Interview Sean Price Williams en Talia Ryder (The Sweet East)
Sean Price Williams maakt zijn speelfilmdebuut met ‘The Sweet East’ (2023), naar een scenario van Nick Pinkerton. Het drama volgt de doelloze tiener Lillian (Talia Ryder), die tijdens een schooluitje naar Washington D.C. verdwijnt en dan een krankzinnige tocht maakt langs de Amerikaanse oostkust.
Ik spreek de regisseur en de hoofdactrice via Zoom. Beiden zijn aanwezig op het Imagine Fantastic Film Festival in Amsterdam. Price Williams, die als cinematograaf nog wel tijd had om films te kijken op een festival, moet even wennen aan alle verplichtingen en de vele interviews die de regisseurstaak met zich meebrengt. Hij waarschuwt me vriendelijk dat zijn antwoorden daarom soms wat gek kunnen overkomen. Want zo verklaart hij: “Ik wil nooit hetzelfde zeggen.”
Geschiedenisles
‘The Sweet East’ is gesitueerd aan de Amerikaanse oostkust. Daar liggen de staten waar de makers zelf affiniteit mee hebben, dus ze besloten om het verhaal juist daar te laten plaatsvinden. Price Williams vertelt dat hij er zijn hele leven heeft gewoond. “Ik heb in Baltimore gewoond, in Washington D.C., ik ben vlakbij Philadelphia opgegroeid en ik woon nu in New York.” Hij noemt de Delaware rivier, die de grens vormt tussen Pennsylvania en New Jersey. “Niemand filmt er ooit, maar daar zijn mooie, heel oude huizen. Het was een inspiratie voor de film.” Maar er waren ook historische redenen om de oostkust als locatie te kiezen. “Daar zijn de originele koloniën,” legt de regisseur uit, “dus het is een oude vertrouwde Amerikaanse geschiedenisles.” Lachend geeft hij toe dat hij en Pinkerton, die het scenario schreef, helemaal geen affiniteit hebben met het Westen van Amerika. “Ik denk dat iemand anders ‘The Sweet West’ kan maken.”
Roadmovie
‘The Sweet East’ is een reis langs verschillende plaatsen, maar Price Williams moet even slikken bij de term roadmovie. “Het is trendy om te zeggen dat je een roadmovie maakt”, zegt hij. Maar dan: “Het is in feite een roadmovie.” De regisseur houdt er niet van om steden te faken, dus hij wilde dat het een film in échte plaatsen zou worden. Maar er was nog een andere drijfveer: “Een groot deel van de lol was om onze jonge crew mee te nemen naar plaatsen waar ze nog nooit waren geweest. Het was een soort schoolreis voor de crew.” Op de vraag voor welke uitdagingen hij daarbij stond, antwoordt hij: “We kregen alle locaties die ik wilde, het ging eigenlijk heel makkelijk. Ik weet dat het geld kost om mensen iedere nacht in hotels te stoppen, in verschillende plaatsen, maar we hebben deals gesloten. Mijn producer is een heel charismatische kerel, en dat hielp. De enige logistieke problemen die we hadden waren in New York. Op de ochtend van de opname verloren we een belangrijke locatie, dus moesten we diezelfde dag voor drie scènes een nieuwe locatie zoeken. Maar het is ons allemaal gelukt.”

Breekpunt
Van de locatie van de film springen we naar Lillian, het hoofdpersonage van ‘The Sweet East’. Na een ontmoeting met de antifa-punker Caleb (Earl Cave) beleeft ze het ene na het andere bizarre avontuur. Talia Ryder schetst haar personage: “Ze is een middelbare scholier uit South Carolina, die het gevoel heeft dat ze niet echt tussen haar klasgenoten past. Ze heeft altijd geweten dat ze ergens anders wil zijn, maar is er nog niet achter waar precies. Dus ze heeft het gevoel dat ze vastzit. Wanneer ze op schoolreis gaat met haar klas, bereikt ze een breekpunt en besluit ze om haar leven echt te beginnen, om de regie te nemen over haar situatie.” Ryder deelt ook haar ideeën over Lillians ontwikkeling. “Als ze Caleb ontmoet, neemt ze gewoon alles in zich op, heeft ze niet echt een doel en gaat ze met de stroom mee. Maar naarmate het verhaal vordert, komt ze er steeds meer achter wat ze wel en niet leuk vindt. Ze bedenkt hoe ze mensen moet bespelen en kan krijgen wat ze wil.”
Dans en zang
Toen ze jonger was, speelde Ryder een rol in de Broadway-show ‘Matilda the Musical’, waarbij ze vooral veel ervaring met dans opdeed. Hoe heeft ze die ervaring gebruikt in haar werk als filmactrice? “Dans heeft me alles geleerd”, vertelt ze. ‘Als performer ken ik het belang van lichaamstaal en spreken zonder woorden. Het leert je hoe je emoties op een andere manier moet laten zien.” Price Williams had Ryder nooit horen zingen, maar wist wel dat ze het kon. Hij besloot haar daarom het lied ‘Evening Mirror’ van Paul Grimstad in de opening van de film te laten zingen. Als ik vertel dat ik wakker werd met dit lied in mijn hoofd, bekent de regisseur dat hij het op dat moment ook in zijn hoofd heeft. Ryder verklapt bovendien dat haar moeder het de hele tijd zingt. Een pakkende compositie, stellen we vast.

Subculturen
Lillian ontmoet in het verhaal figuren uit verschillende subculturen, waaronder antifascisten en witte supremacisten. Price Williams heeft geen serieus onderzoek gedaan naar die groepen, maar hij en Pinkerton lezen wel veel nieuws. “We trekken conclusies over wat voor soort mensen betrokken zijn bij de gebeurtenissen en protesten waarover we lezen. We bedenken hoe deze mensen zouden kunnen zijn en we geven ze ook een sympathieke kant.” Tegen het einde van het verhaal treft Lillian het personage Mohammad (Rish Shah), een lid van een wel heel onwaarschijnlijke subcultuur. “Een totaal verzonnen groep”, bevestigt Price Williams. “Het zou echt geweldig zijn om te denken dat er islamitische fundamentalisten zijn in Vermont, die de hele tijd dansen. Ik hou van dat idee, maar ik denk niet dat het waar is.” Dan die andere groep, de witte supremacisten, die in de film een nachtvlinder als symbool gebruiken. “We hadden dat bedacht en toen ging ik op het internet kijken of er überhaupt een verband was. Dan zou ik me wel zorgen hebben gemaakt, als ik had ontdekt dat de mot écht blanke overheersing symboliseert.”
Verwijzingen
‘The Sweet East’ lijkt met de vele verwijzingen een flink beroep te doen op kennis van de Amerikaanse cultuur, politiek en maatschappij. Price Williams weerspreekt dat: “Ik denk echt niet dat je die kennis nodig hebt. Als je de Amerikaanse geschiedenis kent, dan zit er genoeg in voor je, maar ik denk niet dat dat nodig is.” Heel anders vindt hij bijvoorbeeld de klassieke Hongaarse films, waarbij hij dergelijke kennis wél nodig vindt. Hij verwijst naar ‘The Red and the White’ (1967) van Miklós Jancsó, over de Russische burgeroorlog. “Je moet de geschiedenis van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk kennen om die films te kijken en het allemaal te begrijpen.” De regisseur grapt ten slotte dat hij zijn eigen film bijna “oppervlakkig” wilde noemen. Om snel toe te voegen: “Als mensen dat over de film zeggen, raak ik echt van streek.”
Tekst: Ester Šorm
