Interview Apichatpong Weerasethakul (‘Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives’)

Amsterdam, The College Hotel, vrijdag 3 september 2010

De internationaal bejubelde regisseur en kunstenaar Apichatpong Weerasethakul (Thailand, 1970) was met zijn film ‘Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives’ winnaar van de Gouden Palm op het Cannes Filmfestival in 2010. Een verrassing voor velen, maar wanneer je de film gezien hebt, kun je de uitspraak van juryvoorzitter Tim Burton alleen maar begrijpen. “You always want to be surprised by films and this film did that for most of us.” ‘Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives’ gaat over een aan een nierziekte stervende oude man, die tijdens zijn laatste dagen op deze aarde onder andere bezoek krijgt van de geest van zijn eerder overleden vrouw. Ook maakt zijn jaren geleden verdwenen zoon weer opwachting. Als aap. Apichatpong was onlangs in Nederland. Het is een hele eer om met deze Gouden Palm winnaar in gesprek te gaan. “Het is fijn om in Thailand te wonen, omdat het land zich altijd ontwikkelt. Soms zie je geweld, soms zie je schoonheid. Het feit dat er corruptie is, betekent dat het niet perfect is. Dat motiveert je om na te denken over het leven. Ik hou niet van perfectie. Ook niet in kunst.”

Apichatpong Weerasethakul

Apichatpong Weerasethakul (c) Lodicaas

Reïncarnatie
De filmmaker is opgegroeid met het geloof in reïncarnatie, maar gelooft er zelf niet heilig in. “Het is een mogelijkheid dat de dood niet het einde is. We transformeren in stof, in bomen, blijven altijd deel van de natuur.” Het doodgaan op zich is waar Apichatpong het angstigst voor is. “Zoals Derek Jarman heeft gezegd: ‘I’m not scared of death, I’m scared of dying.’ Desondanks lijkt de hoofdpersoon in zijn film niet bepaald bang om te sterven. “Hij is dan ook geen echt persoon, het is meer surreëel. Ik wil duidelijk maken dat het een illusie is, zoals in Godards ‘Breathless’ wanneer Jean Paul Belmondo gewoon doorloopt, terwijl hij neergeschoten is.”

Eerst kijken, dan googelen
“Het is het beste om met zo min mogelijk kennis mijn film te gaan kijken,” vervolgt Apichatpong. “’Uncle Boonmee’ is een film over verwondering, je moet er voor open staan. Ik wil niet dat mensen een bepaald framewerk hebben waarbinnen ze hun filmervaring gaan plaatsen. Als ze geïnteresseerd zijn, kunnen ze daarna wel gaan googelen.”

Hoofdpijn
Dat zijn publiek een open geest moet hebben, is duidelijk. Maar de filmmaker zelf heeft dat gelukkig ook. Er is bijna niet één aspect van het film maken wat de regisseur tegenstaat. “Ik hou er van om nieuwe dingen uit te proberen.” Het aanbod een volledig Europese of Amerikaanse productie te maken, zou de regisseur dan ook niet afslaan. “Als ik me maar verbonden voel met het project, dan voelt het goed. Dan ben ik blij en zijn de producenten ook blij.” Over de filmindustrie in zijn algemeenheid wil de artiest het volgende kwijt: “Ik denk dat er langzamerhand een meer hybride vorm van cinema ontstaat. Dankzij digitale distributie is er meer keuze, en we zullen meer mixen van talenten zien: een Westerse regisseur in Azië, of andersom. Er is steeds minder afstand. ‘Uncle Boonmee’ is bijvoorbeeld ook gemaakt door vijf landen.” Of de filmmaker dat een positieve verandering vindt? “Ik krijg er wel hoofdpijn van,” lacht hij, “maar het is een manier om te overleven in het op mainstream gerichte filmklimaat.”

The Back Up Plan
Apichatpong studeerde architectuur, maar besloot met die studie niets te doen. “Het was een buffer. Als ik niet zou slagen als regisseur, kon ik nog altijd terugvallen op mijn studie als architect,” vertelt hij. Of hij nog profijt van die studie heeft bij zijn huidige beroep? “Jazeker. Het helpt me bij het nadenken over tijd en ruimte, afgezien van het feit dat het me architectuur op waarde laat schatten. Een film maken lijkt op het ontwerpen van een ruimte, waarbij je ook de tijd moet nemen om deze te beleven.”

Geen concessies
De Gouden Palm winnaar heeft meestal in zijn hoofd hoe een scène er uit moet komen te zien. De scène in de Cannes 2010-favoriet waarin ze het licht uit doen, is zo’n voorbeeld waarbij de regisseur geen concessies wilde doen. “Het moest precies die duisternis zijn. En het licht, wanneer de vrouw binnenwandelt, moest exact die kleur wit zijn. Het geeft een duidelijk contrast tussen de menselijke wereld en de geestenwereld.” Hij vervolgt: “Bij mijn vorige film, ‘Blissfully Yours’, wilde ik per se een bepaald soort licht in een scène in een auto. We hebben er twee dagen op gewacht. In tussentijd deden we dan maar kaartspelletjes, of kletsten we wat.” Af en toe is het echter moeilijk om te krijgen wat je wil. Eén van de factoren waar Apichatpong rekening mee moet houden bij zo’n low budget film als deze is dat veel technici niet altijd beschikbaar zijn wanneer het hem uitkomt. “Mijn D.O.P. bijvoorbeeld, is zo’n problematische man. Ik zou eigenlijk van hem afmoeten,” zegt Apichatpong gekscherend.

Acteercoach
De filmmaker geeft zijn acteurs graag het gevoel dat zij ruimte hebben om te improviseren. Hij wil graag de controle houden over zijn film, maar niet te veel. “Als ze er niet in slagen, is dat ook okay. Dat is het fijne van cinema, ik zou nooit in het theater kunnen werken.” Voor ‘Uncle Boonmee’ heeft Apichatpong een acteercoach gebruikt voor het begeleiden van zijn – veelal uit amateurs bestaande – cast. “Ik ben zelf alleen maar goed in het hen naturel laten acteren, dat was niet wat ik wilde bij deze film.”

Dagboek
De eigenzinnige regisseur geeft aan dat hij zijn films in principe voor zichzelf maakt. “Ik heb nooit in gedachten wat ‘het publiek’ vindt van wat ik doe. En dan erbij: ik ben zelf al heel erg kritisch publiek.” Hij merkt op: “Ik documenteer mijn gevoelens. Mijn films zijn als een dagboek.” Een écht dagboek (als in ‘schrijven in een boekje’) heeft de filmmaker nooit bijgehouden. “Nee, maar wel een fotodagboek.”

Een maagdelijke grot
Een deel van het lokatiescouten voor ‘Uncle Boonmee’ deed de regisseur zelf, maar het vinden van de juiste plaatsen viel nog niet mee. Apichatpong: “We hebben veel, heel veel rondgereden. Van de foto’s van alle huizen die we zagen heb ik een soort verzameling gemaakt van wat mij aansprak: dat varieerde van de kleur van een klamboe tot een balkon.” De betoverend mooie grot, die in een deel van de film een belangrijke rol speelt, vond Apichatpong per toeval. “Er zijn zoveel grotten in het Noordoosten van Thailand. We hebben ze bijna allemaal bezocht. Deze was bijna maagdelijk, niemand kent ‘t. De grote opening bood ons de mogelijkheid om met natuurlijk licht te filmen, hoewel we soms ook met kunstlicht hebben gewerkt.” Het hele proces nam een jaar in beslag, en hoewel dat lang klinkt voor de voorbereiding op een film, gebruikte Apichatpong deze tijd ook om te werken aan het multimediaproject, waar ‘Uncle Boonmee’ onderdeel van uit maakt.

“Het voelt goed dat mensen lachen om mijn films”.
Omdat Apichatpong zijn eigen werk zo door en door kent, ondergaat hij bij het opnieuw kijken van zijn films eigenlijk niets (“Een keer viel ik zelfs in slaap! Nee hoor, grapje, ik had toen een jetlag.”), maar kijkt hij liever hoe het publiek zijn films ontvangt. “Het is geweldig als ze lachen.” Een scène die Apichatpong zelf erg grappig vindt in ‘Uncle Boonmee’, maar die door niet-landgenoten niet goed wordt begrepen is de scène waarin de oudere dame tegen de gorilla zegt dat hij kliekjes wel mag op eten. “Het is alsof ze hem als een hond behandelt.” Een andere komische scène is die waarin een prinses seksueel bevredigd wordt door een meerval. Die scène bleek nog erg moeilijk te zijn om te filmen, zo vertelt Apichatpong. “Het was erg koud en de actrice moest erg tevreden en gelukkig overkomen. Ze was continu aan het bibberen. Dus elke keer als ik ‘cut’ riep, gooide men warm water over haar heen.”

Pas bij de montage en het mixen van het geluid kwam de filmmaker er achter dat de film uit zes verschillende gedeeltes bestond. “Ik had het gevoel dat ik zes films aan het mixen was in plaats van een.” Het deel met de prinses is een ode aan een koninklijk kostuumdrama, er zit een documentaireachtig gedeelte in, evenals een avonturenfilm (in de grot).

Utopia
De financiële kant van het films maken is de minst leuke. “Het is namelijk ook erg moeilijk om dit rond te krijgen. Het is echter een kwestie van vertrouwen en van eerlijkheid. Ik zou nooit zeggen dat ik een miljoen voor ze ga verdienen. Ik vraag ze soms zelfs of ze het wel zeker weten dat ze dit willen,” zegt hij. Graag willen we weten wat Apichatpong voor een film zou maken als geld geen beperking zou zijn. Enthousiast veert hij op. “Ik zou onmiddellijk verder gaan met mijn project ‘Utopia’!” (Utopia is een science fiction verhaal dat de Thaise filmmaker schreef met Jane Fonda of Brigitte Bardot in gedachten voor de hoofdrol, MM). Waar Apichatpong werkelijk in de nabije toekomst mee bezig gaat is een het maken van een portret van Donald Richie, een Amerikaan die na de Tweede Wereldoorlog naar Japan is verhuisd en die verantwoordelijk is voor het introduceren van de Japanse film in het Westen, zoals die van Kurosawa en Ozu. “Hij is een icoon. Hij is erg oud dus ik wil graag zijn memoires vastleggen. Het wordt een poëtisch project.” We zijn benieuwd!

Monica Meijer