Indiana Jones and the Kingdom of the Crystal Skull (2008)

Regie: Steven Spielberg | 124 minuten | actie, avontuur | Acteurs: Harrison Ford, Shia LaBeouf, Cate Blanchett, Ray Winstone, Karen Allen, John Hurt, Jim Broadbent, Alan Dale, Andrew Divoff, Pavel Lychnikoff, Joel Stoffer, Igor Jijikine

Ta-tata-taa… ta-tataaa! Het onmiskenbare herkenningsdeuntje van onze favoriete archeoloog zal weer dagen- of zelfs wekenlang door het hoofd zoemen van filmkijkers over de hele wereld. Want eindelijk is het dan zover: na een stilte van negentien jaar is Indiana Jones terug op het witte doek. Met Harrison Ford weer in de titelrol en het duo Spielberg-Lucas als creatief duo achter de camera: het is alsof er niets veranderd is.  Voor een deel klopt dit ook: sceptici die dachten dat Ford te oud is geworden en daarom niet meer zou overtuigen in de rol van de charmante avonturier hebben het nakijken. Natuurlijk beweegt de reeds vijfenzestig jaar oude Ford niet meer zo soepel als twintig of dertig jaar geleden, maar het leren jasje en cowboyhoed zitten hem nog als gegoten. De regie en verhaalelementen zijn ook weer vertrouwd, maar vertonen bij nader inzien toch een flink aantal storende scheurtjes. Vooral het script en de karakteriseringen blijven achter bij de rest van de productie. ‘Indiana Jones and the Kingdom of the Crystal Skull’ is nog steeds een feest van nostalgie, maar weet als film op zich helaas niet de magie en opwinding van de voorgaande delen te bereiken.

Even houd je als kijker je hart vast wanneer de film opent met schattige knaagdiertjes die in de woestijn hun kop omhoog steken terwijl er een auto voorbijraast. Is dit nog wel dezelfde, vertrouwde Indy met spetterende actie en sarcastische one-liners, of is het een knuffelige kinderfilm geworden? De zorgen lijken ongegrond wanneer er aan het eind van de openingssequentie een klassieke confrontatie met de bad guys plaatsvindt. En dan verschijnt in één van de volgende shots een hand in beeld die de iconische cowboyhoed oppakt en – zichtbaar gemaakt via een schaduw – op het hoofd van de eigenaar zet terwijl de herkenningstune van John Williams zachtjes wordt ingezet: een rilling gaat door de toeschouwer heen. Indiana Jones is terug!

Toch duurt het even voor de film zijn vertrouwde ritme heeft teruggevonden. En gek genoeg vindt dit moment plaats als er een ander personage wordt geïntroduceerd: sidekick Mutt Williams, vertolkt door de van ‘Disturbia’ en ‘Transformers’ bekende Shia LaBeouf. Middels een perfect heldenshot komt hij als Marlon Brando in ‘The Wild One’ op een motor het perron opgereden, vanuit de door de vertrekkende trein veroorzaakte rook. Hij is op zoek naar Dr. Jones – die zich in de vertrekkende trein bevindt – om hem op het spoor te brengen van de kristallen schedel uit de titel. De interactie tussen veteraan Indiana en de jonge, tegendraadse Mutt bezorgt de film vaart en dynamiek. Ze hebben eenzelfde soort chemie als Ford met Sean Connery had in ‘The Last Crusade’ terwijl Mutt ook de rol van de onervaren wildebras vervult die in toom moet worden gehouden. Net als Short Round in ‘The Temple of Doom’. Zo zegt Indiana ook nu weer dat zijn maatje niets aan mag raken wanneer ze samen een tempel betreden. En wanneer enkele schurken op een komische wijze uitgeschakeld worden, moet Mutt lachen en is Indiana “not amused”, een rolomdraaiing van eenzelfde soort situatie met zijn vader in ‘The Last Crusade’.

Het zijn verwijzingen die goed werken in de film zelf en leuke herinneringen oproepen aan de vorige films. Eigenlijk zijn alle visuele referenties een heerlijke “blast from the past”. Het is vertrouwd om  Dr. Jones weer met hetzelfde jasje en dasje voor de klas te zien staan, om de opslagplaats van de Ark te zien uit de eerste film, en om diezelfde rode streep over de wereldkaart te zien lopen wanneer Indiana weer eens op reis is naar een exotische locatie.

Het probleem is alleen dat dit nostalgische aspect zich over de gehele productie uitstrekt en er niet veel meer wordt geboden dan een knusse familiereünie. Zo lijkt het een geweldige keuze te zijn om Indiana weer te herenigen met Marion Ravenwood, de vrouw waar hij in deel één zo’n spannende chemie mee had, maar ze krijgt weinig interessants te doen, en prikkelende dialogen en interacties zijn eigenlijk nauwelijks meer aanwezig. Als ze breed glimlacht is de oude Marion weer even zichtbaar, maar ze vormt nu vooral een emotioneel anker voor Indiana, wat resulteert in een einde dat qua sentimentaliteit te vergelijken is met het moment dat Frodo in een maagdelijk witte omgeving wakker wordt aan het eind van ‘The Return of the King’. Topacteur John Hurt wordt ook danig onderbenut in een (groot)vaderrol die een soort vervanging moet zijn voor de afwezige Sean Connery. Driekwart van de film is hij slechts te zien als een stamelende oude man, die in de ban is geraakt van de kristallen schedel. En dan is er nog Ray Winstone, die als Mac de plaats inneemt van Sallah (John Rhys-Davis) en die wellicht een twijfelachtige moraal heeft.

Het is misschien een gezellige groep zo bij elkaar, maar er is eigenlijk nauwelijks een personage dat goed tot zijn recht komt. Inclusief Indiana Jones, die niet meer de drijvende kracht van het verhaal is, maar slechts onderdeel van een wat rommelig geheel. Deze film had beter gewerkt als de relatie tussen Indiana en “leerling-Indiana” Mutt de absolute nadruk had gekregen, die nu ook enigszins ondergesneeuwd raakt.

Nog een probleem is dat het verhaal gewoonweg niet spannend genoeg is en er te weinig gevaar is voor Indiana. Irina Spalk is een schurk die door Cate Blanchett lekker pulpy wordt neergezet met een vet Russisch accent, en ze is veelvuldig en heel actief aanwezig in de film, maar er gaat te weinig dreiging uit van dit personage om haar echt memorabel te maken. Verder krijg je als kijker nauwelijks het gevoel dat Indiana echt in gevaar is, of echt veel moeite moet doen om de puzzels op te lossen.

De actie is wisselend succesvol. Een lange achtervolging door de jungle – gelijkend op een level uit het videospel ‘Uncharted’ – is tamelijk spectaculair, evenals een achtervolging op de motor in het begin van de film. Ook is het “tomb raiding”-aspect van de film, waarbij Indy weer eens een oude tempel of graftombe betreedt weer ouderwets amusant – met skeletten, booby traps, en macabere humor. Het is een sfeer die films als ‘National Treasure’ toch niet goed op weten te roepen. Hoewel, Stephen Sommers kwam best een eind in ‘The Mummy’, een film waar Spielberg zelfs nog inspiratie uit lijkt te hebben gehaald voor een sequentie met bloeddorstige reuzenmieren, die in hun gedrag veel weg hebben van de scarabeeën uit ‘The Mummy’. Het zorgt voor spannende momenten wanneer zowel de helden als schurken uit de buurt moeten zien te blijven van deze levensgevaarlijke insecten.

Maar er zitten ook flauwe toevoegingen in de film als de terugkerende knaagdieren uit het openingsshot, door de jungle zwaaiende apen die Mutt inspireren tot een soortgelijke Tarzanzwaai – leuker was het geweest wanneer hij spontaan het ding had vastgepakt, zoals een geboren Indiana Jones -, en een slapstickscène met een slang. Niet in de laatste plaats is het einde van de film teleurstellend. Enerzijds voorspelbaar en anderzijds niet geheel passend binnen het Indiana Jones-universum. Bovendien geplaagd door middelmatige digitale effecten, die ook in sommige andere scènes in de film opvallen, ondanks de verzekering van Spielberg dat er niet geleund zou worden op digitale trucage.

Kortom, ondanks de verrukking om Harrisson Ford weer overtuigend (genoeg) in de rol te zien stappen van goede oude Indiana Jones, en glimpen op te vangen van de oude magie, moet er toch geconstateerd worden dat ‘Indiana Jones and the Crystal Skull’ niet aan de hooggespannen verwachtingen kan voldoen. Passages in de film laten zien dat de formule nog wel degelijk kan werken, dus nog een vervolg – wellicht met Shia in de hoofdrol – zou niet per definitie onverstandig zijn. Deze film kan wellicht het best gezien worden als een opzet voor een nieuwe Indiana-reeks. Als lijm tussen twee trilogieën, misschien, en niet als de bliksem die er niet in is geslaagd voor een tweede (of vierde) keer in te slaan.

Bart Rietvink

Waardering: 3

Bioscooprelease: 22 mei 2008