Involuntary – De ofrivilliga (2008)

Regie: Ruben Östlund | 98 minuten | drama | Acteurs: Villmar Björkman, Linnea Cart-Lamy, Leif Edlund, Sara Eriksson, Lola Ewerlund, Olle Lijas, Maria Lundqvist, Cecilia Milocco, Henrik Vikman, Vera Vitali

De titel ‘Involuntary’ (onvrijwillig) verwijst niet naar moord, verkrachting of anderszins gedwongen handelingen. Zo erg is het allemaal ook weer niet. Het laat zich het beste vertalen als ‘ongewild’ of ‘ongemerkt’. Ongewild meegaan met een groep, ongemerkt opgaan in iets waar je helemaal niet achter staat. Het gaat ook over dingen die we voor ‘normaal’ aan zien, die het eigenlijk bij nader inzien helemaal niet zijn. Of kanten van onszelf die we niet willen zien, of waarvan we ons niet bewust waren, kanten die meestal in groepsprocessen, ‘als je even niet oplet’ naar buiten komen. En hoe reageer je dan?

Alle personages kampen op een of andere manier met dit probleem. Een probleem van onze tijd, zo lijkt, het, althans in vorm. Het beste voorbeeld is dat van de twee meisjes die zich overgeven aan drugs en seksuele gevoelens, die gepaard gaan met onvrede over eigen lichaam, oordelen, over jezelf en anderen en machtsspelletjes, zo jong en onervaren als ze zijn. Ze kleden zich als toekomstige pornosterren en poseren bijna naakt voor de webcam. Deze meisjes hebben geen idee waar ze mee bezig zijn, maar lijken niet anders te kunnen, alsof ze zich overgeven aan wat de moderne maatschappij van ze verlangt.

In dit opzicht is Ruben Östlunds film niet bepaald een vrolijke. Er zitten absoluut hilarische momenten in, maar in wezen komt een en ander tenenkrommend dichtbij en komen we er, als moderne mens(heid) niet bepaald goed af. We zitten gevangen in een paradox van egocentrisme versus groepsproces: iedereen wil ‘zichzelf’ zijn en zich als zodanig onderscheiden van ‘de rest’, maar we zijn ook als de dood dat die rest ons niet voor vol aan ziet en dus doen we toch precies wat de groep van ons verwacht; we houden te allen tijde onze maskers op, want o wee, als we eens door de mand zouden vallen!

Volgens de acteermethode van Helmert Woudenberg hebben spelers (evenals mensen in het dagelijkse leven) in conflictsituaties de beschikking over vier communicatieve fasen. De eerste ‘ronde’, zoals dat heet, is de blabla-fase, iedereen kent het wel: je lult lekker mee over koetjes en kalfjes (maar ondertussen…) en slaat je zo overal doorheen (“dag buurman, hoe gaat het? lekker op vakantie geweest?”), totdat je in de tweede ronde komt, waarin het ineens ergens over gaat, oeps, eng vaak. Het is het vermijden van die tweede ronde waar alle personages in deze film hard mee bezig zijn, om maar te zwijgen van de derde ronde, waarin, dankzij de ontdekkingen in de tweede fase, een uitbarsting, of ontknoping volgt. De derde ronde is de fase van oplossing, je bent ‘er doorheen’. Maar niemand in deze film komt er doorheen. Want zo is het meestal in het echt ook. Wanneer kom je nu écht bij de kern van de zaak? Zelden. En dus gaat het leven gewoon weer verder waar het gebleven was en doen we alsof er niets gebeurd is.

Als een soort DOGMA filmer gebruikt Östlund bij de meeste scènes slechts één camerapositie en blijven sommige personages heel of half buiten beeld, soms ook onhoorbaar achter een raam, of wel hoorbaar, maar alleen zichtbaar in een door metaal vervormd spiegelbeeld. Dit schept de illusie dat wij, de kijkers echte voyeurs zijn, die ongemerkt meekijken naar zich spontaan ontvouwende taferelen, niet ingestudeerd en zonder ingrijpen van buitenaf, heel puur. Dit is natuurlijk niet zo, we hebben met een speelfilm te maken, maar dankzij dit herhaalde foefje, gecombineerd met naturel spel van acteurs én (zorgvuldig geselecteerde) amateurs, komt alles lekker dichtbij. Je wil soms echt graag om het hoekje kijken waar iemand zit te praten, maar Östlund laat je niet, frustrerend!

Het maakt de film confronterend en echt. Voor sommigen misschien wat te zware kost, omdat door de onopgesmukte stijl geen ontsnappen mogelijk is, maar zoals gezegd, er valt ook heel wat te lachen. Lachen om stupiditeit en kortzichtigheid die we allemaal maar al te goed herkennen. Want zeg nou zelf: zou u, als u per ongeluk iets kapot had gemaakt, ten overstaan van een hele groep mensen, schuld bekennen wanneer die schuld net in de schoenen is geschoven van een groepje vervelende pubers? Met ‘Involuntary’ toont redelijke nieuwkomer Ruben Östlund zich een begenadigd filmer én psycholoog, wat de film dubbel interessant maakt en dat toch in een indrukwekkend sobere stijl.

Arjen Dijkstra