Il buco (2021)

Recensie Il Buco CinemagazineRegie: Michelangelo Frammartino | 93 minuten | drama | Acteurs: Claudia Candusso, Paolo Cossi, Mila Costi, Carlos José Crespo, Jacopo Elia, Federico Gregoretti, Antonio Lanza, Nicola Lanza, Leonardo Larocca, Giovanbattista Sauro, Angelo Spadaro, Enrico Troisi, Denise Trombin, Luca Vinai, Leonardo Zaccaro

In 1961 maakt een groep onverschrokken wetenschappers een expeditie naar de rurale Zuid-Italiaanse regio Calabrië. Verborgen in het Pollino-gebergte ligt een nog niet in kaart gebrachte grot. Voor het eerst verkennen de speleologen de bodem van de maar liefst zevenhonderd meter diepe Abisso del Bifurto, een slangachtige afgrond die naar onbekende onderaardse oorden voert. Gadegeslagen door een oude, door een sober bestaan in weer en wind getekende koeienherder zakken de speleologen langzaam de donkerte in. Waar de herder de omgeving op zijn duimpje kent, tasten de grotverkenners letterlijk in het duister. Door steentjes en brandend papier naar beneden te gooien, proberen ze te zien en horen hoe diep de afgrond is.

In ‘Il buco’ herschept regisseur Michelangelo Frammartino (onder meer bekend van ‘Le quattro volte’) de hierboven beschreven expeditie naar het binnenste van de aarde. Geen eenvoudige klus. Logistiek was het filmen van ‘Il buco’ namelijk een hele onderneming. Zo moesten Frammartino en zijn kompanen de tocht naar de diepten van de grot (vier uur omlaag en weer vier uur terug naar boven klauteren) maar liefst dertig (!) keer maken om alle benodigde beelden bij elkaar te krijgen. Als je dan ook nog eens bedenkt dat de regisseur hoogtevrees heeft, besef je dat ‘Il buco’ echt een ‘labour of love’ is.

Ondanks de inspanningen die de crew zich getroostte bij het maken van de film, is ‘Il buco’ subtiel en minimalistisch. Gesproken wordt er nauwelijks in dit contemplatieve werk. In plaats daarvan zijn het de geluiden van de bovengrondse natuur en de spookachtige echo’s van stappen en waterdruppels in het intense zwart (alleen soms opgelicht door de lampjes op de helmen van de speleologen of een incidentele fakkel) van de grot die de auditieve toon van ‘Il buco’ bepalen.

Waar een traditionele speelfilm ongetwijfeld een van de speleologen als belangrijkste protagonist van deze vertelling had aangewezen, schenkt het meer in documentairestijl geschoten ‘Il buco’ het boven- en ondergrondse landschap de rol van hoofdrolspeler. De onderzoekers zijn vooral een homogene groep enthousiastelingen en waaghalzen. We leren ze niet individueel kennen en zien alleen hoe ze bij aankomst collectief overnachten in een ruimte vol heiligenbeelden (in Zuid-Italië zit je immers in het epicentrum van katholiek Europa) en vervolgens hun kamp opslaan in het veld en afdalen in de duisternis van de grot. Een grappig moment is daarbij de scène waarin de koeien even een nieuwsgierige blik naar beneden werpen, zich ogenschijnlijk afvragend wat die rare tweebenige wezens bezielt.

‘Il buco’ zoomt ook subtiel in op diverse tegenstellingen. Zo is de oude herder de antithese van de grotonderzoekers. Waar de speleologen gedreven worden door een hang naar avontuur en het verkennen van onontdekte werelden, leeft de herder al tientallen jaren volgens een vast en voorspelbaar levensritme dat wordt bepaald door de seizoenen en de behoeften van zijn dieren. Daarnaast is er de tegenstelling tussen het rijke noorden en arme, nog grotendeels semi-autarkische zuiden die zo kenmerkend is voor de Italiaanse samenleving. We zien hoe de inwoners van het nabijgelegen dorpje op een plein bij het cafeetje kijken naar een reportage over het voltooien van de Pirelli-wolkenkrabber in Milaan: een symbool van het decadente überkapitalisme versus het pure natuurfenomeen dat centraal staat in de film. In zekere zin zou je zelfs kunnen zeggen dat de grot door de speleologen uit het noorden ‘gekoloniseerd’ wordt.

Hoewel ‘Il buco’ een cinematografisch juweeltje is en voor mensen met voldoende verbeeldingskracht vol interessante en verborgen associaties zit, is het geen film voor iedereen. Het is namelijk een typische ‘slow burner’ die rustig voortkabbelt, geheel in lijn met het landelijke leven in een rustiek Zuid-Italiaans oord waar de klok al decennia stil lijkt te staan. Maar de fraaie beelden, aandacht voor detail en het organische, mystieke karakter van ‘Il buco’ maken dat ruimschoots goed.

Frank Heinen

Waardering: 3.5

Bioscooprelease: 23 juni 2022