Inside the Mind of Favela Funk (2015)

Regie: Fleur Beemster, Elise Roodenburg | 76 minuten | documentaire

Rio de Janeiro is een stad die verdeeld is door rijkdom, ras en muziek. Langs de kust zijn de indrukwekkende promenades en stranden van Ipanema en Copacabana, die hun allure en glamour al meedragen sinds de jaren vijftig en zestig, toen de jazzy bossa nova van sterren als Joao Gilberto, Sergio Mendes en Astrud Gilberto hoogtij vierde. Maar in de heuvels die verder het binnenland in liggen, en langs de snelwegen aan de rand van de stad vind je de favela’s, de arme, overheersend zwarte sloppenwijken waar geleefd wordt volgens de eigen regels en waar drugsbendes en criminelen de dienst uitmaken. In die contreien ontstond de samba, de muziek die we wereldwijd associëren met Brazilië vanwege het carnaval. Momenteel is echter favela funk de populairste muziekstroming in de sloppenwijken; dansbare en opzwepende, aan hiphop verwante beats met bijzonder expliciete teksten. Inmiddels zijn er ook diverse subgenres ontstaan; de gangsters hebben hun eigen variant, waarbij ze zonder blikken of blozen hun criminele activiteiten uit de doeken doen (deze ‘funk proibidão’ is verboden) en er is een ‘bling bling’-variant (‘funk ostentacão’). De door de massa de meest beluisterde variant is echter funk putaria, waarin de vrouw op expliciete wijze als lustobject wordt bezongen. Deze variant is bij wet verboden, omdat ze zou aanzetten tot prostitutie en porno. Dat weerhoudt de bevolking in de favela’s er echter niet van ernaar te luisteren en naar te leven. De Nederlandse Elise Roodenburg woont afwisselend in Nederland en in Rio en besloot dit nogal vrouwonvriendelijke fenomeen samen met collega-filmmaker Fleur Beemster te onderzoeken.

In ‘Inside the Mind of Favela Funk’ (2015) wordt de muziekstroming zowel vanuit het mannelijk als het vrouwelijk standpunt bekeken. Daarbij valt de dubbele moraal die heerst onder de bevolking op: mannen laten zich op favelafeesten verleiden door wulps dansende dames (die zich liever ‘slet’ dan ‘hoer’ laten noemen, want ‘ik verkoop mijn lichaam niet voor geld’), gaan massaal vreemd en biechten dit zelden vrijwillig op aan hun vriendin of vrouw (want dat is niet stoer). Aan hun vrienden sturen ze echter naaktfoto’s rond van de laatste veroveringen. Van vrouwen – en steeds jongere meisjes – wordt door de druk van buitenaf bijna verwacht dat ze zich sletterig gedragen. Maar als van hen uitkomt dat ze ook daadwerkelijk met meerdere mannen het bed heeft gedeeld, is ze een hoer en wordt ze met de nek aangekeken. Ook vrouwen gaan vreemd, vaak om hun vriend of echtgenoot terug te pakken. Ze zijn kwaad op hun vent, maar na een paar dagen (en een duur cadeau) zijn ze dat weer vergeten en nemen ze hem zonder aarzelen terug. Van enige vorm van zelfrespect hebben ze kennelijk nooit gehoord, want de kans is praktisch honderd procent dat manlief opnieuw een scheve schaats rijdt.

Hoe de vrouwen het nou écht vinden dat er gezongen wordt dat ‘elke chick een dick wil’, wordt niet helemaal duidelijk. Feministische stromingen zijn er wel binnen de favela funk, maar het enige verschil met de ‘gewone’ putaria is dat de vrouwelijke artiesten zingen wat zíj met een vent willen (‘wij willen alleen maar mannen met een grote lul, die we zo diep in onze keel duwen dat de tranen in onze ogen springen’). In de documentaire maken we, behalve met mannelijke mc’s, zangers en dj’s, ook kennis met meidengroep Apetitosas (vrij vertaald ‘lekkere wijven”, vier meiden van in de twintig met implantaten in de borst- en bilpartij, enorm gespierde benen en een sexy stemgeluid, die gehuld in minuscule outfits teksten zoals hierboven beschreven de ether in brengen, begeleid met al even expliciete dansbewegingen. De hele act ademt seks. Zij beschouwen zichzelf als feministen, omdat ze – in een enkel lied – mannen aanvallen omdat ze vreemdgaan, maar hun feministische boodschap zit wel erg diep verstopt onder een dikke laag vulgariteit. In hoeverre de artiesten ook echt het leven leiden dat ze prediken, wordt in elk geval van de piepjonge MC Pikachu (15!) duidelijk; voor hem is het niet meer dan een show, in werkelijkheid is hij een stuk braver. Maar hij geeft met zijn schunnige teksten wel een boodschap aan zijn leeftijdsgenoten in de favela’s, die naar zijn muziek luisteren en denken dat het zo ‘hoort’.

Gek genoeg zijn niet de ondubbelzinnige liedteksten het meest schokkend aan ‘Inside the Mind of Favela Funk’, maar het totale gebrek aan moraliteit binnen de favela’s. De scheve man-vrouwverhoudingen, het enorme aantal tienerzwangerschappen, het hoge aantal soa’s; het wordt op deze manier allemaal in stand gehouden voor volgende generaties. Het beeld wat dan ook echt op je netvlies blijft hangen is niet de gigantische schuddende kont van die ene dame van Apetitosas, maar dat kleine meisje dat nog zonder enig benul vrolijk staat mee te ‘twerken’ op de muziek…

Patricia Smagge

‘Inside the Mind of Favela Funk’ wordt op woensdag 30 en donderdag 31 maart 2016 vertoond in Melkweg, Amsterdam.