaar wordt voor zijn bewonderaars, die hem altijd als een stem des volks beschouwden. Met haar korte krullen, knijpende ogen, (vaak) grote zonnebril, en zwalkende, wat hooghartige tred zet Blanchett op briljante wijze een jonge, quasi-pretentieuze Dylan neer die volkomen geloofwaardig overkomt. Het is niet onwaarschijnlijk dat menig kijker de halve film doorbrengt zonder door te hebben naar een vrouwelijke vertolker te kijken. Pas wanneer Blanchett haar bril afzet en niet met haar ogen knijpt, herken je de actrice duidelijk. Het is fascinerend om haar bezig te zien, en, ook al zou dit de bedoeling van deze biografische film teniet doen, het is jammer dat zij niet de gehele film lang het middelpunt vormt.

Ook al is het verhaal van acteur Robbie (Heath Ledger), over zijn veranderingen als persoon – zijn sterallures en afstandelijkheid -, nog best interessant en compleet als onafhankelijk verhaal, en voegt het voor menig kijker wat toe aan de persoon van Dylan, het gedeelte met Richard Gere, die als Billy the Kid de (verbale) confrontatie aangaat met Pat Garrett is ronduit slaapverwekkend. Iedere keer dat we hem met zijn paard of te voet door het landschap van “Het Westen” zien lopen komt de film subiet tot stilstand en wordt hij van iedere dynamiek ontdaan.

Gelukkig dat toch minstens de helft van de incarnaties van Dylan waardevol is voor de doorsnee kijker, en dat daarnaast de vorm van de film voor een bijzondere, surreële kijkervaring zorgt.

Bart Rietvink