Il vangelo secondo Matteo (1964)

Regie: Pier Paolo Pasolini | 132 minuten | drama, biografie, fantasie, geschiedenis | Acteurs: Enrique Irazoqui, Margherita Caruso, Susanna Pasolini, Marcello Morante, Mario Socrate, Settimio Di Porto, Alfonso Gatto, Luigi Barbini, Giacomo Morante, Giorgio Agamben, Guido Cerretani, Rosario Migale, Ferruccio Nuzzo, Marcello Galdini, Elio Spaziani

Mel Gibson deed behoorlijk wat stof opwaaien met zijn interpretatie van de lijdensweg van Jezus Christus in ‘The Passion of the Christ’. De film zou antisemitisch zijn, een radicale visie ten grondslag hebben, en, de meest gehoorde kritiek, zou in feite niet veel meer zijn dan zogenaamde “torture porn”, een “genre” – met als prominente voorbeelden ‘Saw’ en ‘Hostel’ – dat zich kenmerkt door beelden van excessief en expliciet geweld en zoveel mogelijk gehavende en bloederige lichamen. “Dit kon toch geen respectvol verslag van een bijbelverhaal zijn? Moeten mensen hierdoor geïnspireerd raken?”, zo was ongeveer de teneur van de kritiek. Nu veroorzaakte Pier Paolo Pasolini met ‘Il Vangelo secondo Matteo’, zijn filmversie van hetzelfde verhaal, ook wel enige ophef vanwege zijn interpretatie van Jezus als een humanistische rebel, maar tegenwoordig zouden vele critici van Gibsons ‘The Passion’ waarschijnlijk zonder veel morren voor Pasolini’s meer ingetogen, serene film kiezen.

Toch is Pasolini’s interpretatie niet per definitie superieur aan die van Gibson. En hoewel het qua benadering zeer verschillende films zijn, vullen ze elkaar eigenlijk perfect aan. Juist omdat ze zo tegengesteld zijn en in hun onafhankelijke benadering niet alles even sterk (kunnen) belichten, vormen de films eigenlijk twee interessante zijden van dezelfde medaille. Wat grotendeels ontbrak in Gibsons ‘The Passion of the Christ’, te weten de lessen en expliciete ideeën van Christus, komt in Pasolini’s ‘Il vangelo secondo Matteo’ veelvuldig aan bod. Een argument voor de inclusie hiervan kan zien dat het lijden en de dood van Christus minder betekenis hebben wanneer de kijker nauwelijks kennis heeft van zijn leven. Waarom was er om deze man zoveel te doen? Hoe wist hij zoveel mensen voor zich te winnen en zoveel mensen tegen zich in het harnas te jagen? Pasolini besteedt veel langer de tijd aan de opmars naar de uiteindelijke ter dood veroordeling van Jezus. Hoe wordt hij ontdekt door de bevolking en in hun midden opgenomen? Wat voor woorden spreekt hij die de bevolking zo raken? Hoe gaat hij precies te werk bij het vinden van de apostelen, het helpen van de mensen met zijn wonderen, en het instrueren van het volk?

Het klinkt als een heel bevredigende benadering, die de kijker meer betrokkenheid zal bezorgen bij Jezus, de bevolking, en zijn ideeën in zijn algemeenheid. maar dit is slechts ten dele waar. Pasolini blijft heel dicht bij het Mattheüs en deze authenticiteit is te prijzen, maar de manier waarop alle grote gebeurtenissen en lessen of redevoeringen van Christus aan elkaar worden geketend, voelt een beetje aan alsof je naar een filmisch uittreksel van zijn biografie zit te kijken. In razend tempo volgen in het eerste uur de beelden elkaar op van een docerende, orerende Jezus, met een rustige doch lichtelijk strenge uitdrukking op zijn gezicht. Deze momenten worden af en toe onderbroken wanneer hij een lepralijder moet genezen, een stel broden moet vermenigvuldigen of over water moet lopen. De stellingen van Jezus, soms in antwoord op vragen, komen zo snel voorbij, zonder hier nader op in te gaan of uitleg te geven, en zonder veel context, dat slechts een klein deel zal blijven hangen bij mensen die geen bijbelonderwijs hebben genoten. En dat is een gemiste kans als een film toch zo ongeveer de helft van zijn speelduur aan dit soort scènes besteedt.

Hoewel het laatste uur steeds beklemmender en emotioneler wordt – mede omdat je als kijker weet hoe het zal aflopen – mist er toch een bepaalde betrokkenheid en lijkt het te veel een opsomming van feiten te zijn. Het was weliswaar Pasolini’s intentie om Jezus te tonen als gezien vanuit het volk. Om te laten zien hoe zij Hem herkennen en Zijn woorden volgen. Dit lukt echter slechts ten dele. Er wordt veel gebruik gemaakt van (extreme) close-ups op gezichten en ogen, dus enige impact is wel waarneembaar, en de documentaire-achtige stijl van filmen, waarbij Pasolini de kijker als het ware tussen de bevolking plaatst, geeft het geheel een zeker gevoel van realisme, maar bijpersonages krijgen nauwelijks achtergrond of context en beweegredenen blijven daarom schetsmatig. Uiteindelijk moet er maar vanuit worden gegaan dat Jezus zo’n grote uitstraling had en overtuigende woorden, dat hij bijna onmiddellijk volgelingen kon verzamelen. Gelukkig dat dit vergemakkelijkt wordt door de uitstekende casting van Jezus zelf, die hier – volgens de beste neorealistische tradities – gespeeld wordt door een amateur, Enrique Irazoqui. Hij heeft alles: het Che Guevara-achtige uiterlijk van een revolutionair die het opneemt voor de armen – geen onbegrijpelijke invalshoek voor een Marxist als Pasolini -, een serene uitdrukking, een overtuigende, dominerende uitstraling, en een kalme maar doelbewuste manier van bewegen. Daarbij wordt zijn vertolking ondersteund door prachtige muziek van Bach en Prokofiev, maar ook door afwijkende Afrikaanse en jazzy klanken. Vreemde combinaties, in eerste instantie, maar het werkt vaak verrassend goed, al naar gelang het spirituele of juist meer aardse gehalte van de gevoelens en sfeer die de film oproepen.

‘Il Vangelo secondo Matteo’ werkt zich, in tegenstelling tot Mel Gibsons film, snel door het gedeelte van de wandeltocht van Christus naar het kruis heen, wat bij de toon van de film past. De kruisiging zelf is ook hier walgelijk om te zien, en soms heb je als kijker de neiging weg te kijken, terwijl er nauwelijks iets getoond wordt, waarmee de kracht van de suggestie nog maar eens wordt aangetoond. Toch is er voor Gibsons benadering ook iets te zeggen. Ja, het is een beproeving om ‘The Passion of the Christ’ te kijken, maar je hebt dan wel écht het gevoel dat je er daadwerkelijk zelf bijstond, en meemaakte wat de toeschouwers meemaakten. Je voelt elke zweepslag bijna op je eigen rug en deze lichamelijke beleving zorgt, gek genoeg, ook voor een intellectuele weerslag. Enerzijds rijst er natuurlijk het onbegrip over de reden voor deze martelgang. Waarom heeft hij in hemelsnaam zoiets verdiend? Dit alles vanwege een verschillende opvatting, die men niet wenst te horen? Het zal altijd een actueel thema blijven. Vervolgens is er weer eens het besef dat mensen elkaar vreselijke dingen aan kunnen doen, en dat hier eigenlijk geen enkele rechtvaardiging voor is. De andere wang is niet altijd makkelijk, maar zaak is wel dat we mens blijven. ‘Il Vangelo secondo Matteo’ communiceert dit allemaal wel, en heeft hiervoor een beeldschone vorm gekozen – de beelden van Zuid-Italië, de prachtige muziek -, maar het had zowel intellectueel als emotioneel wat effectiever kunnen zijn.

Bart Rietvink